7 mei 16:00 uur
Land in zicht!!! Eigenlijk sinds vanmorgen vroeg al. En vannacht was er de hele nacht al een lichtgloed zichtbaar aan de hemel. Barbados.
We varen nu aan de zuidkant van dat eiland. Het voelt wel gek om de beschaving rechts te laten liggen zeg. Het waait nu even tegen de 10 knopen, wat lekker is. Maar ik weet bijna zeker dat het straks wederom dobberen op windstilte wordt, en dan hebben we dus land achter ons gelaten. Verdorie.

Maar goed, Barbados lijkt ons ten opzichte van de andere eilanden verderop minder charmant, dus we kunnen maar beter doorgaan voordat we op Barbados vast komen te zitten wegens een gebrek aan fut om door te gaan. Nog eens twee nachten op zee dus, nog 110 mijl...
De afgelopen dagen waren best wel een beetje beroerd. Met steeds nauwelijks wind (1,5 – 2,5 knopen snelheid, maar dat is inclusief stroom mee), dan weer een bui met wat wind uit god mag weten wat voor richting nu weer, dan wind weer weg, etc. Steeds reken je jezelf weer rijk (op weg naar die koude cola en frisse salade op het terras) om vervolgens weer urenlang weg te zweten in een windstilte. En de geplande aankomsttijd schuift iedere keer maar weer verder door naar achteren. Maar goed, nog 110 mijl. Dat is toch wel even wat anders dan die bijna 3000 van aan het begin. Aan 110 moet toch écht een einde kunnen komen...

Vannacht de hele nacht bootjes om ons heen, zullen wel vissers zijn geweest. Alleen maar zichtbaar als af en toe verschijnende minipuntjes op de radar. Bijna geen enkele voer navigatieverlichting. Ook al was het een leuk idee dat er eindelijk weer leven om me heen was, toch was het behoorlijk irritant. Ondanks dat we nauwelijks vooruit kwamen ben ik gedwongen veel wakker geweest dus, op één keer na toen ik twee uur lang door de wekker heen sliep. Oeps. Gelukkig is het toplicht dat ik in Las Palmas de laatste dag nog nieuw geplaatst heb superfel, op meer dan vijf mijl zichtbaar. Fijn idee.

Barbados

17:30 uur
Sjonge, wat duurt het lang om langs Barbados te komen... ben er nog steeds nog lang niet langs. En toch de laatste paar uur voldoende wind gehad voor 3-4 knopen snelheid. Ondertussen ligt dat eiland daar maar naar me te lonken op een paar mijl afstand. De gebouwen en begroeiing zo duidelijk zichtbaar en herkenbaar...

Had ik al geschreven dat ik onlangs een nacht in de kuip heb geslapen? Ik merk dat alles vaag wordt en ik nauwelijks nog weet wat wanneer gebeurde en of ik het al opgeschreven heb. Hoe dan ook; het was heerlijk! Ik had de gennaker op staan, waardoor de boot heel mooi stil door het water gleed en het dus uberhaupt voor het eerst mogelijk was op de kuipbank te liggen zonder eraf gesmeten te worden. Het was zoveel koeler buiten, ik had gewoon mijn slaapzak nodig; zo lekker!! Ondertussen keek ik tussen de slaapjes door op mijn rug liggend naar een adembenemend mooie sterrenhemel en telde vele vallende sterren. Ik heb er de hele nacht gelegen tot een uur of zes, zeven, toen ik werd weggejaagd door een bui.

Simon heeft vannacht de hele tijd samen met een andere zeilboot opgezeild. Ze hebben geen contact gehad, maar het was duidelijk dat ook zij de Atlantische oversteek aan het afronden waren. Grappig! Voor mijn gevoel zijn wij de enige drie zeilboten op zee geweest de afgelopen maand, maar dat zal natuurlijk vast niet. Alhoewel het er echt niet veel zullen zijn deze tijd van het jaar in deze regionen, hooguit een (of twee) handje(s)vol gok ik.

