28 augustus 01.00 uur ‘s nachts
Marjolijn ligt binnen te slapen en ik zit in de kuip met de laptop op schoot. Met een windkrachtje drie en vol tuig glijden we met een mooie snelheid door het water. Toch kruipen de duizenden lichtjes van Hastings en Eastbourne tergend langzaam voorbij. De GPS toont een snelheid van 3 knopen ( 5,5 km/u), en omdat de wind tegen staat en we dus opkruizen komt het einddoel met 0-1 (soms -1) knopen dichterbij (of verderweg). Sinds een paar uur staat de stroom weer tegen, en dat is hier in het Kanaal heel duidelijk te merken.


Met nog 71 mijl te gaan tot het eerstvolgende in de GPS geprogrammeerde waypoint probeer ik me comfortabel te nestelen in de kuip. Voorlopig zit ik daar nog wel even. Onderbroken door iedere paar minuten even opstaan om een rondje goed om me heen uit te kijken naar andere schepen en boeien. Ongeveer één keer per uur of op lastige punten ga ik even naar beneden om onze positie in de kaart in te tekenen en te checken of we nog in veilig water zitten. Een zeilpak, dikke laag kleding en een laagje thermo-ondergoed moeten me warm houden, en dat lukt maar net. Augustus in noordwest Europa… Ach, gelukkig proberen wind en golven me dit traject eens niet de kuip uit te blazen en spoelen, en kan ik genieten van rust. En nog fijner: het is droog! Dat kon over de afgelopen weken niet bepaald gezegd worden. Afgelopen week was het weer in Engeland beroerd, net als de weken daarvoor in Nederland. Iedere dag weer had die keurige Britse meneer over de marifoon het over enge dingen als gale warning, wind force 8 or 9, occasionally 10, thundery showers, rough sea, etc.  Ik begon er al bijna aan te wennen iedere dag in mijn zeilpak rond te banjeren om aan de boot te kunnen klussen en op zoek te gaan naar in een vreemd land onvindbare onderdelen. Zo had ik mijn wereldreis toch niet helemaal voorgesteld. Of toch wel? Lastig te zeggen als de voorstelling langzaam overgaat in de realiteit. Dingen gaan zoals ze gaan en zijn zoals ze zijn. Inclusief de vele verrassingen en tegenvallers waarvan ik mij vooraf weldegelijk besefte dat ze zouden komen, ook al had ik geen idee waar ze uit zouden bestaan. Uberhaupt ben ik het afgelopen jaar constant bezig geweest met het aanpassen van mijn voorstelling naarmate ik mij meer in de materie verdiepte.

Ik wist dat ik onderweg nog een heleboel te leren zou hebben qua zeilervaring en dat dat niet allemaal stapje voor stapje volgens het CWO boekje zou gaan. En inderdaad; levensechte situaties krijg ik keihard voor mijn kiezen en moet ik zónder handleiding en voorbespreking gewoon maar weten op te lossen. Ik wist ook dat aan een boot die veel wordt gebruikt continue vanalles stuk gaat. En dat werd inderdaad op dag 1 van de reis – Naarden naar IJmuiden – al overduidelijk. Dat het niet altijd makkelijk zou zijn om er alleen voor te staan had ik mij zelf natuurlijk ook al bedacht, en ook dat blijkt maar al te waar.
Ook was ik er van overtuigd dat het traject “Europa uit” niet mijn favoriete traject zou worden. Ik wilde exotische oorden, niet het bekende Europa. Hoe meer ik mij in de reis verdiepte, hoe vaker ik hoorde dat Het Kanaal een lastig stuk water is met veel scheepvaart, tegenwind, tegenstroom en slecht weer. En de Golf van Biskaje loert om de hoek en boezemt me angst in.

Ik heb daarom na mijn besluit van twee jaar terug om met eigen boot op wereldreis te gaan lang getwijfeld wat de beste methode zou zijn; Een boot kopen in bijvoorbeeld de Caribean en van daaruit Zuid-Amerika en de Pacific verkennen, of hier een boot kopen en het dan maar voor lief nemen dat het traject Europa en Atlantic eerst overwonnen zal moeten worden… Ik kwam tot het besluit dat er maar één juist keuze was: In Nederland een boot kopen, blijven werken en sparen en ondertussen voorbereiden. Ik wist helemaal niets van boten en onderdelen, en zou hopeloos verloren zijn geraakt als ik in een vreemd land een poging zou doen een boot te kopen en deze voor een wereldreis uit te rusten. Dus sprak ik af met mijzelf dat ik gewoon wel even een paar maandjes zou bikkelen om aan “de overkant” te komen. Wat zijn nou een paar maanden op een paar jaar?? Niet veel als je dat twee jaar van tevoren vanuit een gezellig huis met auto en baan zo even zegt... Maar als je er voor staat en het écht moet doen is het toch even andere koek en kan ik het regelmatig niet anders betitelen dan afzien. Af en toe twijfel ik echt of ik er verstandig aan heb gedaan om deze waanzinnige uitdaging aan te gaan.

