Grenada. Wat een (ei)land... Het heeft verdacht veel weg van het paradijs. Niet zoals in de Tobago Cays met al z’n bounty-eilandjes, alhoewel die er ook zijn in Grenada, maar door de sfeer die er hangt. Door de prachtige, tropische natuur. Maar vooral door de superrelaxte mensen. Mensen die niet lastigvallen. Die nauwelijks positief danwel negatief discrimineren omdat je blank bent en een crimerate hebben van praktisch zero. Mensen die altijd vriendelijk gedag zeggen en heel vaak een lach om hun mond hebben.


Misschien zijn de mensen zo omdat de levensstandaard relatief hoog ligt. Relatief ten opzichte van de andere Caribische eilanden bedoel ik dan. Medische zorg wordt betaald door de overheid en bijna iedereen bezit een stukje grond waarop ze groente en fruit verbouwen. Vaak zie je niet eens dat het gecultiveerd is, er groeien gewoon overal de meest waanzinnige, dikke, vette groenten en fruit langs de weg en in de jungle. Één enkele lokale avocado is goed voor zeker een halve liter guacemole, mango’s vallen overal voor je voeten van de bomen en de papaya’s zijn gigantisch.

Callaloo Ananas plant

Nootmuskaat inclusief foelie Cacao

Boven: Callaloo (heel lekker als soep of gestoomd met bosui en tijm), Ananas
Onder: Nootmuskaat (het rood wat je ziet is de specerij foelie dat om de nootmuskaatnoot heen zit), cacaobonen


Hier geen zielige, uit Trinidad geïmporteerde peperdure tomaatjes zoals bij de marktvrouwen op St. Vincent dus. Wie geen grond heeft krijgt vaak wel wat van de buurman of familie. Of gaat de rivier in voor rivierkreeft of de zee op voor vis, om die vervolgens te ruilen. Daarnaast zijn de mensen bereid om te werken. Niet hard, het moet immers allemaal gebeuren in een klimaat van altijd 30 graden en het blijft natuurlijk de relaxte Caribbean, maar het is duidelijk dat men beseft dat je moet werken als je geld of eten nodig hebt. Veel producten die in de hele Caribbean te krijgen zijn worden dan ook in Grenada geproduceerd. De etiketten op Coca Cola flesjes zeggen dat deze “Proudly bottled in Grenada” zijn. De hele Caribbean drinkt de vrolijke flesjes Carib Beer waarvan er een hoop in Grenada gebrouwen worden en wereldwijd is Grenada een grote speler op het gebied van onder andere nootmuskaat, foelie, kaneel en cacao (waardoor het land ook wel Isle of Spice wordt genoemd).

Carib crown

Veel mensen hebben een eigen winkeltje of een kraampje op de markt of langs de weg. Of ze zien gaatjes in de markt. Zo draait Jenny “Jenny’s Cocoa Balls” voor kruidige chocolademelk, en kun je “The Rocketman” volgens de verpakking van een zakje rucola in de supermarkt op zijn mobiele nummer bellen als je een feestje geeft en extra sla nodig hebt.

St. Georges, Grenada’s hoofdstad, lijkt welgeteld één bedelaarster te hebben. Ze is beroeps, want ze heeft zo haar eigen trucjes en je komt haar door de hele stad tegen op plekken waar buitenlanders komen. Ze stond een keer naast me terwijl ik mango’s aan het kopen was bij een kraampje en bleef daar staan, ook nadat ik zei dat ze niets zou krijgen. Een hippe moeder met aan beide handen een klein, schattig meisje met hoofden vol vlechtjes en kraaltjes kwam hoofdschuddend langswandelen en zei “Psssst... don’t give her anything, ey!” Het is duidelijk; hier in Grenada is bedelen “frowned upon”. Veel van de vrouwen lopen er trouwens modern bij, met vlotte, frisgewassen kleren. Alhoewel er ook een hoop “Big Mama’s” zijn die wat minder op lijken te hebben met mode en voor functioneel gaan. Hoe dan ook heb ik werkelijk geen twee vrouwen met hetzelfde kapsel kunnen ontdekken, geen idee hoe ze dat iedere ochtend weer voor elkaar weten te krijgen...

Vijf weken genieten
Kortom; we genieten hier met volle teugen. Van medio juni tot eind juli liggen we voor anker voor de ingang naar de vracht- en plezierhaven van St. Georges. Het grootste deel van de tijd liggen we daar samen met een paar handjesvol boten. Één van hen is de La Luna, de zeilboot van Denise en Etienne. Denise en Etienne zijn vorig jaar twee maanden eerder dan wij uit Nederland vertrokken, en nu pas is het ons gelukt ze in te halen. Terwijl wij overal op beter weer en op het repareren van mijn boot hebben liggen wachten, hebben zij het voor elkaar gekregen om bij elkaar ergens tussen de 20 en 30 landen aan te doen. Bizar. We hebben ze eerder één keer heel vluchtig gezien op de Vertrekkersdag in het voorjaar van 2010, en hebben hier in Grenada pas de kans om ze wat beter te leren kennen. Het blijkt uitstekend te klikken met z’n vieren. Denise en Etienne introduceren ons in de wondere wereld van het Happy Houren, iets waar zij zelf de afgelopen 20-30 landen zeer bedreven in zijn geworden. Onze main Happy Hour spot wordt de Victory Bar van Marina Port Louis. Ik moet bekennen dat dat nu niet bepaald een “local venue” is. Alhoewel rijke, welgestelde Grenadians zoals binnengelopen apothekers, ministers en ingenieurs natuurlijk ook gewoon locals zijn... We maken er vooral kennis met een grote groep Canadeze en Amerikaanse zeilers die zes maanden lang “overorkanen” in Grenada. Hun verzekering verbiedt ze om tijdens het orkaanseizoen boven de dertiende breedtegraad te verblijven, en als je er onder zit (wat het geval is in Grenada), dan moet je verplicht een hurricane-safe marina in. 

