Bericht uit de Algarve! Ik ben nog steeds in Portugal dus, en niet daar waar mijn initiële planning zegt dat ik zou moeten zijn; halverwege de Atlantic of zelfs al in de Caribean of Zuid-Amerika. Helaas. Maar ik kan er prima mee leven eigenlijk. Ik ben gestopt met stressen en jagen, en leef van dag tot dag.  Het feit dat ik al een tijdje op één en dezelfde plek lig, een plek waar wind en golven de boot niets kunnen maken, helpt ook een heleboel mee met de rust die ik heb gevonden.


In Sines (de tweede keer aldaar) was die rust er absoluut nog niet.

De boot zit vol mankementen die ik daar niet kan oplossen, het verplichte verblijf in de marina kost een hoop geld (€ 9,- per dag klinkt niet als veel maar kan mijn budget eigenlijk echt niet lijden) en ik maak me continue zorgen om de boot die ligt te trekken en duwen aan haar lijnen. We willen naar een plek toe zonder golven, zodat ik rustig mijn schades kan herstellen. De Algarve is op ruim 100 mijl afstand, veel tegenwind en zonder veilige havens langs de route er naar toe eigenlijk te ver voor mijn beschadigde mast. Daarom besluiten we terug te gaan in de richting waar we vandaan zijn gekomen, het noorden. Een mooi stuk zeilen over een mijl of  dertig brengt ons naar een indrukwekkende steile rotswand, waar we als we dichtbij genoeg zijn onder aan de rotswand het dorpje Sesimbre met haar witte huizen en appartementencomplexen kunnen ontwaren.

Zeilend Sesimbre tegmoet

Het is een leuk dorp met schattige klinkerstraatjes, vele restaurantjes en zoals in ieder havendorp staat ook hier een fort aan zee. Er hangt een heel relaxte sfeer, waarschijnlijk doordat de meeste mensen die er rondwandelen een dagje uit of vakantievierende Portugesen zijn. De ankerplek is vooralsnog rustig, alhoewel het niet zo beschut lijkt als dat we hadden gehoopt. Sesimbra ligt maar een klein stukje onder Lissabon. Een prachtige gelegenheid dus om tóch nog even een kijkje te nemen in de hoofdstad! We nemen een bus en daarna een ferry over de Taag, om een uurtje later midden in het centrum te staan. Rondwandelen, winkelen, koffie drinken, lunchen, gepofte kastanjes van een man achter een heftig rokend karretje kopen en ’s avonds uit eten; we zijn net echte touristen en hoeven ons even een dagje niet druk te maken om de boten.

Misschien hadden we dat eigenlijk wel moeten doen. Als we ’s avonds laat weer in Sesimbre aankomen en de kust in zicht is slaat bij ons allebei ons hart een tel over, en beginnen we zonder een woord tegen elkaar te zeggen langs de kust naar onze boten te rennen. Tenminste, naar de plek waar we ze achter hun anker hadden achtergelaten en waar we Simons bijbootje die ochtend het strand op hebben gevaren. Tijdens het rennen beukt links van ons de oceaan met een enorm geweld en lawaai tegen het fort en een stukje verderop het strand, om vervolgens metershoog de lucht in te spuiten. Waar is dat lieflijke strand en de rustige zee waar we vanmorgen langs wandelden?? De hele route hoor ik niets anders dan het gebeuk van de golven en die stem in mijn hoofd die me angstig aan het uitfoeteren is over het feit dat we de boten een hele dag alleen hebben gelaten in een halfopen baai. We hebben dan wel de weerberichten van tevoren aandachtig bestudeerd, maar ja... het gebeurt wel vaker dat het weer net wat anders is dan voorspeld. We zouden ondertussen toch wel moeten weten dat het weer nóóit 100% voorspelbaar is.


