En toen kwam het volgende blogbericht wederom vanaf het vasteland van Europa. Sines, Portugal welteverstaan. Een enorm lagedrukgebied spreidt zich uit over de Atlantische Oceaan, en zorgt voor harde, zuidelijke wind op het traject Portugal – Canarische Eilanden. Dat betekent tegenwind. Daar keihard tegenop boksen en lokaal wind te verduren krijgen met een stormkracht heb ik weinig zin in, dus het is wederom op de plaats rust en oefenen op het hebben van geduld. Wat eigenlijk helemaal geen straf is, want ik vermaak mij prima hier in Portugal.


Na lang wachten in Baiona lukt het me op 23 november aan het einde van de middag EIN-DE-LIJK om het eens te zijn met de weerkaartjes en het anker uit de grond te trekken. Ik ben het helaas niet genoeg met de weersvoorspellingen eens om de rechtstreekse oversteek naar de Canarische Eilanden aan te gaan, maar afzakken langs de Portugese kust kan voorlopig wel. Zij aan zij met Simon zeil ik naar buiten, de baai van Baiona uit en de Ria de Vigo op om zo langs de Islas Cies de Atlantische Oceaan op te zeilen. He he, eindelijk weg! Ik weet zeker dat vooral bij Simon aan boord de opluchting groot is. Maar wacht, opeens komt daar een individual call binnen op zijn DSC marifoon. Een verzoek vanaf de North Wind, om contact te hebben op onze babbelbox kanaal 72. Ik geef hem te kennen dat ik problemen heb met mijn windvaan en zo snel geen oplossing zie. Solo zeilen zonder stuurautomaat is géén pretje, dat weet ook Simon maar al te goed, dus er zit niets anders op dan om te keren. Een uur of twee na vertrek ligt mijn anker weer stevig in de Baionaanse bodem. Komen we hier ooit weg?!

Het probleem met mijn windvaan lijkt nog af te stammen van de storm bij Islas Cies, maar is gelukkig in no time gefixt. Sterker nog, als het met het uitvaren niet al schemerig was geweest of als ik gewoon niet gelijk zo in de stress was geschoten had ik makkelijk kunnen zien dat het probleem ook tijdens het zeilen prima gefixt had kunnen worden. Sorry Simon.

De volgende dag zijn al mijn excuses om in Baiona te blijven daadwerkelijk op, en zeilen we na vele weken eindelijk weer de Atlantische Oceaan op. Fijn, om Spanje achter me kleiner te zien worden en te weten dat in de verte de Spaanse kustlijn overgaat in de Portugese. De windvaan doet weer wat hij moet doen, de gereefde zeilen staan met de wind van achter twee kanten op uitgeboomd en ik zit in een schokkende en slingerende kuip met de laptop op schoot mailtjes te tikken. Zo vaar ik de nacht in. Een lange, hobbelige nacht met behoorlijk veel wind en overal vissersboten, maar het schiet in ieder geval wel lekker op. Zoals altijd na een tijdje stilliggen voel ik mij de eerste uren in het donker helemaal niet op mijn gemak. Ik voel me alleen en kwetsbaar. Wat ik natuurlijk ook ben. Pas als ik na een tijdje zeilen merk dat ik alles onder controle heb en de boot het zoals altijd prima doet kan ik mij ontspannen en komt langzaamaan het plezier in het zeilen weer helemaal terug.

