15 april 12:30 uur
Gisteren was een mooie dag. Ondanks het feit dat aan het einde van de ochtend de wind weg viel na een nacht varen door een lucht vol squalls. Door de draaiende winden in de squalls zat ik opeens 5,5 mijl bij Simon vandaan.
(Een squall is een zeer lokale bui. Een donkere wolk waarin regen, extra wind en windshifts kunnen zitten. Het kan gebeuren dat ik onder een wolk zit zonder wind schuilend voor water dat met bakken uit de lucht komt storten, terwijl Simon een mijl verderop in een flinke stoot wind opeens volledig de andere kant op wordt gezet.)


Kleine, onschuldige squall

Terugblik op 14 april – die mooie dag
De wind is weggevallen en blijft weg. Ik besluit Simon op te gaan zoeken. Ik moet er anderhalf uur voor motoren en op de hand sturen (ik haat sturen!), maar in mijn achterhoofd borrelt er een plannetje op die het motoren de moeite waard maakt. Het moet toch mogelijk zijn om bij elkaar aan boord te komen... Door de hoge deining is de boten naar elkaar toe sturen en gewoon overstappen niet zo makkelijk. De windvanen mogen onder geen beding stuk hier. En de deuk in mijn mast in Portugal is waarschijnlijk ontstaan doordat onze zijstagen en zalingen in elkaar zijn gehaakt. Daar heb ik liever geen herhaling van midden op de Atlantische Oceaan. Maar door het water naar elkaar toe kan natuurlijk wel. Behalve dan dat ik een beetje een mietje ben en er niet zo heel erg naar uit kijk om te gaan zwemmen. Simon ligt al een tijdje te dobberen op dezelfde plek met zijn boot; wat nou als er een joekel van een vis is die al een tijdje dat voor hem enorme drijvende gevaarte in de gaten aan het houden is? Van de week nog zag ik twee enorme vissen met mijn boot meezwemmen. En ik heb verhalen gelezen over mensen in reddingsvlotten die omdat ze stilliggen grote vissen om zich heen krijgen cirkelen. Die vissen (en haaien?) vinden om de één of andere reden zo’n reddingsvlot interessant en laten dat zien door continue aanloopjes (aanzwemmetjes) te nemen, en dan hard met hun kop tegen het doorhangende deel van de bodem van het vlot te beuken; inderdaad – daar waar de schipbreukeling ligt dus. Wat zullen ze doen met een heel lichaam dat zich open en bloot in de oceaan bevindt? Opeens bedenk ik mij dat ik nog een Intertoys luchtbed aan boord heb. Ik weet het zowaar te vinden en blaas het op. Hmm... die is overduidelijk bedoeld voor kleine kindertjes en gaat me zeker niet droog naar de Colombe brengen. Maar de verveling en de behoefte aan het zien en spreken van een ander menselijk wezen wint het ruimschoots van het mietje in mij, dus ik besluit het erop te wagen. Ik gooi vanaf de boeg een lijn naar Simon, en langs die lijn spartel ik op het (zinkende) luchtbedje naar hem toe; midden op de Atlantic op de koffie bij de buurman :-)

