Veels te kort op mijn euforische genieten op de grote blauwe zee waar ik in mijn vorige verhaal over schreef doemt daar de heuvelachtige kust van de provincie Devon op. Ondanks dat dit een prachtig uitzicht biedt ben ik nog lang niet uitgezeild en wil meer eindeloze golven. Ik twijfel of ik niet direct door kan varen. Maar met matige weersvooruitzichten voor Biskaje en Simon die op me wacht in Dartmouth wordt het toch maar eens tijd om de haven in te lopen. En daar heb ik gelukkig geen moment spijt van gekregen…



Heel lang lijkt Dartmouth een grijze klif tussen groen en rotsen te zijn. Tenminste, de plek waar Dartmouth volgens de GPS en zeekaarten zou moeten liggen. Pas op het allerlaatste moment blijkt de klif uiteen te wijken om me zo toegang te verschaffen de River Dart op. Met gestreken zeilen en op de motor vaar ik rustig de rivier op, om terecht te komen in een landschap dat zo idyllisch is dat het wel een sprookje lijkt. Steile heuvels en rotsen, bomen met bijzonder silhouet, eeuwenoude kasteeltjes aan de waterrand en schattige gekleurde huisjes op de berghelling vormen een betoverend landschap dat niet zou misstaan in de wereld van bijvoorbeeld Harry Potter of Lord of the Rings. Biskaje mag wel weer even wachten….


De allereerste keer ankeren is spannend, en mislukt… De tweede keer ook, net als de derde keer. Ik sleep het anker en 30m ketting iedere keer weer gewoon over de bodem mee de haven door. Zucht, na afgelopen nacht doorhalen wil ik niets liever dan slapen. Omdat het donker wordt heb ik het maar opgegeven en heb de nacht langszij de Colombe doorgebracht, de boot van Simon. Zijn 25kg Kobra anker houdt wel. De volgende ochtend kom ik erachter dat het anker nog in de “opbergstand” stond en het inklapt in plaats van ingraaft zodra het contact maakt met de bodem. Tsja, dat schiet niet op. Stupid me. Een beetje gerommeld met het vastzetten van het anker, en weer het anker met ketting overboord. De boot en de ketting lopen hard achteruit met de stroom mee, en komen ineens een ruk tot stilstand. Het anker houdt! En hoe…

Voor anker in Dartmouth


Een heerlijke week van genieten en gewend raken aan het bijzondere leven dat je als zeiler leidt volgt. Door de fantastische zeiltocht naar en het verblijf in Dartmouth heb ik zowel fysiek als mentaal rust gevonden. Uitslapen, relaxen, ondernemen van leuke dingen en “op ’t gemakje” (ik ben Zeeuws aan het leren…) wat klusjes doen aan de boot doen wonderen. De stress om krampachtig door te halen om zo snel mogelijk naar het zuiden te komen verdwijnt in Dartmouth als sneeuw voor de zon. Het voelt als een bevrijding, een loden last van mijn schouders. Natuurlijk voel ik nog een gezonde spanning als ik aan de Golf van Biskaje denk, maar ik ben er in de verste verte niet meer doodsbenauwd voor. Laat maar komen… óók in stormachtig september.


Nooit is het leven 100% rozengeur en maneschijn, dus ook dat van een wereldzeiler niet. Zo is het best even slikken om ’s ochtends vroeg uit bed te worden geklopt door drie heren van de Britse douane. Vooral omdat de chaos in de kajuit van laptops, stereoapparatuur en lege wijnflessen me er weer aan herinnert waarom ik me enigszins brakjes voel; te veel films en te veel wijn gisterenavond (of kan ik beter zeggen vanacht?). Na een ondervraging in de kuip die ik heel charmant in pyama onderga en na het afnemen van diverse drugs “swabs” tussen de lege flessen en uit de koekenpan geplofte popcornstukjes door mag ik weer terug het bed in. Ze zouden terugkomen als de uitslag positief (= dus hartstikke negatief) zou zijn. Vooralsnog heb ik ze niet meer gezien… Of zullen ze me straks volgen Biskaje over?? ;-)

Een paar dagen later volgt een nog veel kortere nacht slaap, wanneer er een pittige wind door de vallei waait, recht tegen de knetterharde springtij stroom van de getijderivier in. De boot snapt er werkelijk niets meer van en slaat volkomen op hol. Net als de andere boten die om mij heen voor anker liggen. Een grote puinhoop tot gevolg, met de continue dreiging van in elkaar rammende schepen. Het zijn net een stelletje wilde, briesende paarden die door elkaar heen galopperen en steeds door een ruk aan de teugel (als de ankerketting op spanning komt) de hoek omslingeren en vervolgens de andere kant op stieren. Ik heb dus maar een fleecedeken gepakt en me de hele nacht aan dek rond laten slingeren om de boel in de gaten te houden. Op één plaspauze na. En ja hoor. BEEENNGG. Snel naar boven, staat Simon opeens aan dek, druk zijn best doende om een agressieve Colombe terug te duwen. Gelukkig nauwelijks schade.  ’s Ochtends om 4.30 uur neemt de wind af en draait de stroom in het verlengde van de wind en kan ik eindelijk naar bed. 


