Het is 27 april 11.30 uur en ik ben aan het wachten. Wachten, wachten, wachten, het maakt me gek. Dit keer niet omdat er zoals een tijdje terug dagenlang geen wind stond, maar omdat ik wacht op marifoonbericht van Simon. Terwijl de boot nog steeds – zonder windvaan en nu ook zonder electrische stuurautomaat - aan het bijliggen is, ben ik vanmorgen al diverse malen naar de marifoon geijsbeerd om te checken of hij het nog wel doet. Steeds zweven mijn vingers zenuwachtig boven de knoppen van het apparaat om Simon op te roepen, maar elke keer weet ik mezelf net op tijd in te houden, zodat ik Simon niet hoef te storen bij zijn werkzaamheden.

Op dit moment is hij namelijk zijn ingebouwde electrische stuurautomaat, een supersterke Autohelm 4000, uit zijn boot aan het bouwen (beter gezegd slopen) en aan het testen. Al bijna een jaar heeft hij het apparaat niet gebruikt, omdat deze niet werkte. Waarschijnlijk omdat het kompas praktisch tegen zijn stalen jerrycans aan ingebouwd zit, wat niet bepaald ten goede komt aan de (magnetische) werking van een kompas. Maar het kan ook zijn dat het apparaat uberhaupt niet goed meer functioneert. Al ijsberend wacht ik op de uitslag van zijn test. Een uitslag die zal bepalen hoe de rest van mijn oversteek eruit zal zien; veelal boekjeslezend en slapend op de bank, of dag in dag uit stoïcijns en levend gebraden aan het roerhout in de onbeschutte kuip.

Gisterenavond, toen mijn Autohelm 800 het na 350 dappere mijlen begaf, stelde Simon voor met zijn electrische stuurautomaat aan de slag te gaan. Dat zijn nog eens heerlijke woorden om te horen midden op een oceaan op een moment als dat. Omdat het al bijna donker zou worden hebben we de boten bijgelegd en is Simon gaan slapen, wachtend op het ochtendlicht. Ondertussen ben ik bij mij aan boord de bakskist ingedoken om materialen op te scharrelen waarmee ik een - niet al te hoopvolle - poging wilde doen het dolgedraaide tandwieltje van mijn eigen Autohelm 800 te repareren. Een tubetje lock-tite voor deze toepassing zou een geschenk uit de hemel zijn geweest als iemand het vanuit de hemel de kuip in zou hebben laten vallen. Maar goed, anders dan wat regendruppels uit een aantal squalls kwam er natuurlijk niets van boven, dus ben ik maar ijverig aan de slag gegaan met het slijpschijfje van de dremel en met het aanmaken van epoxyhars in een poging de boel aan elkaar te lijmen. Een eigenaar vóór mij had dat overduidelijk ook al eens gedaan, gezien de gemorste epoxy die ik tegenkwam en het Nederlandse (gulden)dubbeltje dat de afgelopen jaren blijkbaar gefungeerd heeft als kopse kant van het tandwieltje.

Poging tot reparatie van de stuurautomaat

Nadat ik de boel ergens midden in de nacht te drogen heb gelegd ben ook ik maar gaan liggen om te proberen te slapen. Tot het allereerste daglicht, wat mij een mooi moment leek eens geheel vrijblijvend te informeren bij Simon of hij heel toevallig al aan de slag was gegaan? Geen haast hoor! Gewoon nieuwsgierig... Oh sorry, jeetje, heb ik je wakker gepiept??
Simon was dus nog niet begonnen, en liet niet al te enthousiast weten eerst nog even rustig wakker te willen worden en een lekker ontbijtje te bakken alvorens van start te gaan. Waar hij natuurlijk groot gelijk mee had. Dat de schat nog steeds niet een rifje uit het grootzeil heeft getrokken en er vandoor is gespeerd kan ik maar nauwelijks geloven...