Op bezoek bij de buurman

Eenmaal aangekomen op de Colombe wordt de blijdschap om elkaar weer te zien direct overstemd door de zorg voor beide boten; mijn boot blijft maar naar ons toe drijven en moeten we constant van de Colombe afduwen. Ik weet echt niet wat dat is met die aantrekkingskracht tussen die twee... Uiteindelijk besluiten we over te stappen op de North Wind en de Colombe los te gooien en aan zijn lot over te laten midden op deze gigantische oceaan. Dat moet een bizar gevoel zijn geweest voor Simon. Maar zolang we met mijn boot in de buurt blijven kan er in principe niets mis.
Het is heerlijk om uitgebreid met Simon te kunnen praten, zonder het gekunstelde van de marifoon tussen ons in. Het is naturlijk heel erg fijn om tijdens de reis radiocontact te kunnen hebben, maar doordat je nooit allebei tegelijk kunt spreken en moet wachten tot de andere de spreekknop loslaat is het wel wat onnatuurlijk en ontstaan er heel vaak misverstanden. Bij mij in de kuip praten we uren lang over onze reis, toekomstplannen, het samen zeilen, etc. Het is duidelijk dat het ook Simon tegenvalt, oceaanzeilen. Vooral het voor de wind varen en het bijbehorende rollen vindt hij afschuwelijk, misschien dat hij het anders zou ervaren bij aandewindse koersen. Maar dat zit er (gelukkig voor mij) tot pak ‘m beet Fiji niet in; de passaat zorgt dan voor voor-de-windse koersen. We spreken er zelfs over niet het Panama-Kanaal door te gaan en in plaats daarvan een “uitgebreid rondje Atlantic” te doen. Allebei willen we heel graag naar de landen in Midden-Amerika, het slurfje tussen Noord- en Zuid-Amerika. Dat zou voor mij wel betekenen dat ik Fiji en de overige eilanden in de Pacific los moet laten, en voor Simon dat hij het bezoeken van zijn ultieme bestemming, Nuie bij de Cook Islands, moet laten schieten. We besluiten dan ook maar dat soort beslissingen beter nog een paar maanden uit te stellen, tot deze oversteek een tijdje achter ons ligt en we er een neutraler beeld over kunnen vormen.
Na heel veel praten, knuffels en een alcoholvrij biertje (die op zee prima smaakt Herman. Maar ja, ik ben dan ook een mietje... ;-)  ) met feta en olijven vaar ik Simon tegen de schemer op de motor terug naar de Colombe. Eenmaal daar vindt een groep enorm grote dolfijnen met een schimmelachtige huid het maar interessant, twee van die drijvende gevaartes naast elkaar. Midden op de oceaan geen vrolijk dartelende “Flipper look-a-likes”, maar ruige, geharde dieren. Ze blijven steeds tussen de boten door zwemmen. Simon besluit het mietje in hem vandaag maar even te laten zegevieren, en laat mij mijn boot tot praktisch tegen de Colombe aan navigeren zodat hij zonder nat pak en zonder uit te vinden wat mid-Atlantische dolfijnen van een mens in het water vinden over kan stappen naar zijn eigen boot. Ik geef hem groot gelijk...

Vervolg 15/4
Vanacht hebben we na de ontmoeting nog de hele nacht stilgelegen, en sinds het eerste licht zeilen we weer met drie knopen. In een gekke wind, die deze ochtend van noordwest naar zuidzuidwest is gedraaid – precies tegenovergesteld van waar hij hier vandaan zou horen te komen.
Het slapen vanacht was lekker! De boot lag redelijk stil, en ik ben weer eens een tijd door de wekker heen geslapen. Stom! Maar wel fijn... Totdat ik naar buiten ging en “een lampje teveel” zag. Een boot! Hij bleef op afstand, maar een uur later verscheen er nog één op de AIS. Waarom laten ze ons niet met rust?

Hoe dan ook, ik ben na het bezoekje van Simon weer blijer. Het voelde als een onaagekondigde, heerlijke middag vrij. Ik hoop dat ik er weer minimaal een week op kan teren.

19.30 uur
Hmmm, misschien heeft het bezoekje het allemaal ook juist wel lastiger gemaakt. Vanmiddag ben ik weer weggezakt in emotioneel gedoe en gedenk.


17 april

Twee dagen later. Nog steeds een emotioneel wrak, maar niet meer zo erg als toen. Alhoewel het komt en gaat. Het is vervelend om te twijfelen aan of ik er goed aan heb gedaan deze oversteek te maken. Misschien wil/durf ik niet meer terug over te steken, en/of niet meer verder de Pacific op. Maar spijt hebben is dom. Dit plan zat in me, moest ik doen.

Gisteren en de nacht ervoor hebben we tegenwind gehad. We hebben opgekruisd maar elke keer draaide de wind mee en drukte ons nog verder van de juiste koers af. Heel frustrerend. Sinds gisterenavond hebben we een tijdje 230-250 graden kunnen varen (St. Vincent ligt op 275 graden), maar nu is de wind weer verder afgezwakt en is het slechts 210 graden.
De SSB-weerkaartjes beloven in ieder geval wel beter weer. We zitten nu linksonder (ZW) in een Laag dat zich ophoudt ten westen van de Canarische Eilanden en een stukje ten noorden van de Kaapverden. We moeten nu ieder moment het naastgelegen Hoog in varen. Is de theorie...
Nog 1900 mijl te gaan, 900 mijl van Las Palmas verwijderd. We zitten dus op 1/3. Ik kijk echt uit naar het moment dat we halverwege zijn. Dan wordt het eindelijk echt aftellen!