Af en toe zou ik willen dat ik een huisdier (beter gezegd een bootdier) bij me had. Veel zeilers hebben een klein hondje of een kat mee aan boord. Een kat lijkt me supergezellig, maar ook zielig en smerig vanwege de kattenbak en alle haren. Vandaar heb ik toch maar de regel dat er geen harige dieren bij mij aan boord komen. Wel is het bijna nog gebeurd dat er een verig diertje mee zou hebben gezeild. Vlak voor vertrek ging ik nog even op bezoek bij Deep en Mallika op hun Zeebeest in het natuurgebied van Blocq van Kuffeler. Hun boordkat Juna vond mij blijkbaar wel lief, want speciaal voor mij wist ze een pasgeboren eendje uit het water te hengelen en van bovenaf de kajuittrap puntgaaf vanuit haar bek op mijn schouder neer te leggen. Arm beestje. Een urenlange zoektocht naar haar broertjes, zusjes en mama volgde, maar tevergeefs. Ondertussen zat ze lekker knus in mijn nek gekropen, en leek ze het wel aardig naar haar zin te hebben. Zomaar terugzetten in het water zou hoe dan ook tot haar dood geleid hebben en kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Stiekem leek het me ook wel cool en zag ik het wel voor me; ik & Katrien samen op de wereldzeeën. Wat zou nou een beter “bootdier” kunnen zijn dan een watervogel? Toch doemden ook wel wat nare beelden in mijn hoofd op; Één of andere douanebeambte bijvoorbeeld die onder het mom van “dierensmokkel” of iets dergelijks mijn Katrien bij haar zwemvliezen zou grijpen en op haar kop mee zou sjouwen naar de markt of naar moeder de vrouw voor in de soep. Of Katrien die halverwege de Atlantische Oceaan besloot van me weg te vliegen of zwemmen... naar nergens...
Uiteindelijk bleek de Dierenbescherming in Almere bereid om het diertje groot te brengen en heb ik Katrien met pijn in mijn hart in hun hopelijk goede zorg achtergelaten.  

Geen bootdieren dus voor mij. Alhoewel...

7 mei
Een enorme school vissen zwemt onder de boot mee. Zeker 50-100 stuks. Plus de 5-10 visjes die al dagen zoniet wekenlang met de boot meezwemmen. Net tegen het wateroppervlak. Wat een reis maken die zeg! Gelukkig voor ze ben ik lekker traag met de boot. Op de romp zelf is het ook een wereld an sich vol leven. Hele gekke beesten groeien er op. Schelpjes die door middel van een soort slurfje op de romp vastgezogen zitten. Vanuit het schelpje steekt op de momenten dat de schelp onderwater zit een soort kammetje naar buiten dat door het water zeeft. Zodra de schelp door het schommelen boven water komt trekt hij de kam snel weer in, wat zo dag in dag uit doorgaat.

Bootdieren - Eendenmosselen

Ik verneem later dat dit eendenmosselen zijn.

8 mei 15:30 uur
Wéér land in zicht. Dit keer net als “vroeger”. Allemaal eilandjes! Doet me denken aan het zeilen in Fiji. Heerlijk.

Eilandjes in zicht

Vanmorgen een tijdje op de punt gezeten in de schaduw van het grootzeil (anders is het echt veels te heet). Ik kon toen nog geen land zien, maar het was wel genieten van het rustige zeilen, de vliegende vissen, de meezwemmende visjes bij de boot, de golven...
Het heeft toch iets betoverends, hoe zwaar en vervelend veel andere aspecten van het zeilen ook kunnen zijn. Ik vind het bijna jammer dat de oversteek erop zit. Nog 17 mijl, plus nog een paar mijl extra om de noordkust van het eiland te ronden naar de ankerbaai.
Op dit moment ben ik gaar en lusteloos. Veels te heet, en ik ben moe. De afgelopen twee nachten heb ik door omringende boten nauwelijks geslapen en dat begin ik nu te voelen. Net een paar keer tien minuutjes geslapen, maar dat maakt me alleen maar ellendig. Ben aan het wachten tot de zon wat begint te zakken en z’n ergste warmte verliest. Dan kan ik klusjes doen. De punt uitruimen, het anker weer terugplaatsen op de boeg, afwassen, was verzamelen, badderen, brieven afschrijven, etc.