Als we dichterbij komen wordt de zee met dank aan de “breakwater” (een dam in zee) waar we deels achter liggen ietsje rustiger. Nog wat dichterbij kan ik áchter en gelukkig niet ín de branding twee heen en weer bewegende toplichtjes ontwaren. Pfff... wat een opluchting. We vrezen wel het ergste voor Simons bijboot - en daarmee onze kans om naar de boten te varen - die we slechts een stukje voorbij de scheidslijn van hoogwater hadden getrokken die ochtend. Als we aangekomen zijn zien we hoe de over het strand uitlopende golven met het bootje aan het spelen zijn, maar hem nog net niet mee hebben weten te slepen de zee op. Nóg meer opluchting. Nu nog op de boten weten te komen en checken of alles ok is.

Dat blijkt nog een hele uitdaging. De branding is achter de breakwater dan wel rustiger, maar voor een bijbootje van 2.30 meter geweldadig genoeg om het ons lastig te maken om droog van het strand weg te komen. Ik heb in Lissabon zojuist een - voor een “arme” zeiler - fortuin uitgegeven aan vervanging van mijn in het zware weer overleden netbook en mp3-speler, en wil deze natuurlijk droog houden. Met de electronica stevig ingepakt en onder mijn jas tegen mijn buik aangedruk ga ik in de bijboot zitten met mijn rug naar de golven, terwijl Simon – de stoere man – tot aan zijn middel de zee in waadt om de bijboot door de branding te krijgen. Bij een graadje of 5-10 buitentemperatuur voelt de zee niet eens zo enorm koud aan. Dat blijkt nog eens als een golf zich op mijn rug stort en daar uit elkaar breekt over de bijboot, mijn benen en alle tasjes met in Lissabon gekochte artikelen. Maar wonder boven wonder komen we de branding door zónder dat mijn netbook nat wordt.

De boten blijken gelukkig in orde, maar de dagen en nachten die volgen zijn nou niet bepaald van die dagen “waarvoor je het als wereldzeiler nou allemaal doet”. Golven en wind doen de boten gieren , stampen en rollen, en maken het klussen en slapen vrijwel onmogelijk. Continue is er de zorg om de boot en en het boegbeslag; gaat er niets stuk? Zijn we niet met anker en al door de baai aan het krabben? Op een ochtend worden we wakker om te ontdekken dat Simons boot een eind opgeschoven is en vlakbij de branding en nabij een strekdam ligt. Naast de boot zijn golfsurfers zich uitbundig aan het uitleven. Nadat Simon het anker heeft gelicht om de boot terug te brengen naar de initiële ankerplek trekken de surfers massaal naar het plekje toe waar de Colombe net nog lag, waarschijnlijk foeterend op de boot omdat die zich had genesteld op dé spot om de mooiste surfgolven te pakken.

Zware golven en surfers voor de boot in Sesimbre

Simon gooit zijn anker weer uit en blijft doorbikkelen in de golven, maar ik geef mezelf gewonnen en druip af naar de marina. Ik heb een mast en verstaging (de staalkabels die van mast naar dek lopen om de mast overeind te houden) te fixen. De service en ligging van de marina ten opzichte van het stadje zijn beroerd, maar de faciliteiten zijn goed en eenmaal aangelegd ligt de boot als een huis. Zowel het water als de wind zijn hier doodstil, met dank aan de enorme breakwater waar de marina achter verscholen ligt. Hier is het een eitje om de mast in te klimmen om mijn achterstag los te maken. De achterstag is te lang (geworden). Ik wil eigenlijk alle stagen vervangen (wat ik in Nederland eigenlijk al had moeten doen), maar verwacht hier in Portugal niet een tuiger te kunnen vinden die nieuwe verstaging voor me kan maken. Dus daarom wil ik voor nu maar de huidige achterstag inkorten, zodat ik daarmee verder kan zeilen en op zoek kan naar een tuiger. Tegen alle verwachtingen in vind ik in Sesimbra iemand die mij kan helpen met het inkorten. In heel Spanje en Portugal is het tot op heden nog geen enkele keer gelukt om iets voor elkaar te krijgen voor de boot, maar hier in Sesimbra blijkt op slechts 200 meter van de ankerplek van onze boten het bedrijfje Multiboats te zitten. De sympathieke eigenaar slijpt een stuk van mijn stag af en regelt een “instant” terminal. In plaats van aanwalsen wat tuigers doen kan ik nu zelf een oog op het einde van de stag sleutelen en hier mijn spanner aan vastmaken.