Maandag 30 augustus
Vandaag vertrek ik vanuit Chichester, boven het eiland Wight. Zonder Marjolijn, want die moest weer aan het werk. Nu moet ik het dus écht zelf doen, in mijn eentje in een vreemd land op onbekend vaarwater. Ook met Marjolijn erbij probeerde ik zoveel mogelijk zelf te doen, maar toch is het heel anders varen als je weet dat er vier in plaats van twee handen beschikbaar zijn als de nood aan de man is. In mijn eentje vaar ik veel defensiever. Bereid alles tot in den treuren voor, bedenk mij steeds “wat zou ik doen als dit nu gebeurt, of als dat kapot gaat?” Als mijn windvaan stuk gaat in zwaar weer bijvoorbeeld zit ik opeens aan het roer gekluisterd, en is er maar een half handje vrij om een houdbare situatie te creëren.

Varen rondom de Solent is door de sterke stroom en droogvallende gebieden best ingewikkeld en stiekem een beetje angstaanjagend. Maar ik heb gisteren de geweldig Brit JJ ontmoet die mij wegwijs heeft gemaakt op het gebied van varen met getijden en stroom, en van het oversteken van Biskaje en de Atlantische Oceaan. Een bijzonder persoon. De zeventig vermoedelijk al een tijdje gepasseerd, maar nog steeds actief en befaamd delivery skipper en samen met zijn vrouw woonachtig op een 26 voet zeiljacht. Tijdens het uurtje dat ik met hem sprak heb ik meer geleerd dan wat ik had kunnen leren van het volledig uitlezen van meerdere zeilboeken.


Biskaje klinkt best eng...

Oeh... Biskaje klinkt best eng....


Zeekaart Biskaje


Oooooohhh.... ok! dus als je het zo en zo aanpakt valt het allemaal best wel mee, dat hele Biskaje?!

JJ heeft me een paar tips gegeven qua routering en stroming waar ik vandaag hopelijk mijn voordeel mee ga doen. Met mooie weersvoorspellingen en een leuk traject om te varen heb ik er alle vertrouwen in en begin dapper met de voorbereidingen om de box uit te komen. Hmm… een nauwe doorgang waar ik alleen maar achteruit uit kan, terwijl de wind vanuit de verkeerde hoek komt en mijn boot uberhaupt in de achteruit onbestuurbaar is… Het begint al goed. Marjolijn zou gewoon vanaf de kant een zwieper hebben gegeven terwijl ik het gas erop zou zetten. Maar ik kan in mijn eentje maar op één plek tegelijkertijd zijn. Met veel trossen, springen, stukjes trekken en stukje duwen weet ik onder toeziend oog van diverse verwonderde Britten zonder een enkel krasje de box uit te komen en vaar ik in vol zeiltenue inclusief fleece, zeilpak en lifelines met windkracht 3 en een strakblauwe hemel de Solent op. Potverdorie wat is het heet. En druk. Omdat de electrische  stuurautomaat het niet doet heb ik even tijd nodig om de boot stil te leggen om stootwillen weg te hangen, lijnen op te bergen en de windvaanstuurinrichting voor te bereiden. Maar dat wordt mij door de vele bootjes die aan alle kanten komen aangestormd niet bepaald gegund. Loosdrecht in augustus is er niets bij. Ik krijg een hoop bekijks ook. Blijkbaar hebben de Britten er een oog voor want door velen wordt herkend dat ik niet zomaar een tochtje ga maken en meerdere malen wordt me de vraag “where are you going?” toegeroepen. Ik hou het maar standaard bij de volgende haven, in dit geval Darthmouth. “De Pacific” klinkt zo bizar.