Maar ja, als bovenstaande dingen nu het ergste zijn aan het leven van een wereldzeiler, geef me dan nog maar een paar jaartjes van dit…! Die dingetjes zijn snel vergeten als je ze uitzet tegenover mooie dingen als in een hangmat dobberen achter je anker, of met de bijboot naar een Nationaal Park en je onderweg zonder motor op de stroom mee te laten drijven terwijl in de bomen boven de rivier eekhoorntjes van tak naar tak springen. Ook is het best leuk om als dé taak van de dag het vinden van een bepaald onderdeel voor de boot te betitelen. Het niet weten van de juiste Britse naam van het onderdeel geeft nog wat extra sensatie. Uiteraard wordt het vervullen van zo’n soort dagtaak altijd beloond met een cappuccino, English Breakfast (tijdens lunchtijd) of een lauwe, laffe Ale op het terras. Ik weet ondertussen vlekkeloos mijn  weg te vinden in het dorp, en het begint verdacht veel te lijken op inburgeren wat ik doe.  


Ik zou het niet eens verkeerd vinden, hier nog een paar maandjes te blijven. Maar de dagen worden korter en kouder, en ik kom toch echt voor de zon in het zuiden. Dus het is helaas tijd om Dartmouth achter me te laten, want het verderop gelegen Falmouth is een mooiere uitvalsbasis voor Biskaje. Ik weet nu al dat afscheid nemen HET hekele punt gaat worden van het reizen. Met pijn in ’t hart boot opruimen, alles vastzetten, bijboot leeg laten lopen en aan dek sjorren en het anker lichten. Op naar Falmouth. 

Uitzicht op een halve Colombe

North Wind onder zeil

Onderzeeër naast de boot

Wow! Waar kwam die opeens vandaan?!?! Dat was even schrikken....

In Falmouth blijven Simon en ik een paar dagen liggen en klussen hard aan de boten, totdat we ons beseffen dat het in deze stormachtige tijd van het jaar gewoonweg niet reëel is om te wachten op een week lang mooi weer op de oceaan, waarmee we vanaf Falmouth om de Golf heen kunnen zeilen naar Noord-Spanje. Dan blijft er maar één optie over; Croissants, baguettes en kaasjes halen in Frankrijk! En Simon heeft nog een lege bilge waar hij perse een wijnkelder van wil maken. Vanaf het puntje van Bretagne (Brest e.o.) is het “nog maar” 350 mijl naar Noord-Spanje. Wel veel drukker en bij storm gevaarlijker omdat het dicht onder de kust is, maar het is wel te doen in 3-5 dagen. Hopelijk is ons zo’n verkort mooi weer gaatje wel gegund.

De procedure van proviand inslaan, water en diesel regelen, opruimen, vastzetten, leeglaten lopen en tochtnavigatie wordt weer ingezet. Het Franse gastenvlaggetje leg ik alvast klaar. Grappig, dat ik me nu totaal niet druk maak over de oversteek, terwijl dat een paar weken geleden wel anders was toen ik losgooide voor Engeland. Helaas duurt de voorbereiding van een stuk zeilen elke keer drie keer langer dan gepland, en zijn we pas om 01.00 uur ’s nachts klaar voor vertrek in plaats van het geplande “einde van de middag”. Ik voel me doodmoe, er is nauwelijks wind en het is stervenskoud. Nu uitvaren is gekkenwerk, en dus besluiten we eerst nog even wat slaap te pakken alvorens het anker te lichten.

Met een paar uurtjes slaap en het eerste daglicht varen we de baai van Falmouth uit. Ondanks dat er geen wind voorspeld was lopen de boten lekker. Totdat we een klein stukje van de kust weg zijn, en volledig stil komen te liggen. Dobber, dobber, dobber. Na een paar uurtjes toch de motor dan maar aan op zoek naar wind verder uit de kust. En die vinden we. Precies op het moment dat mijn motor kuren gaat krijgen. Hij verliest toeren en gaat dan weer jagen en maakt gekke geluiden. Rare bedoening. In de vooruit gebeurt er weinig. Verdorie! Ik wist dat die niet-gereviseerde motor uit 1967 me vast ooit wel problemen zou gaan bezorgen, maar nu al?? Ik hoop er eerst nog op dat er iets in de schroef zit. Er is maar één manier om dat uit te vinden; met duikbril op het hoofd onder water. Omdat ik water van 13 graden midden op zee niet geschikt acht voor een zwempartijtje besluit ik dan maar (aangelijnd uiteraard) volledig overboord te gaan hangen met mijn kop in het water. Lekker, zo’n zout hoofd met haar.