Ik heb er expres zo lang mogelijk over gedaan, maar als mijn achterstag er weer op zit en ik mijn zoute matrassen heb uitgespoeld met zoet water heb ik geen excuses meer om niet terug te gaan naar de ankerbaai. Ik kan het me echt niet permitteren om langer in de marina te blijven liggen en gooi mijn anker weer uit naast de Colombe. Gelukkig is de zee wat rustiger geworden en is er iets meer mogelijk dan alleen maar beroerd op de bank liggen – het tijdsverdrijf van Simon van de afgelopen dagen.

Op kerstochtend besluiten we onszelf te trakteren op rust en zorgeloosheid; we varen de marina (weer) in. ’s Avonds maken we ons op om uit eten te gaan. Ons beider ouders hebben als kerstkadootje geld gestort om lekker van te eten :-) Op de Italiaan in Lissabon na wordt dit de eerste keer sinds het vertrek uit Nederland dat we buiten de deur dineren, en we kijken er allebei al dagen naar uit. Eerder al hebben we rondgevraagd naar een restaurant waar ze ook een vegetarische maaltijd kunnen maken en aldaar gechecked of ze de 25e open zijn. Bij een temperatuur van tegen het vriespunt, een zomerse rok en voor het eerst sinds vertrek een paar pumps met hakken aan strompel en bibber ik het half uur van de marina naar het stadje. Om daar voor een dichte, donkere deur te staan. En bedankt voor de reservering... Ook alle andere restaurants zijn gesloten. We lopen (/strompelen) dus weer terug naar de boot, waar we dan maar aan het kokkerellen slaan en geimproviseerde hapjes in elkaar draaien. In pyamabroeken, sloffen en fleece storten we ons op de hoogstaande werkjes die zorgvuldig zijn gerangschikt in charmante tupperware bakjes en op plastic borden. Simon heeft het afgelopen half jaar nog twee wijnglazen van echt glas in leven weten te houden, dus het wordt nog een chique boel ook.

Kerst 2010 op de Colombe

Na de Kerst ga ik aan de slag met het afkitten van de houten voetlijst die over het lekkende potdeksel heen gebout zit, in de hoop op die manier de meeste lekkage in de boot te verhelpen. Simon gaat ondertussen op zoek naar de Decathlon. Hij wil een rugzak, omdat hij het zat is om zijn handen te verpesten aan snijdende plastic boodschappenzakjes. Op weg naar Lissabon heb ik een groot bord van de sportwinkel Decathlon langs de weg zien staan met de vermelding “nog 3 minuten”. Na een uitgebreide bestudering van Google Maps gaat Simon op pad. Een hele middag kitten later zie ik hem weer veschijnen. Met een lege rug en een plastic boodschappentasje met brood in zijn handen. Hij heeft de Decathlon niet kunnen vinden. Maar Simon heeft volgens mij nog nooit in zijn leven iets opgegeven, dus de volgende ochtend staat hij extra vroeg op om een volgende poging te wagen. Dit keer zullen ze hem niets maken: met handheld GPS en de Google Maps-coördinaten in de aanslag gaat hij vol goede moed weer op pad. Met de kitspuit en afplaktape in mijn handen wens ik mijn zeerot veel sterkte. Helaas komt hij er in de bus achter dat Google Maps een ander coördinatensysteem hanteert dan zijn GPS, en dat de batterijen in zijn GPS uberhaupt leeg zijn...