De zeilen staan eindelijk, dus op naar het eiland Wight. Vlak langs het eiland moet een fiks portie stroom staan. Mee dus. Mits ik het juist getimed heb. Ik begin spontaan aan mijzelf te twijfelen maar besluit door te zetten. Vlak onder de steile rotskust navigeer ik tussen aan de ene kant de ondieptes en rotsen en aan de andere kant brekers en “eddies”, draaikolkachtige woelige stukken water. Erg spannend. Maar het gaat goed, en Wight is een prachtig plaatje met krijtstenen kliffen en glooiende weiden met schattige huisjes. Aan de andere kant van de eddies komt de “Aviva”, de Open 60 van Dee Caffari, met snaarstrakke high-tec zeilen voorbij racen.  Hoe bijzonder dat twee vrouwen die aan “wereldomzeiling” doen zulke verschillende reizen maken. Vergeleken bij de Aviva is de snelheid van de North Wind peanuts, maar toch lach ik het uit van plezier als de GPS aangeeft dat ik met nauwelijks wind wél met 9 knopen de zuidkaap van Wight voorbij word geslingerd; de zogenoemde “St. Catherine’s Point Race”. Cool. Een wildwaterbaan voor zeilers :-)

En wie zie ik daar varen op de Colombe? Simon! Onze wegen kruizen elkaar weer, en stom genoeg midden op zee. Super. We spreken af elkaar in Dartmouth te treffen.

De nacht valt en ik heb moeite om rust in de boot te krijgen. De wind draait steeds, is veelal ruim en ik krijg de boot niet dusdanig in balans dat de windvaan de boot op een ruime koers kan houden. Dan draait de wind en komt deze recht van achter, en moet ik gaan afkruizen om naar mijn doel te komen; ik heb namelijk (genant genoeg) nog nooit een genoa uitgeboomd (waarmee het mogelijk is recht voor de wind te varen) en acht het onveranrwoord om dat voor het eerst van mijn leven midden in de nacht op open, woelige zee te doen. Maar omdat de windvaan de boot niet houdt moet ik zelf sturen om nog enige vooruitgang naar mijn einddoel te boeken. Vermoeiend. Ook omdat er overal lichtjes zijn. Een deel op land, een deel van boeien en een deel van bewegende boten. Nauwelijks te herkennen wat wat is. Gelukkig is mijn radar één van de zeer weinige dingen aan boord die wél werken. En heb ik vele uurtjes ambachtelijk houttimmerwerk geleverd om een oersterk scharnierend plankje te maken wat het loeizware radarscherm naar de kajuitingang kan draaien. Een uitkomst.

Als ik om zes uur ’s ochtends voorbij het schiereiland van Weymouth ben begint de zon op te komen en waag ik mij aan de spannende taak de genoa uit te bomen met één van de twee spibomen die ik daarvoor het meegenomen. Ik doe er eindeloos lang over, maar het lukt! Na nog een uur pielen aan de windvaan en trimmen van de zeilen denderen we – ik eindelijk met losse handjes - met zeven knopen de open zee op. De boot vindt een heerlijk ritme op de meelopende golven. Er is geen speld te krijgen tussen de balans die is gevonden tussen romp, zeilen en de windvaan. Zelfs de gemene, onregelmatige Kanaalgolfjes lukken het niet. De North Wind danst en waggelt gewoon over ze heen om uiteindelijk met volle zeilen terug te belanden op exact die koers die ik haar gevraagd heb. Wonderlijk. 


Voor de wind zeilen

Geen land meer te zien, geen boten in de buurt, een lekker zonnetje en een windkracht 4-5. Dit is fantastisch. Ik kruip aangelijnd naar voren met een kussen en een leesboek en ga op de punt zitten. De eerstvolgende uren lees ik geen letter uit het boek, want ik doe niet anders dan stil genieten. Het zout, het ruizen en het ritme van de golven, de contouren van een witte maan in een zonnige, blauwe hemel. Ik besef me dat dit EXACT is hoe ik het mij destijds heb voorgesteld, misschien wel beter zelfs. Het is precies één van de redenen waarvoor ik destijds heb besloten met eigen boot op reis te gaan. En zo dicht bij huis al, in het zogenaamd saaie Europa! Ik kan werkelijk niets verzinnen wat kan tippen aan dit samenzijn met mijn mooie boot waar ik hard voor heb gespaard, oneindig veel aan heb gewerkt, en die meer dan wat dan ook mijn thuis is. Ik en de North Wind op een eindeloze, golvende, blauwe vlakte.

Misschien dat alleen een school dolfijnen of vliegende vissen voor de boeg me nu nog gelukkiger kunnen maken dan dit. Maar met hen heb ik al een date staan. Zij wachten elders op mij. Golf van Biskaje, Atlantische Oceaan; ik kom eraan!!