De tweede week op de oceaan staat na de dagen van zware wind mee in het teken van kalmtes en zelfs tegenwind. Aan de ene kant is het feit dat ik niet vooruit kom ontzettend frustrerend. Het voelt als een gevangenschap, ik ben volledig overgeleverd aan de elementen en wat ze voor me in petto hebben. Iedere dag zonder wind is een verplichte extra dag op de oceaan.


Colombe dobbert op een windloze vlakte

Aan de andere kant is het heerlijk dat de oceaan zoveel rustiger is dan de week ervoor. De uurtjes dat er toch weer wat wind staat en we rustigaan vooruit gaan, al is het dan misschien niet helemaal in de juiste richting, zijn vaak heerlijke momenten. Dan is het zeilen op de manier waarop ik had gehoopt dat het de hele oversteek zou zijn (ik weet het, ik weet het, dat was irreëel, wishful thinking). Soms word ik vergezeld door een enorme groep dolfijnen. De zon schijnt vaak en veel en maakt het oceaanwater zo onvoorstelbaar diep blauw. Prachtig.

Relaxed zeilen

18 april 21.45 uur
Soms kan het leven op de oceaan ook prachtig zijn. Het zijn maar korte, snelle momenten, maar ze zijn intens mooi. Ik hoop dat die korte momenten blijven straks, en die lange momenten van niets, van verveling en van hopeloze gedachtendwalingen zullen vervagen uit mijn herinnering. Ik heb net de zonsondergang beleefd, gezeten onder de mast op de opgevouwen bijboot. De boot heeft eindelijk weer genoeg wind om de zeilen gevuld te houden en ploegt zich inclusief alle overbelading een weg over de immense oceaangolven. Enorme muren zijn het, de golven. Gelukkig is de afstand tussen de golven groot, waardoor de boot er nauwelijks last van ondervindt. De wind is fris maar net niet te koud. Ik kan nu dag en nacht in een hempje buiten zitten; m’n armen worden al lekker bruin! Volgens mij zag ik net mijn eerste vliegende vis langsvliegen...

Zonsondergang Atlantische Oceaan

19 april
Het is oneerlijk. Eerst wordt de passaat van je afgenomen, en wat krijg je er vervolgens voor terug? Squalls! Volgens Jimmy Cornell
(de schrijver van World Cruising Routes, waarin veel oceaanoversteken worden beschreven) is dat gebruikelijk als de passaat weg valt, en betekent het dat de passaat weer terug zal komen. Hoe lang de squalls duren voor de passaat terug is wordt niet genoemd. Ik geloof dat we er een nacht of twee geleden ofzo al een paar hebben gehad, en afgelopen nacht zat er vol mee. Het was echt een aaneenschakeling van buien en draaiende winden. Van 0 tot 25 knopen wind erin. Het duurt nog steeds voort, ook al is het al 10.30 uur. Normaal verdwijnen ze snel na zonsopkomst. Ik ga maar weer even naar buiten, er hangt weer een donkere wolk voor de boeg. Op deze manier blíjf ik reven en ontreven...

Zal het van het weekend Pasen zijn geweest? Dat valt normaal rond deze tijd, toch? Zondag kletterde een doosje met een half dozijn eieren uit het net boven de hangkast. De hele vloer en kast onder het glibberspul. Het stinkt nu naar rottende eieren. Yugh. Ik geloof trouwens niet dat de rest van de eieren nog op gaan raken. Ik heb er pas twee gegeten de afgelopen 13 dagen...

21 april 22:15 uur
Het is donker. De maan is nog niet op. Op wat wolken aan de horizon na (die hier permanent aan de horizon lijken te staan) is de hemel helder en staat vol met sterren. Ik sta met mijn blote voeten in de kuip, me vasthoudend aan de beugel van de buiskap. De boot schuldt wild heen en weer terwijl hij wordt voortgesleurd door de zeilen. Door het geweld van de romp die door de enorme golven wordt getrokken lichten er overal rond de boot fonkelende plekken op van verstoorde, fosforiserende organismen. Het licht van de sterren reflecteert op de witte kammen die her en der verschijnen op golftoppen. Het is een surreëalistisch tafereel. Alsof het niet echt gebeurt. Alsof ik slechts in mijn droom letterlijk middenop een enorme oceaan sta.

Simon denkt dat het vandaag nog 13 dagen zeilen is tot ons anker valt. Ik hoop dat hij gelijk heeft, maar ik zeg 18. Als ik gelijk krijg zouden we er in totaal 33 dagen over doen.


Hmmm.... als ik nu vanuit de Caribean terug kijk op bovenstaande had ik bij nader inzien misschien niet voet bij stuk moeten houden bij dat totaal van 33 dagen. Het lijkt wel alsof het lot zich ernaar is gaan gedragen, en de boel expres heeft gesaboteerd om mooi op die 33 uit te komen...