Maar... weer een hele middag kitten later komt hij terug en wijst trots naar zijn rug; een rugzak! Het had wat voeten en 2,5 uur stevig doorwandelen in aarde, maar hij heeft de Decathlon gevonden. Behalve de Decathlon heeft Simon ook wat meer informatie over het Portugese leven gevonden. Tijdens onze trip zuidwaarts langs de kust zijn wij alleen maar in kustplaatsjes geweest. Veel Portugesen spreken daar Engels, de meeste huizen zijn netjes onderhouden en iedereen ziet er verzorgd en modieus uit. We vermoedden al wel dat bijvoorbeeld de meeste vissers er wellicht een andere levensstijl op na zouden houden, en ik had wel vaker gehoord dat Portugal op de rand van een faillissement stond en er veel armoede heerst. Maar die omstandigheden hebben wij tot nu toe nergens kunnen ontwaren. De Decathlon echter bevindt zich ten zuiden van Lissabon, in een stadje dat eigenlijk meer een buitenwijk van Lissabon is. Slechts één wijk rest Simon nog om van de bushalte naar de Decathlon te komen. Smoezelige kleine huisjes met golfplaten daken zijn er de norm. Dat is gek om te zien in een Westers land, maar vooral het feit dat er auto’s op de onverharde wegen stonden die qua waarde de huizen waar ze voor staan vele malen overtreffen deed Simon besluiten toch maar een uurtje of twee om te lopen. Later zullen we ook in zuidelijker gelegen touristische plaatsjes op kleine schaal dit soort armoedige taferelen tegenkomen. In Alvor bijvoorbeeld kom ik na een wandeling door de heuvels uit op een onverharde straat waar kippen, eenden en honden door elkaar heen krioelen, de straat vol staat met uit elkaar vallende auto’s en de helft van de huizen afgedicht zijn met golfplaten. Het is zacht uitgedrukt cru om bij het uitlopen van de straat recht tegen een enorm bord aan te lopen met afbeeldingen van super de luxe vakantieappartementen die te koop staan.

We zijn al het gestuiter op de golven en vooral de zorgen die dat met zich meebrengt zat, en besluiten Sesimbre te verlaten en op zoek te gaan naar een rustigere ankerplek. Daarnaast heb ik nog weer een nieuwe schade aan mijn mast ontdekt: een kromgetrokken zalingpot en daardoor een deuk in de mast. Van de top van de mast gaan twee zijstagen (staalkabels) naar het dek. Om meer “arm” te creëren om de mast in het midden te houden steken er halverwege de mast twee aluminium buizen naar buiten om de stagen naar buiten te duwen. Dit zijn zalingen, en die zitten middels een zalingpot vast aan de mast. Om deze zeer verontrustende schade te repareren heb ik voorzieningen nodig, en die zijn in deze omgeving niet te vinden. Middels wat uitzoekwerk en diverse mailtjes met mensen die bekend zijn in de Algarve besluiten we daar naartoe te gaan. Daar schijnt zich een bloeiende zeilscene te bevinden en zouden er diverse werven moeten zijn voor reparaties.

We maken de boel dus weer klaar voor een nachtelijke zeiltocht en varen uit. Bijna 24 uur later zijn we door tegenwind en windstilte nog geen 10 mijl van Sesimbra vandaan gekomen. We besluiten het bijltje er maar weer bij neer te gooien, en keren om. In plaats van terug naar Sesimbra gaan we naar de 10 mijl verderop gelegen stad Setúbal. Dat ligt aan een grote rivierdelta, afgesloten door een lange landtong. Bij het naar binnen motoren blijkt het afgaand tij een enorme tegenstroom te creëren, en daarmee een vervelende klotsbak. We komen er niet tegenin, en gaan buiten een paar uurtjes wachten op het kenteren van het tij. Tijdens het wachten klets ik wat met Simon over de marifoon, wanneer ik vanuit mijn ooghoek opeens iets achter de boot vandaan zie schieten. “Simon nee!! M’n windvaan!!!” gil ik door de marifoon, dwars door het verhaal dat hij net aan het vertellen was heen. Even later realiseer ik mij dat hij me daardoor dus helemaal niet heeft kunnen horen, en gil ik nog een keer door de marifoon dat hij naar me toe moet komen. Samen gaan we op zoek naar de paddle (het onderwatergedeelte) van mijn windvaan. Ik heb hem in twee stukken zien wegdrijven met de stroming mee. Een windvaan is voor een solozeiler naast de romp, mast en zeilen het belangrijkste onderdeel van de boot. Zonder kan ik mijn reis niet voortzetten. Gelukkig weet ik al redelijk snel de paddle terug te vinden, en begin ik het grootste deel uit het water te vissen terwijl Simon achter het kleine stukje aan gaat. Sjonge jonge, is er dan nooit eens een stukje zeilen waarbij er niets stuk gaat? Mijn navigatieverlichting in de top van de mast heeft het vanacht ook al begeven.