Een uurtje later is hij uiteindelijk aan de knutsel gegaan, en ondertussen zit ik me hier al een paar uur lang op te vreten van spanning. Ondertussen probeer ik wat te lezen en maak onderwijl plannen voor een schema waarin ik de boot eigenhandig naar de Caribbean ga sturen; ’s ochtends vanaf het eerste licht tot een uur of 12 aan de helmstok. Dan een paar uur pauze om wat te slapen, te eten en de middaghitte te vermijden. Dan ‘s middag weer een eind. Een tijdje pauze voor het avondeten, en vervolgens ’s avonds in het donker nog wat uurtjes. Bij elkaar zou ik dan zo’n 10-12 uur moet kunnen sturen en heb ik voldoende tijd voor eten en slapen. Het zou te doen moeten zijn. Als het MOET natuurlijk, ik kijk er niet bepaald naar uit... Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het sturen! Ook in Nederland al probeerde ik daar tijdens zeiltochtjes zoveel mogelijk onderuit te komen. Gelukkig wist ik daar destijds meezeilende, onervaren vrienden vaak wel mee op te zadelen. Nu dat ik solo op reis ben lukt dat natuurlijk niet meer, maar gelukkig is (oh nee, verdorie, WAS) de windvaan meestal de pineut. Die bleef tot het allerlaatste moment zijn werk doen, zodat ik vaak alleen nog maar even het laatste stukje door de baai hoefde te sturen totdat ik het anker kon laten vallen. Wel even wat anders dan straks misschien wel dag in dag uit... Zolang er goede wind staat zou ik een mijl of 50 per dag kunnen afleggen. Wat betekent dat ik nog minstens 20 dagen op zee zou moeten doorbrengen. Bij lichte wind heel wat meer dagen dan dat. Pruilend kijk ik vanaf de langsbank omhoog naar de netten aan het plafond waar ik mijn groenten en fruit bewaar. Een verlepte kool wiebelt zielig en eenzaam heen en weer op het deinen van de boot. Samen met wat uitgelopen uien en aardappels mijn allerlaatste “verse” voer. Daarna wordt het alleen nog maar pakjes en blikjes met saaie inhoud en droge rijst en pasta. Al het lekkers heb ik er de afgelopen weken al tussenuit gevist. Ook zoet water zal schaars worden; zuinigaan dus!

Om 12 uur houd ik het niet meer. Het feit dat ik nog steeds niets van Simon heb gehoord kan alleen maar slecht nieuws zijn. Als de stuurautomaat het nog gewoon zou doen zou Simon hem toch allang aan de praat hebben gekregen en mij dat hebben laten weten? Ik zie op tegen het beslissende antwoord, maar toch móét ik het weten; ik besluit hem op te roepen en te vragen hoe het er voor staat. Onbewogen komt de reactie dat hij nog bezig is met het weer in elkaar zetten van de verschillende units van het apparaat, en dat hij nog niet weet of alles gaat werken. Damn! Toch kan ik me niet voorstellen dat hij na een hele ochtend werken aan het apparaat nog geen idee heeft van de slaagkansen. Hij is altijd bizar handig en snel met techniek. Omdat ik iets móét weten probeer ik een antwoord uit hem te wringen door hem te ondervragen, maar hij is weinig toeschietelijk. Eigenlijk is dat meestal het geval als we communiceren over de marifoon. Natuurlijk is het een superuitvinding, die radio, en is het fantastische om contact te kunnen houden. Zonder marifoon zou het niet eens mogelijk zijn om samen op te varen, we zouden elkaar ’s nachts uit het oog verliezen. Maar toch, ondanks de dankbaarheid voor het apparaat is het voor mij ook wel eens een frustrerend medium. Omdat je elkaar niet kunt onderbreken en er altijd mensen mee kunnen luisteren, hoe klein die kans ook is midden op de Atlantic, is het onderling contact best wel onnatuurlijk en formeel. Vooral Simon houdt het formeel en afstandelijk. Wat het op momenten dat ik hem (en vaak ook de rest van de wereld) mis nogal eens lastig maakt. Vaak sluit ik na een praatje af met een eenzamer gevoel dan voor ik eraan begon. Ook misverstanden ontstaan veelvuldig al babbelend door die microfoon. Tegen beter weten in probeer ik emoties te ontdekken in Simons door de radio vervormde stem, en denk regelmatig geïrriteerdheid en/of sarcasme te detecteren. Meestal ten onrechte blijkt dan achteraf als we weer in de haven zijn en een normaal gesprek kunnen voeren.
Tot de Canarische Eilanden was daar prima mee te leven; binnen een week zagen we elkaar weer, kon alles uitgesproken worden en bleek er meestal eigenlijk niets aan de hand te zijn geweest. Maar hier op de Atlantic is dat niet mogelijk. Alle frustraties en onzekerheden moeten worden opgespaard en bewaard tot de Caribbean. Maar wanneer ga ik daar in vredesnaam aankomen?? Vooral als die Autohelm van Simon niets wordt zijn we daar voorlopig nog lang niet.