23 april
De afgelopen dagen waren zwaar zeilen. Niet bizar veel wind, maar een ruige zee met heel veel squalls. Ik geloof de nacht van 21/4, dat er toen heel veel squalls ontstonden, soms met 30-35 knopen erin. De volgende ochtend vond ik de spiboomoograil half opzij hangend aan de mast. Behalve de eerste twee bouten die aan het begin van de oversteek al uit de mast kwamen zetten steken nu ook de resterende vijf bouten half naar buiten. Niet goed. Eerst nog wat sesjord met spanbandjes rond de mast en de rail, maar dat is natuurlijk geen oplossing. Met Simon wat gebrainstormd over de marifoon over een noodoplossing met behulp van touw, en hij kwam al vrij snel met het superidee om een lijn te spannen van rond de mast naar een kikker op de punt. Met de constrictorknoop heb ik de lijn om de mast gebonden, en vlakbij de mast zit nu een alpenvlinder, een lusje waarin ik de kop van de spiboom kan pikken. Werkt perfect!

Noodoplossing spiboomoog

Ik heb net Simon opgeroepen voor een kletspraatje, maar geen gehoor; wat zal er zijn? Hij zit iedere ochtend te grappen dat hij met z’n koekepan over dek gaat op zoek naar dode vliegende vissen. Vanmorgen pas lagen ze er echt! Bij mij dan. Ik had er vijf op het voordek en één in de kuip. Je kunt goed zien dat ze hebben liggen spartelen, want overal zitten schubben. Bah. Het lijkt wel alsof ze vastgelijmd zitten aan dek. Vooral de vleugels plakken. Als ik de vissen (terwijl ik kotsneigingen onderdruk) oppak scheuren de vleugeltjes af en blijven gewoon aan dek liggen. Ik ga Simon nog eens proberen. Hij zou toch thuis moeten zijn...

Vliegende vissen aan dek

Simon blijkt inderdaad op het voordek te hebben gezeten toen ik hem de eerste keer opriep. Hij is vegetariër, maar sinds het begin van de oversteek wel vast van plan om de vliegende vissen met “maatje ontbijt” die dood aan dek liggen in de koekenpan te stoppen en op te eten. Zoals wel vaker tijdens oversteken wordt het Simon echter enigszins oneerlijk toebedeeld wat betreft ontmoetingen met zeebeesten rond (en op) de boot...

Vliegende vis voor ontbijt

Iedere dag hou ik om 12 uur UTC (iedere 15 lengtegraden zet ik de klok met lokale tijd een uur terug) mijn positie bij op de kaart. Ik kijk er elke ochtend weer naar uit om er weer een rondje bij te zetten en uit te rekenen hoeveel mijlen we het afgelopen etmaal hebben afgelegd. Eindelijk begint mijn positie meer en meer naar het midden van de kaart te schuiven. Toch blijft het vlak ten westen van mijn positie nog steeds eng groot en leeg. Het is nog een enorme afstand om te overbruggen... 

North Atlantic Passage Chart

23 april vier ik 's middags in mijn eentje een feestje bij mij aan boord. We zitten halverwege! Zowel naar Las Palmas als naar St. Vincent is het nog zo'n 1400 mijl. Eindelijk, ik mag gaan aftellen :-)

24 april – ergens in de nachtelijke ochtend

Tijdens een van mijn slaapjes schrik ik wakker en zit rechtop in mijn kooi. Er klopt iets niet, de boot doet anders dan normaal. Normaal zit ik altijd minutenlang verdwaasd voor me uit te staren als ik weer eens word gewekt door de wekker. Dit keer wurm ik me echter direct langs het slingerzeil, sjees terwijl ik mijn hoofdlampje meegris de trap op en stap de kuip in. Het is pikkedonker en ik zie geen hand voor ogen, dus ik knip mijn hoofdlampje aan. Aha, de genua staat bak, de boot is van koers geraakt en de wind komt nu vanaf de verkeerde kant het zeil in. Ik grabbel snel naar de helmstok, ontkoppel het kettinkje van de windvaan, stuur tegen, en gelukkig heeft de boot voldoende snelheid om terug te sturen naar de juiste koers. Met een knal klapt de genua terug naar waar hij hoort en ik koppel de windvaan weer terug aan de helmstok.
Toch klopt er iets niet. Wat is er mis? Ik besluit nog even in de kuip te blijven zitten, en hoef niet lang te wachten op het antwoord op die vraag. De genua klapt wéér bak doordat de boot van koers raakt. Terwijl de windvaan doodleuk de verkeerde kant op lijkt te sturen... Oh jee. Mijn hart begint in mijn keel te bonsen. Ik wil niet, ik durf niet. Het liefst ga ik naar binnen om me te verstoppen onder mijn slaapzak. Maar ik móét gaan kijken. Met lood in mijn benen klim ik het achterdek op en schijn met mijn hoofdlampje over de hekstoel. En ja hoor, het is gebeurd. De nachtmerrie die ik op de één of andere manier al wekenlang voel aankomen. Dat waar ik iedere dag voor heb gevreesd.
De windvaan, de allergrootste vriend van een solozeiler, is stuk. De paddle en het trimtab, het onderwatergedeelte van de Navik, zijn spoorloos in de duisternis van de Atlantische Oceaan verdwenen....

WORDT VERVOLGD