Na de windvaan-episode is het tijd om naar binnen te varen, en gaan we voor anker nabij de vissershaven in de stad in 15m diep water. Dit blijkt geen goede zet. ’s Nachts wakkert de wind aan en draait naar de verkeerde richting. De wind krijgt de kans om over de hele lengte van de delta de golven op te stuwen, waardoor het weer een naar stuiteren en rukken aan de ketting wordt. Met het ankerop gaan slaat mijn electrische ankerlier op hol en brandt de zekering door, waardoor ik de rest op de hand moet binnenhalen. Wat geen makkie is op 15m diepte. Op een zeer kort, onoplettend momentje drijft mijn boot op de stroming weg, recht op Simon en zijn boot af. Mijn anker haakt achter zijn ankerketting, en vrijwel direct zitten we allebei muurvast. Veel langere, zeer beangstige momenten volgen, met een heleboel geruk aan kettingen, tegen elkaar aan gestuiter op de golven en een ontzagwekkende rotskust die vééls te dichtbij begint te komen. En héél veel zelfverwijt, de me bijna verlamt om nog te handelen. Op de één of andere manier komt Simon net op tijd opeens los en vaart snel van mij en de rotskust weg, zodat we allebei onze kettingen verder in kunnen halen.

Aangedaan van de schrik en nog steeds vol zelfverwijt vaar ik stilletjes naast Simon en de Colombe naar de overkant van het water. Ik baal van de fout die ik zojuist heb gemaakt waardoor ik Simon en zijn boot in gevaar heb gebracht, en van het feit dat mijn mast en windvaan serieus beschadigd zijn. Ik vraag me af waar ik mee bezig ben. Links van me echter lacht Simon me bemoedigend toe en lijkt het avontuurtje van zojuist alweer vergeten te zijn, terwijl rechts van me de landtong waar we langsvaren een prachtig uitzicht op een duinlandschap met bijzondere vegetatie en kilometerslang wit zandstrand biedt. Verrassend! Tegen de tijd dat we twee uur moteren later bij de ankerplaats zijn aangekomen is ook bij mij de meeste schrik uit mijn lijf verdwenen en heb ik kunnen genieten van het mooie uitzicht. Na het neerlaten van de ankers gaan we op verkenningstocht. Zoals iedere keer na aankomen op een nieuw ankerplaats is het weer een feestje om naar de kant toe te kunnen om onze nieuwe omgeving te verkennen. Heerlijk. Helaas is de schoonheid die we vanaf het water mochten aanschouwen hard aan het verdwijnen door een grote hoeveelheid bouwwerkzaamheden en de gigantische villa’s die er staan. Als je het lange zandstrand en het zoute water weg zou denekn is het hier net de Baambrugse Zuwe in Vinkeveen; volgens mij volledig in beslag genomen door de BP’ers; Bekende Portugezen.