Voor een normaal mens is het langs de Portugese kust vrijwel onmogelijk om meerdere dagen en nachten nonstop door te blijven zeilen als je alleen bent aan boord. Overal toeren vissersschepen rond en af en toe een vrachtschip, dus slapen zit er maar weinig in. Dus het is óf vele extra mijlen maken door ver naar buiten te steken alvorens naar beneden af te zakken, óf af en toe een tussenstop maken voor de hoognodige slaap. We kiezen voor de laatste optie. Na een nacht zeilen steken we ’s middags richting kust, naar het plaatsje Aveiro. Opeens hoor ik op kanaal 16 “North Wind North Wind, this is Port Control”. Hè? Wie weet dat ik hier zeil? Oh ja! Ik kan door technische problemen met mijn plotterscherm dan wel niet mijn AIS uitlezen, maar ik zend wel mijn positie uit zodat andere schepen (en port controls dus kennelijk ook) kunnen zien dat ik met mijn kleine bootje tussen hun grote boten door vaar. We schakelen over naar het werkkanaal van Aveiro Port Control. Alle marifoonboekjes zeggen dat je over de marifoon vooral kort, bondig en zakelijk moet zijn, maar de vriendelijk klinkende Portugese meneer van Port Control heeft die boekjes denk ik anders geïnterpreteerd. Of hij verveelt zich gewoon. Want hij begint hele verhalen tegen me af te steken. In het Engels geloof ik, maar ik brouw er maar weinig van. Continu moet ik hem vragen zijn zinnen te herhalen, en als ik het juiste antwoord op een vraag denk te weten kan ik uit zijn reactie opmaken dat ik er blijkbaar toch maar weinig van had begrepen... Of hij begrijpt mij misschien wel helemaal niet. Het begint een beetje gênant te worden. Uiteindelijk weten we ons door het gesprek heen te worstelen, waarin hij een aantal gegevens van mij en de boot wil weten en me vraagt te blijven uitluisteren omdat er diverse inbound en outbound schepen zijn die de haven in en uitgaan. Hij zal wel helpen me naar binnen te loodsen. Heel fijn. Als we na minutenlang mondeling worstelen willen afsluiten bedenk ik mij dat het toch wel handig is nog om even te melden dat Simon – die geen AIS heeft – met mij mee opvaart, dus dat Port Control straks twee jachten kan verwachten. En het geworstel begint weer helemaal opnieuw. De naam, lengte, nationaliteit van het schip… Of ik de naam van Simons boot even wil spellen. Spellen? Damn. Dat moet over de marifoon middels het fonetische alfabet. Vorig jaar rond mijn marifoonexamen wist ik dat nog ongeveer uit mijn hoofd, maar ondertussen… Waar is nou dat spiekbriefje dat ik in Nederland al had willen maken maar wat nog steeds niet naast mijn marifoon hangt? Op hoop van zegen begin ik er maar aan. C – die weet ik! Charlie. O – Oscar, L – Lima, O – ha, die had ik net ook al, Oscar. Maar dan komt de M. En wordt het doodstil over de marifoon. Ik voel dat de vrachtschepen die in en rond de haven zijn meeluisteren en schaam mij diep, maar ik weet het gewoon echt niet en kan niet eens een ander woord verzinnen dat begint met de M. Wel weet ik vrijwel zeker dat ook Simon aan het meeluisteren is, en dat hij als ex-communicatiespecialist uit het leger die hele lappen tekst op deze manier over de radio moest uitspellen precies weet welk woord voor de letter M staat. Het kan niet anders dan dat hij op dit moment naast zijn marifoon het juiste woord staat te gillen. Maar ik hoor hem natuurlijk niet. Verdorie. Ik geef het vol schaamte maar op en beken dat ik niet zo goed ben met het fonetische alfabet. Sorry. De Portugese meneer doet heel begripvol en schrijft vast een naam op waarvan hij vermoed dat het de naam van Simons boot is. Direct nadat we het gesprek eindelijk afgerond hebben sla ik mijzelf voor mijn hoofd. Hoe heb ik jou in vredesnaam kunnen vergeten, Mike?! Ik zal het nooit meer doen…

Wanneer we in de buurt van de havenhoofden komen word ik weer opgeroepen door m’n radiovriend. En weer komt er een ellenlang verhaal uit waar ik geen touw aan vast kan knopen. Hij blijft het uiterst geduldig en vriendelijk proberen, maar ik blijf maar aangeven dat ik er niets van snap. Ondertussen wordt mijn boot door de harde rivierstroming richting havenhoofd gezet en probeer ik tegen te sturen met één voet terwijl ik met mijn hoofd uit de wind naast de marifoon hang in een laatste poging er iets van te verstaan. Dit wordt hem niet, en als dit zo doorgaat mag ik straks nog een Mayday naar hem uitzenden omdat ik bijna bovenop de pier klap, dus ik besluit het gesprek gewoon maar af te sluiten. Bedankt, tot later.