Na mijn volhardende ondervraging trek ik voorzichtig de conclusie dat het er positief voor staat. Het lijkt erop dat Simon de boel aardig aan de praat heeft, en zijn er nog slechts wat kleine factoren die roet in het eten zouden kunnen gooien. Ietwat gerustgesteld val ik weer terug op m’n langsbank en probeer me weer te verliezen in een boek op mijn e-reader.

Uit mijn dagboek:

30 april
Het is allemaal goedgekomen! Ik kan gewoon schrijven terwijl de boot vaart en stuurt. Simon heeft zijn Autohelm 4000 uit de boot gebouwd, een soort kist van een plaat multiplex om het kompas en de bedieningskist heen getimmerd en hem aan de praat gekregen. Eigenlijk is de pushrod ietsje te kort i.v.m. de afstand van de bevestiging aan dek naar de helmstok, maar het gaat prima. De kist met kompas staat met een spanbandje op de kaartentafel. Het is niet helemaal koersvast, maar het werkt.

Tijdens de werkzaamheden aan de stuurautomaat was het enigszins zwaar weer. We hebben bijgelegen in hoge, rommelige golven met soms 30 knopen wind. De Autohelm rechtstreeks overgeven van boot naar boot was onmogelijk; de boten gingen veels te hard tekeer. Simon heeft daarom een vlot gemaakt van twee stootwillen, de boel goed ingepakt in vuilniszakken, dit vastgesjord op het vlot en deze met een drijflijn zo in het water gezet. Vervolgens heb ik hem uit het water gevist. Ging perfect!

Te water laten Autohelm  Stuurautomaat op vlot van stootwillen

Uitstromen stuurautomaat  Mid-Atlantisch kadootje van Simon

Bij mij aan boord was het nog een paar uurtjes knutselen en solderen (kabels moesten verlengd, stekkerkoppen eraan etc. Ik ben echt heel blij dat ik op het laatste moment nog een nieuwe soldeerbout heb gekocht in Las Palmas!). Maar daarna konden we weer zeilen, super!! Hoe zou het toch zijn op de oceaan zónder mijn persoonlijke fotograaf op mijn stalen, 37 voets reddingsvlot / drijvende schuur voor reserveonderdelen?? 


Simon de zeilende fotograaf

Het is nu nog 684 mijl naar het waypoint bij Bequia, St. Vincent. Nog een week, mits de wind niet wegvalt of de stuurautomaat het begeeft natuurlijk. Echt een beetje aftellen geblazen is het nu dus, lekker. Alhoewel ik het wel steeds meer naar mijn zin heb op deze oceaan. Misschien júíst omdat het einde in zicht is?


2 mei

De e-reader, die ik in maart van papa en mama kado heb gekregen, is stuk. Weg 1200 digitale boeken die ik daar op had staan... Dus nu ben ik voor vermaak overgeleverd aan de paar normale boeken die ik voor de zekerheid mee had genomen (gelukkig!!). Door ruimtegebrek zijn het er niet veel en helaas  zijn ze niet allemaal even interessant...