Met duikbril schroef inspecteren

De schroef blijkt vrij, en na wat voelen, duwen en trekken aan de motor kan ik motorenanalfabeet het probleem in het motorruim niet zo 123 vinden. De boel openschroeven is niet slim op een deinende zee, en met mijn oren nog vol water is het slecht lokaliseren waar het rare geluid nu eigenlijk vandaan komt. Ik zal zonder motor verder moeten. Spannend, want ook de Franse kust is erg berucht door veel stroom, rotsen, mist en scheepvaart. Zolang er wind is is dat geen probleem, het is ten slotte een zeilboot. Maar zonder wind ben ik stuurloos, en ook het aanlopen van een haven vol rotsen en ondieptes is vrijwel niet te doen zonder motor. We spreken af dat Simon in de buurt blijft varen voor een sleep de haven in straks en ik zet mijn AIS transmitter aan, zodat in ieder geval de grote schepen me op hun scherm te zien krijgen.  Nu maar duimen dat de wind blijft waaien en de Engelse en Franse vissers een beetje willen uitkijken. 


Het is even wennen om de zeilen stuurloos gehesen te krijgen, maar met wat etra gehannes lukt het prima. De wind trekt aan en staat pal mee. De genoa boom gaat weer uit en met het grootzeil de andere kant op varen we lekker de nacht in.

Colombe met uitgeboomde zeilen

’s Nachts heb ik het niet naar mijn zin. Het is ontzettend koud. Met een kast vol kleding voor de tropen en mijn winterkleding bij mijn ouders op zolder of geschonken aan het goede doel ben ik daar niet op berekend. Ik zit veel binnen, en daar op de bank is het lastig om mijn ogen open te houden. Ik doe veel korte slaapjes van een minuut of 10 met twee kookwekkers naast mijn oor, maar heb zowel moeite met slapen als met wakker worden. Het is enorm druk op zee, overal lichtjes en steeds precies op mijn vaarroute. Als ik moet uitwijken voor een groot containerschip schiet opeens de spiboom van de mast af en gaat wild in de rondte dansen boven het voordek. Nog maar een paar honderd meter tot het schip… Wat moet ik doen? Snel naar voren om de boom die er voor zorgt dat mijn genoa niets meer doet en de boel aan gort aan het slaan is te borgen, of proberen met deze gekke configuratie uit te wijken? Ik besluit even snel naar voren te gaan in een poging de boel te herstellen, en anders maar grof uit te wijken en zien wat er gebeurd met boom en zeilen. Gelukkig krijg ik de boom terug in het oog en ga snel wat lager varen. Als het ergste gevaar geweken is maar nog niet helemaal over springt de boom pardoes weer uit z’n oog. Argh. Dan heb ik van de week dus toch het verkeerde oog op de mast gepopt… Met een touwtje en wat knoopwerk staat de boom even later muurvast. Het houdt zelfs in de enorme hekgolf die het containerschip achterlaat, maar mooi is anders. Klusje “spiboomoog” staat bij deze weer terug op de to do lijst. 


Na nog wat uurtjes vechten tegen de kou en de slaap begint het dan eindelijk te schemeren. Fijn is dat, te weten dat de nacht erop zit en het zicht en de temperatuur in een stijgende lijn omhoog zullen gaan. De wind draait wat en we varen de hele ochtend met een knoop of 3-4 richting Frankrijk. Dit gaat lekker zo! Vanavond een rood wijntje opentrekken met een Frans kaasje erbij, lekker! 


Het is nog 15 mijl tot aan Frankrijk, en de geur van land en baguettes hangt in de lucht. Even rekenen wijst uit dat ik aan het einde van de middag binnen kan zijn. En dan opeens; pppsssssssstttt…. Wind op. En wederom; dobber, dobber, dobber. Nee! Ik kan zelfs al een wazig strookje Frans land zien liggen! Het gedobber houdt aan, en dobbert me zo de nacht in. Gelukkig heb ik midden op zee een compagnon die precies hetzelfde lot is toebedeeld. Dus wat doe je dan? Precies, koffieleuten bij de buurman!