De hint wordt begrepen, en even later hoor ik “Colombe, Colombe, this is Aveiro Port Control”. Ha! Slachtoffer-af. Ik ga er eens lekker voor zitten om te horen hoe Simon het er van af brengt. En tot mijn verbazing hoor ik hoe mijn grote radiovriend kort en bondig, en volkomen verstaanbaar, tegen Simon begint te praten. Wel verdorie…
Het binnenvaren van Aveiro gaat verder voorspoedig. Er liggen wat boten, en er komt een kleine tanker binnenvaren, maar na een paar keer op en neer varen over het Noordzeekanaal is Aveiro absoluut een makkie die me ook zonder marifoonbegeleiding prima was gelukt zonder in de weg te varen. Maar ach, een warm welkom was het wel.

Volgens de Reeds Almanac is Aveiro een mooi, authentiek vissersdorp dat met vele grachtjes aandoet als een soort mini-venetië. Aangezien ik nog nooit in Venetië ben geweest hoop ik al weken dat mijn reis me naar Aveiro zal brengen. Het is dus best jammer als blijkt dat de enige ankerplaats vier mijl van het dorp verwijderd is, en zich middenin een industriegebied bevindt. Op de palmbomen na doet dit gebied met z’n pieren, vuurtoren, vrachtvaart, lange zandstranden en vlak achterland me eigenlijk behoorlijk denken aan de Nederlandse kustplaatsen. 


Als we de ankerkom invaren word ik aangehouden door een meneer op een veerboot, die me in vlekkeloos Engels aanbiedt om aan te meren aan de pontoon die hij normaal gesproken gebruikt voor zijn ferry. Jeetje, wat zijn die Portugesen allemaal aardig! Toch besluit ik als ik de pontoon zie maar niet gebruik te maken van zijn aanbod. Ik heb mijn stootwillen (luchtkussens) en romp graag in de kleur wit, wat zeker niet gaat lukken als ik ze gebruik om afstand te houden tussen mijn boot en de oude, roestige kade. Ankeren dus. Wat een hele uitdaging blijkt tussen de vele motorbootjes en moorings (te herkennen aan een drijvende bal of lege waterfles aan het uiteinde van een dikke lijn die vastzit aan een betonblok o.i.d. die op de bodem ligt).

De volgende ochtend tijdens het ontbijt klinkt er van buiten een vrolijk “Mon amis!”. Een Portugese visser probeert in het Frans (?) duidelijk te maken dat Simon zijn ankerketting over zijn visnet heen heeft gelegd en dat hij zijn net nu niet meer kan ophalen. Oeps.  We besluiten dit maar gelijk als een aanleiding te gebruiken om voor het eerst sinds… eh… altijd eigenlijk… vóór de middag uit te varen naar onze volgende bestemming.

Na weer een dag en een nacht zeilen arriveren we in Peniche waar we wederom het anker uitgooien. Een leuk stadje waar we een paar dagen blijven liggen en van waar we rechtstreeks willen oversteken naar Lanzarote of Gran Canaria. Maandagochtend 27 november 05.00 uur (vroeg!!) zijn we helemaal klaar om te gaan. Dinghy weer leeggelaten en vastgesjord, en binnen alles zeevast. Precies wanneer ik op send druk om het smsje aan mijn ouders te verzenden waarin ik zeg dat we nu vertrekken komt Simon binnenlopen om te melden dat de barometer de afgelopen nacht 15 millibar is gezakt. Dat is niet goed, en dat was ook niet voorspeld. Direct uitvaren is dus niet slim, en we besluiten te wachten op de ssb-uitzendingen van die ochtend om nieuwe weerkaartjes binnen te halen. Die kaartjes laten zien dat er momenteel weinig spannends aan de hand is, maar óók dat de komende dagen het Laag dat bij de oost-kust van Amerika ligt zich verder gaat uitdiepen en in razend tempo onze kant op komt gestormd. Met een hoop tegenwind en wellicht storm tot gevolg. Dit brengt mij aan het twijfelen over de keuze om uit te varen. En als twijfel bij mij eenmaal gezaaid is kan ik net zo goed gelijk maar beslissen om het niet te doen…

WORDT VERVOLGD