Bizar, dat het al dagen- en dagenlang hetzelfde weertype is. Altijd oostelijke wind, soms wat noord erin, 12-25 knopen, regelmatig squalls. Strak koers houden is vrij lastig, de wind komt meestal pal van achter of net vanaf de kant waar het grootzeil staat; niet handig in verband met klapgijpen.

Ik ga maar eens “douchen” (met de plantenspuit) en frisse kleren aan trekken. Wat een varkensstal is het hier toch tussen m’n bezwete kussens en kleren. Yugh.


3 mei

Moet je je voorstellen. Je bent een vis en woont in de Atlantische Oceaan. De héle oceaan is je thuis, duizenden keer duizenden mijlen groot. En je bent een slimme vis, een héle slimme. Want naast je vinnen om mee te zwemmen heb je als babyvisje al vleugels op je rug laten groeien. Je kunt er geen kilometers mee vliegen, maar als er weer eens zo’n monstervis met scherpe tanden achter je aanzit dan hou je gewoon je zeewateradem in, zwemt een sprintje, duikt de lucht in, slaat je vleugels uit en laat je tientallen tot zelfs honderden meters over de golven heen scheren. Terwijl jij elders gewoon weer rustig verder zwemt, is die gemene vis verbaasd nog steeds naar je op zoek.
Behalve die ene keer dan... Je weet weer weg te vliegen voor een tonijn ofzo, en geniet van de mooie, lange zweefvlucht buiten zijn bereik. Als je een tijdje onderweg bent en voelt dat je de juiste thermiek aan het kwijtraken bent besluit je dat je die enge tonijn nu vast wel eens van je af hebt geschud. Je laat jezelf weer dalen. Maar, in plaats van de o zo bekende plons, voel je opeens een hele harde “klets”. Daar lig je dan. Niet terug in je natte woonomgeving, maar op een pijnlijke, stroeve ondergrond. Je slaat met je vleugels en je klappert met je vinnen, waardoor ze aan flarden worden gescheurd door de scherpe korrels in de verf van de ondergrond. Antislip, noemen ze dat. Steeds als het je lukt om dichter naar het wateroppervlak te spartelen word je weer teruggestuiterd naar waar je vandaan kwam door een hoge, houten rand; dat heet een voetlijst.
Je hebt het voor elkaar gekregen om precies op het voordek van dat ene kleine rotbootje terecht te komen die deze tijd van het jaar zo gek is om over de vele duizenden mijlen van je thuiswater te zwerven, met honderden mijlen verlaten oceaanoppervlak om zich heen. Dan ben je toch echt wel een enorme pechvogel... eh... –vis.

Welkom op het voordek van de North Wind; kerkhof voor onfortuinlijke vliegende vissen.


Later die dag

Ik zit in de kuip te schrijven. Binnen is het snikverziekend heet. Ik denk dat ik straks – tegen mijn eigen regels in – het voorluik maar eventjes open ga zetten voor wat doortochten. Ik drijf weg in mijn kooi anders... De aanloop van de Caribbean is een soort van begonnen! Ik ben actief en strategisch bezig te kijken hoe ik moet varen om zo veel mogelijk snelheid te houden, zo min mogelijk mijlen te maken en zo handig mogelijk om Barbados, wat belachelijk erg in de weg ligt, heen te komen. Dat is best lastig. De wind komt zo’n beetje pal uit het oosten en is maar zwak. Wat pal voor de wind varen zeer vervelend maakt. De zeilen klapperen, de boot schommelt, een hoop gedoe. Gelukkig begint de zee wel wat uit te doven qua golven. Simon is er echt even helemaal klaar mee, was behoorlijk chagrijnig aan de marifoon vanmiddag. Een schoot was doorgeschavield door de kop van de spiboom, de genua moest op de hand opgerold, etc. Het is heet, en hij is het rollen zat. Ik voel me schuldig. Door mij zit hij nog hier.
Ik wil ook niet meer, maar gelukkig ben ik ietsje positiever. Aan de ene kant is het zo dichtbij, 360 mijl nog maar. Aan de andere kant is dat wel nog minstens vier dagen en nachten. Bah. Vooral de nachten vind ik vreselijk. Vanwege de squalls durf ik niet goed te slapen. Maar dan duren die twaalf uren nacht zo ontzettend lang. En ik heb een bloedhekel aan het steeds wakker worden en m’n bed uit moeten. Het liefst had ik m’n windvaan terug, genoeg stroom voor een permanente AIS-wacht, de zeilen genoeg gereefd voor squalls en dan gewoon lekker doorslapen ’s nachts. Maar ja....