Relaxen op zee, wachtend op wind

Met een lange lijn blijft de North Wind in de buurt van de Colombe hangen, en zit ik samen met Simon de kou uit en kijken we omstebeurt of er schepen aan komen en of de North Wind niet de Colombe komt slopen. Dat doet ze nameijk graag; een kras over de pasgelakte romp, een afgebroken middenbolder en afgerukte bronzen schootgeleideoog tot gevolg. Mijn lieve, schattige bootje…

Wachten op wind


Pas tegen de ochtendschemer trekt de wind aan, precies op het moment dat een Franse visser die tussen mijn wakende ogen door gesneaked is nog maar een paar honderd meter te gaan heeft voordat hij een aanvaring zou kunnen veroorzaken. Snel, snel, snel zeilen hijsen om weg te komen. Want de motor starten kan dus niet. Maar ik ben te laat en flikker daarom maar heftig met mijn zaklamp in zijn richting. Hoe stom ben ik dat ik hem heb kunnen missen?!?! Gelukkig houdt deze visser in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s wél een goede wacht en houdt hij vlak voordat hij bij mij is opeens in. Hij biedt zelfs zijn hulp aan. Dankbaar sla ik het aanbod af en hijs vervolgens mijn zeilen om de laatste 15 mijl af te leggen. 


Wat drie uurtjes zeilen had moeten worden, wordt de heftigste en zwaarste dag zeilen tot nu toe. Eén vol spannende uitdagingen, waarbij ik zonder uiterste concentratie met gemak de boot had kunnen verliezen.


Na een paar uur lang tegen de wind in opkruizen komen we bij de havenaanloop van l’Aber Wrac’h aan, de minst lastige haven in de omgeving om aan te lopen. Maar alsnog een mijnenveld vanwege de rotsen en ondieptes, en een enorm portie stroom onder de kust en op de rivier Aber waar kan worden geankerd. Nadat al mijn zeilen naar beneden zijn gooit Simon een sleeplijn uit en begint me met zijn 18pK Sabb motor die nog ouder is dan die van mij om de rotsen heen naar het westen te slepen, naar de ingang van de rivier. Waarom zegt mijn GPS dan dat we met 1 knoop naar het oosten gaan in plaats van naar het westen? De stroming onder de kust blijkt gigantisch te zijn, en we komen er niet tegenin. Na veels te lang proberen geven we het op en zijn veels te ver teruggedreven het Kanaal in. Damn, die mijlen moeten we dus weer allemaal gaan terugwinnen door terug te kruizen tégen de stroom en de wind in. De situatie blijkt een stuk penibeler te zijn dan eerder verwacht. Tijdens de vele uren die volgen om te proberen terug te kruizen naar de haveningang bedenk ik mij dat het een verstandigere keuze was geweest om twee dagen terug om te keren naar Falmouth en daar onder zeil te ankeren in een open baai zonder rotsen en weinig stroom. Maar ik ben nu zo ver, en ben vastbesloten het er goed vanaf te brengen. Als we tegen de avond eindelijk terug zijn bij de aanloop van de rivier Aber zeil ik dit keer eerst een heel eind de rivier op op de genoa. Heel erg spannend, want het is natuurlijk nooit zeker dat de wind aanhoudt. Zonder wind ben ik overgeleverd aan de stroming die op de rivier staat. En ik heb geen idee hoe hard die zal zijn… Met overal rotsen en ondieptes om mij heen waar de zee tegenaan slaat mag dit ECHT NIET mis gaan. Op het allerlaatste moment rol ik mijn zeilen in en gooi de sleeplijn naar Simon. Mis. Verdorie. Snel nog een keer. Dit keer is het raak en direct neemt hij het over met zijn motor. Het slepen gaat tergend langzaam, maar… zijn trouwe Sabb krijgt ons ternauwernood tegen de stroom in de juiste kant op. Na een eindeloze tijd motoren over misschien een halve mijl afstand gooit Simon zijn anker uit, trek ik de North Wind langszij, en storten we allebei neer in de kuip. Wat een dag. En wat een held dat Simon zijn eigen boot riskeert voor die van mij.

Sleep de Aber op

De volgende dag ga ik aan de slag met de motor en gaat Simon op zoek naar die langverwachte en absoluut verdiende wijn, stokbrood & kaas. Die hebben nadat het me is gelukt de motor te fixen nog nooit zo lekker gesmaakt…


En dan is het nu eindelijk bijna zo ver, ik ga Biskaje overwinnen! Met minstens de komende vier dagen naar het lijkt steady weer is het tijd om mijn kansen te grijpen. Duimen jullie mee dat ik mijn volgende bericht met een glas Sangria en een schaal tapas naast de laptop tik vanaf een Spaans terrasje??

Tot dan!