De volgende dag pas durf ik mijn windvaan te bekijken, en blijkt alleen maar de borging waarmee de paddle aan de rest van de windvaan vast zit verdwenen te zijn, waardoor hij los heeft kunnen komen. Dat is zo vervangen. Wel is er een hoek van de paddle afgebroken. Gelukkig is het slechts de hoek die boven de waterlijn uitsteekt, en zou ik het weer aan de rest van de paddle kunnen lamineren of gewoon zo verder varen. Wat een mazzel, vooral ook dat het is gelukt de paddle weer terug te vinden in de sterke stroming en de klotsbak die het voor de ingang van de rivierdelta was!

Na een verblijf van bijna een week nabij Setúbal zijn de weersomstandigheden pas dusdanig dat we de vaartocht naar de Algarve kunnen aanvangen. Helaas valt dit exact gelijk met oudjaarsavond. Aangezien het goede weer slechts twee dagen aanhoudt besluiten we maar gewoon te gaan. Feest of geen feest. Dat blijkt een uitstekende zet. Op wat vrachtschepen na die Setúbal verlaten blijkt er geen enkel ander schip op het water te zijn. Alle vissers zitten blijkbaar aan de Portugese variant van oliebollen, want de hele zee is zwart; nergens van die lichtbakken die we ondertussen zo gewend zijn overal om ons heen te hebben langs de Portugese kust. Tussen de nutteloze rondkijkmomentjes die ik braaf iedere 10-15 minuten houd door kijk ik ’s avonds een film onder de olielamp, en hou het met moeite wakker tot twaalf uur ’s nachts. Op dat moment zitten we net iets voorbij Sines, en heb ik de eer om één enkele vuurpijl de lucht in te zien gaan. Waarschijnlijk de lokale Chinees ofzo. Of misschien heb ik de rest gewoon niet gezien. Ik blijf namelijk redelijk angstvallig vóór me kijken in plaats van schuin achter mij; veels te bang dat het lot weer bepaalt dat we op de één of andere reden moeten uitwijken naar Sines. Brrrr....

Na Simon over de marifoon een gelukkig nieuwjaar te hebben gewenst val ik 00.05 uur in slaap om vervolgens tot acht uur ’s ochtends te slapen. Uiteraard wel onderbroken door vier keer per uur een frisse neus boven de buiskap om te checken of er nog steeds niets te zien is, maar het is heerlijk om zo’n lange tijd achter steeds weer in slaap te mogen vallen en niet te hoeven wachten tot ik de koers en snelheid van een lichtschijnsel aan de horizon heb kunnen vaststellen. Na een paar kwartiertjes slapen heb ik niet meer dan één seconde nodig nadat mijn hoofd het kussen raakt om weer in slaap te vallen.

Een vlekkeloze, heerlijke zeiltocht van net iets meer dan 24 uur later komen we aan in Alvor in de Algarve. Het zeilen ging vlekkeloos en met een voor mijn boot zeer mooi tempo, en het allerbelangrijkste: alles wat nog niet stuk was is heel gebleven! Deze tocht had ik héél hard nodig. Mijn zelfvertrouwen en plezier in het zeilen hebben een boost gekregen, en voorlopig kan ik er weer vol goede moed tegenaan.

De Algarve is ontzettend toeristisch. Op dit moment is het nogal verlaten omdat het winter is, maar het is overduidelijk dat hier alles en iedereen drijft op het toerisme. Op vakantie met eigen boot dus, in plaats van op reis.  Maar ik vind het allemaal allang prima. In Portimao heb ik een bedrijf gevonden die de deuk vrijwel volledig uit mijn mast heeft geklopt, mijn zalingpotten heeft gericht en plaatjes heeft gemaakt in de ronding van mijn mast die nu over het beschadigde gebied gepopt zitten ter versteviging. Daarnaast wordt er momenteel door een tuiger gewerkt aan nieuwe verstaging, gelijk maar in een maatje dikker dan mijn huidige verstaging. Er blijken dus wél tuigers in Portugal te zitten!

Ik hoop met een paar weken volledig klaar te zijn om mijn reis weer te vervolgen. Dit zeg ik met “my fingers crossed”. Je weet natuurlijk nooit wat het lot mij en/of Simon weer op ons pad zal leggen...