Ondertussen begint ook de oceaan te veranderen. Opeens heeft het water een andere kleur. Niet meer het intens diepe, heldere blauw, maar wat grauwer en met een groenige tint erdoor. En het barst van de gekke, gele, drijvende planten. Een beetje spons/koraalachtig. Overal drijft het op de golven. Toch nog een voordeel om geen windvaan meer te hebben; al dat wier kan er dan tenminste niet in verstrikt raken.


4 mei 15:00 uur

Nóg minder wind dan gisteren, ik kom nauwelijks nog vooruit. Ik heb de spinnaker, lastminute voor vertrek gekregen van Frank-Jan, maar eens uit z’n zak gehaald en opgezet.

Een spinnaker is een heel groot (ballonachtig) zeil dat voor de boot uit opgezet moet worden en gebruikt kan worden bij licht weer en op ruime en voordewindse koersen. Aangezien ik nog nooit eerder een spinnaker opgezet heb had ik geen idee waar ik moest beginnen. Behalve opzetten heb ik er ook nog nooit eentje naar beneden gehaald, en vooral dát baarde me nogal wat zorgen... Squalls blijven maar plotseling verschijnen, met af en toe zit er een hoop wind in. Als ik te laat ben met naar beneden halen en een pittige windvlaag in de spinnaker waait komen er enorm grote krachten op het zeil en alle aanhechtingspunten op de boot te staan en zou het zeil een hoop kapot kunnen trekken... Mijn gennaker, een soort enorme genua voor licht weer, weet ik tegenwoordig wel te zetten met behulp van de snuffer (een opstroopbare slurf om het zeil), maar deze slurfloze, nog nooit uit de zak gehaalde spinnaker is toch nog wel even andere koek.
Ik besluit eerst maar eens – ondanks mijn stroomverbruik verbod – de laptop op te starten en de film “Spinnaker Sailing” te bekijken. Hmm... hij geeft me zeker een indruk van hoe ik er mee kan zeilen, maar over hoe ik dat ding omhoog en omlaag ga krijgen doet hij weinig goed voor mijn zelfvertrouwen. “For spinnaker sailing you will need 6 crew members. If you have a small, open sailing boat you might be able to do it with 3” wordt me in de introductie verteld. Lekker dan.
Nou  ja, Simon vindt dat ik niet moet piepen (maar vertelt me wel nog even goed hoe enorm de krachten zijn die op het zeil en de tuigage komen en hoe het mis kan gaan) dus ik besluit maar eens aan de slag te gaan. Het is een hoop werk om alles te controleren en voor te bereiden, maar uiteindelijk moet ik er toch aan geloven om het ding te hijsen. Daar gaan we dan...

Vervolg dagboek
Jeetje, dat was lachen net. Was ik daar nou zo bang voor? De spinnaker staat, maar ik ben blij dat er op dit moment geen andere boot in zicht is (Simon zit ver weg), haha. Wat een ukkepukkig zeiltje, volgens mij is hij bedoeld voor kleine open bootjes. Het onderlijk (de onderkant) van het zeil zit zo'n beetje halverwege de mast :-D (hoort net boven dek). Uberhaupt is dat hele spinnakerzeilen wel te doen volgens mij, dus ik moet maar eens op zoek naar een grotere tweedehandse. Het vaart in ieder superlekker als hij eenmaal staat; de boot vaart superstrak over het water en wiebelt nauwelijks! Om er nog enigszins tempo in te krijgen heb ik het grootzeil maar laten staan om zo het zeiloppervlak wat te vergroten.