Terwijl ik bezig ben met die klusjes hoor ik opeens over de marifoon op kanaal 16: “North Wind, North Wind, North Wind”. Hè, wat? Dat is Simon beslist niet. Maar ik lig te wachten aan de andere kant van de Atlantische Oceaan? Het is redelijk bizar om je eigen (boot)naam te horen in een werelddeel waar je nog niet eens officieel bent aangekomen en waar ze je helemaal niet kennen! Pas als ik hoor dat de oproep afkomstig is van de Bodyguard valt het kwartje; de Nederlanders Dennis en Ank heb ik kort ontmoet op de “Vertrekkersdag” in Nederland. Via mijn website zijn ze halverwege mijn oversteek per mail in contact gekomen met mijn ouders, die hen weer  op de hoogte hebben gehouden van mijn voortgang en geplande aankomstlocatie. Mijn ouders hadden me dat al wel gesmst via de satelliettelefoon, maar dat berichtje kwam precies binnen op het moment dat mijn windvaan verdween en ik dus helaas andere prioriteiten had. Maar nu liggen ze blijkbaar op ons te wachten in een voor ons wereldvreemd land; wat leuk!

Als ik praktisch naast het eiland Bequia ben (waarvan ik pas een tijd later zal vernemen dat je het uitspreekt als Backway) valt de wind weer eens weg en lig ik letterlijk naast mijn eindbestemming weer eens nutteloos te dobberen en te wachten op wind. Het is duidelijk dat we onze aankomst op Bequia niet meer gaan redden voor het donker. Sterker nog, ’s nachts valt de wind vaak de hele nacht weg dus waarschijnlijk kunnen we morgenochtend pas verder. Dennis roept me weer op om te vragen waar we blijven en om te vertellen dat er heerlijke Carib biertjes voor ons koud staan. Damn! Het gaat nog maar om een mijl of 15 in totaal, maar voor onze oude (hulp)motoren vinden we dat net te ver om het laatste stuk op de motor af te leggen. Daarnaast is het niet zo slim om in het donker aan te komen in een nieuw gebied. Dat wordt dus nóg een nacht op de Atlantische Oceaan, nacht 33.

Zo dichtbij, maar toch nog zo ver weg!

Op de stroom komt Bequia langzaam toch steeds iets dichterbij en tegen middernacht begint het ineens weer te waaien. Hierdoor rond ik in no-time de noordkust van Bequia en komt de ankerbaai snel in zicht. Omdat we de spinnakerboom al opgeruimd hebben kruizen we met pal wind mee af naar de ankerbaai. Als ik aankom bij de start van de aanloop van de baai, hangt zomaar ineens een bijbootje aan de zijkant van mijn romp en begint vanuit het donker iemand in het Nederlands tegen me te praten; Dennis heeft me zien aankomen via zijn AIS en is midden in de nacht “uitgerukt” met zijn bijboot om ons naar binnen te loodsen! Hij legt uit dat de baai heel recht toe recht aan en eenvoudig aan te lopen is. Eigenlijk vind ik het niet helemaal handig om te doen op de derde nacht zonder slaap, in een volledig onbekend gebied en in het pikkedonker. Maar het “vaste” land en een rustige paar uurtjes slapen gedurende de rest van de nacht lonken. Met Dennis voorop kan er toch weinig fout gaan...

We moeten nog een uurtje op Simon wachten die tijdens het afkruizen op een rak van het eiland af net iets te lang in slaap is gevallen, en daardoor een beetje boel van het eiland is weggeraakt. Als hij na een tijd opkruizen tegen stroom en wind in eindelijk ook gearriveerd is trekt het Nederlandse konvooi achter elkaar aan Admiralty Bay in.
Rond een uur of twee, drie ’s nachts graven dan EIN-DE-LIJK onze ankers zich vast in Caribische bodem. Ik heb nog geen palmboom of local gezien, maar we zijn er! Dennis doneert bij ons allebei nog een koud biertje, en zoekt dan zijn bed op om deze nacht toch nog een paar uurtjes te slapen. Dennis, nogmaals heel veel dank voor het binnenloodsen!!
Terwijl Simon zijn punt leeg ruimt pomp ik met een hoofd dat het ondanks alles toch nog redelijk wakker kan houden (het zal de adrenaline van het aankomen wel zijn) mijn bijboot op en roei naar de Colombe. Na een dikke knuffel en een korte proost klokken we de heerlijke biertjes achterover en vallen direct in een hele diepe slaap. Volgens mij de lekkerste slaap ooit....