Passages uit een email aan een vriend
...Mijn gedachten en emoties vliegen alle kanten op. Het is zo’n belachelijke overvloed aan oceaan, aan te maken mijlen, en aan tijd om na te denken. Ik mis alles en iedereen, en heb geen idee wat ik wil met mijn leven. In de nabije toekomst, en de verre toekomst. Ik heb het gevoel dat ik nu keuzes moet maken, terwijl dat waarschijnlijk helemaal niet verstandig is in deze natte, zoute woestijn. Gedachten en ideeën zijn momenteel waarschijnlijk helemaal niet realistisch, worden getriggerd door de gevangenschap waar ik me in bevind. Het klinkt gek, dat ik het een gevangenschap noem omdat ik dit zelf heb gekozen / me heb opgelegd. Toch voelt het wel zo. Terug gaan is door tegenwind en tegenstroom geen optie. Doorgaan is het enige wat kan, maar ik kan de tijd niet sneller laten lopen en de wind niet harder of uit een betere hoek laten waaien. Het voelt niet als doorgaan, het voelt als wachten. Wachten wachten wachten. Ik ben echt volledig overgeleverd aan de omstandigheden, terwijl ik geen flauw idee heb wat die me gaan brengen en hoe lang alles nog gaat duren. Bizar gevoel is het. Frustrerend. Terwijl ik juist altijd had gedacht dat exact dát juist het mooie hieraan zou zijn. Jezelf over kunnen geven aan de situatie is waarschijnlijk de enige manier om dit voor langere tijd vol te houden en ervan te kunnen genieten. Ik hoop dat het mij nog gaat gebeuren... Op dit moment word ik in ieder geval heen en weer gesmeten tussen dankbaarheid dat ik het voor elkaar heb gekregen dit te kunnen doen, en enorme spijt dat ik het daadwerkelijk heb gedaan.

Ondertussen is het een paar dagen geleden dat ik bovenstaande typte. Denk ik. De perceptie op tijd is volledig kwijt. Dingen die gisteren gebeurden lijken weken geleden, en iets van een tijd terug lijkt gisteren nog te zijn gebeurd. Het is ook eigenlijk helemaal niet belangrijk, wat wanneer gebeurde. Gebeurtenissen vloeien in elkaar over. Als ik ooit nog eens aan die overkant aankom is het niet meer belangrijk wat wanneer gebeurde... De eindeloze uren, dagen, van het lezen van boeken, het kijken van films, het controleren van zeilen en scheepvaart, het kijken naar dolfijnen en vliegende vissen, het turen naar en meebewegen met de golven... het zal straks één geheel zijn, één grote gebeurtenis, en niet de vier of misschien wel zes keer zeven dagen van de week waar ik mezelf doorheen probeer te worstelen. Gelukkig voel ik me nu iets beter dan toen ik het eerste stuk van deze mail tikte. Mijn stemmingen gaan nog steeds op en neer, maar een stuk minder heftig dan eerder deze week nog. Het is ook niet meer zo dat ik iedere filmscene, tekstregel of songtekst op mijn eigen leven aan het projecteren ben; dat was echt gekmakend. Of misschien komt dat omdat momenteel de veels te simpele liedjes van Nick en Simon voorbij komen op mijn mp3-speler, haha. Niet mijn reguliere muzieksmaak, maar ik heb ze erop gezet destijds in Nederland met het idee dat het misschien leuk zou zijn om af en toe iets écht Nederlands te horen. Ik geloof dat ik me langzaam over begin te geven aan de situatie, en kan steeds vaker genieten van kleine, mooie oceaanmomentjes. Ik kan eindelijk (meestal) accepteren dat het geen zin heeft om na te denken over of het wel verstandig is wat ik doe; ik ben onderweg, en uitwijkmogelijkheden zijn er niet. Doorgaan dus. En dat is uiteindelijk natuurlijk ook gewoon wat ik wil, ook al leek ik daar de afgelopen twee zeilweken wat anders over te denken.

[...] Ik vind het jammer dat ik niet wat interessante literatuur bij me heb. Mijn brein zou absoluut kunnen doen met wat intelligente prikkels, maar ik heb alleen maar van die simpele romans mee. Best lekker hoor, maar 24/7 is eigenlijk too much. Ook voel ik me schuldig dat ik hier mijn tijd zit te verdoen met niets. Ik zou een businessplan moeten schrijven, oplossingen vinden voor grote vraagstukken uit het leven, whatever. Als het maar zinniger is dan het weggooien van de dagen zoals ik nu aan het doen ben...

WORDT VERVOLGD