Spinnaker - vééls te klein


Het is bizar heet. Binnen is het 30,5 graden. Zonder een verkoelend windje drijf ik weg van mijn langsbank, maar als ik het luik openzet zou er een golf zout water naar binnen kunnen slaan. Dat maakt de boel alleen maar vochtiger en nóg smeriger. Toch heb ik het voorluik maar op een klein kiertje gezet, het is anders echt niet uit te houden.

Baal ervan dat het met dit tempo van drie knopen waarschijnlijk niet meer gaat lukken om zaterdag aan te komen in St. Vincent, verdorie. Misschien dat zondag zelfs niet lukt...


6 mei 06:00 uur

Dat even even werken net! Ik heb zojuist na een halve nacht (plus een middag en avond) stilliggen het grootzeil en de genua uitgeboomd en ben weer onderweg met drie knopen naar de zuidpunt van Barbados. Nog 108 mijl tot daar, dan nog 100 ofzo naar Bequia. Het is beroerd gesteld met de wind, en dat blijft waarschijnlijk ook zo de komende dagen. Er ligt een Laag drukgebied ten noorden van hier die de Passaat verstoord. En het laag blijft maar hangen en hangen. Op de 72 uurs voorspelling hangt hij er nog steeds. Met een beetje mazzel íétsje noordoostelijker dan vandaag, waardoor de passaat zich hier waar wij ons bevinden heel misschien weer wat kan herstellen.
De afgelopen tijd weinig vooruitgang geboekt dus, maar vorig etmaal toch nog zo’n 50 mijl, komende “24-uurs telling” zal wel iets van 40 zijn.

Ben vanmiddag weer bij Simon op bezoek geweest! Zwemmend met mijn kleine luchtbedje wederom. Heerlijk versgebakken brood gegeten bij Simon, dippend in olijfolie met balsamicoazijn. Hmmm.

Op bezoek bij de buurman

Gisteren een fantastische ervaring gehad met een school dolfijnen. Van alle kanten vandaan kwamen ze als een dolle op de boot afgezwommen en gestunt, en allemaal wilden ze onder de boeg meezwemmen met de boot. Ik denk zo’n 15-20 stuks, zich verdringend om de boeg heen. Terwijl ik met mijn hoofd onder de preekstoel door lag, slechts enige decimeters met mijn gezicht bij ze vandaan. Prachtig. Ik begon sommigen zelfs te herkennen aan schrammen op hun rug. Eentje kwam iedere keer exact onder me zwemmen en keek me aan. Sommigen namen af en toe wat afstand van de boot om gekke salto’s met kurketrekker te maken. Erg speels waren ze en niet zo groot. Heel anders dan die enorme “schimmels” die ik middenop de Atlantic ben tegengekomen.

Dolfijnen onder de boeg
Dolijnen onder de gennaker

10:00 uur
53 mijl afgelegd afgelopen etmaal. Niet eens zo slecht. Het meeste daarvan gisteren rond de middag en vanmorgen de laatste paar uur. De rest is drift en stroom van het “bijliggen”. Ik heb vannacht alleen een puntje genua uitgerold en die met beide schoten strak naar het midden getrokken. Daardoor ging de boot heel mooi met de kont naar de wind liggen, en deed ik 1,5-2 knopen strak naar het westen. Perfect!

Jeetje, als we met dit tempo door zouden kunnen gaan zouden we er toch overmorgen (zondag) nog kunnen zijn. Dan moet ik misschien maar eens wat nuttige klusjes gaan doen en afronden.


WORDT VERVOLGD