Happy Hour Port Louis Grenada Happy Hour

Af en toe bezoeken we wat feestjes, zoals een Jazz-avond in de stad en een Texas style BBQ in Port Louis ter ere van Independence Day van de Canadezen (1 juli) en de Amerikanen (4 juli). De barbecue sluiten we af met een uurtje liedjes zingen met Bob, zijn gitaar en Laurie, aan boord van hun catamaran. Mensen die al 27 jaar op een boot wonen en de wereld door zwerven.

Liedjes zingen op een catamaran

Concord Falls
Wat ik vooral geweldig vind zijn de vele tripjes die we met z’n vieren maken. De eerste trip die we maken is naar de Concord Falls. De buschauffeur zet ons af in het mini dorpje Concord, waar we een geasfalteerde weg omhoog de bergen in beginnen te lopen. Het is een hele klim, waar we uiteindelijk nog eens vele malen langer over doen dan eigenlijk nodig zou zijn. Dat is de schuld van alle groenten en fruit die langs de weg groeien. Zodra we tien stappen zetten ziet één van ons wel weer wat nieuws aan de bomen hangen, en vooral Simon moet dat natuurlijk uitgebreid bestuderen.

Simon & z'n fruit

Ik hoor Simon bijna denken: Wat moet ik nou als eerste uit die bomen rukken (ondanks dat ik dat eigenlijk helemaal niet durf); de bananen (links), mango's (midden) of cacao (rechts)?

Na een lange wandeling houdt de asfaltweg op en bereiken we de eerste waterval. De eerste, want er zijn er in totaal drie. Een buslading joelende, Amerikaanse scholieren arriveert kort na ons. We besluiten de drukte te mijden en de bergen en jungle in te gaan, op zoek naar de overige twee watervallen. De noodzaak voor een gids wijzen we af; het is natuurlijk een extra uitdaging om niet te verdwalen in de rimboe en je eigen weg naar de watervallen te vinden. Een modderige hike door de jungle volgt, waarbij we regelmatig door riviertjes moeten waden en over gesteentes moeten klimmen. Het is net Jungle Book, maar dan gelukkig zonder grote, gekke beesten. En... we weten de tweede waterval te vinden! En dat allemaal op heuse echte slippers.... 

Concord Falls, Grenada

Ik kan de hele weg niet ophouden me te verwonderen over de prachtige natuur en voel me helemaal in m’n element. Na de tweede waterval besluiten Etienne en Simon door te gaan op zoek naar de derde. Denise vindt het tempo wat de rest van ons aanhoudt niet zo relaxed, en blijft samen met mij liever op een soort bruggetje genieten van de natuur. Misschien dat haar slippers met plateauzolen daar iets mee te maken hebben? :-p

Op zoek naar de Concord Falls

Na een tijdje wachten op de mannen op het bruggetje komt er opeens weer zo’n vreselijk megames op me af en neemt een dorpeling met zich mee. Brrr... ik kan er echt niet wennen aan die messend ie me ook al zo intimideerden in de handen van de mannen in Little David Bay! Mijn angst voor het mes blijkt natuurlijk volledig overbodig, de dorpeling gebruikt het gewoon voor z’n tuinierwerk. Hij is eigenaar van een stukje grond hier midden in de rimboe, waar hij getuige de inhoud van de emmer die hij meedraagt onder andere tomaten en paprika’s verbouwt. Na een uurtje zijn Etienne en Simon eindelijk terug. Met allebei een slipper aan hun hand in plaats van aan hun voet. De moerasgrond werd de slippers – die het gezien de loopomstandigheden eigenlijk nog verbazingwekkend lang hebben weten vol te houden - te zwaar. Allebei te blote rechtervoet terug door de jungle dus!

Op blote voet door de jungle

Gelukkig mogen ze vanaf de asfaltweg hun blote voeten sparen. We worden opgepikt door een truck die ons achterin de laadbak, samen met een groepje zwarte mannen met weer van die vreselijke messen en emmers vol groente, naar de hoofdweg brengt. Van onze vriend van het bruggetje krijgen we nog een grote hand tomaten mee, waarna de truck toeterend weg rijdt. We zoeken de schaduw van een bushoekje op en gaan zitten wachten op de bus terug naar St. Georges.

De bus
Het bussysteem hier is echt geweldig. Chagrijnige buschauffeurs die stoïcijns hun rondje rijden en voor je neus weg rijden terwijl ze je zien aan komen rennen vind je hier echt niet. Integendeel, soms moet je echt je best doen om ze te overtuigen dat je echt liever die 200 meter naar je bestemming loopt in plaats van mee te rijden. Busjes zijn privé eigendom van de chauffeur en hebben grofweg de grootte van een Nederlandse bestelbus. Sommige chauffeurs gaan helemaal los op hun bus, met enorme plafondschilderingen van Bob Marley of de Heilige Maagd Maria en wanden krijgen een gezellig stofje.

Bus Grenada

Zonder gêne worden 18 passagiers achterin geperst, en als het moet kunnen er best nog wel een paar schoolkinderen praktisch op de knieën van voor hen soms vreemde mensen zitten. Langs de doorgaande weg is het zelden nodig om langer dan twee minuten op een bus te wachten. Vanaf het busstation echter kan het zijn dat de bus een half uur lang blijft staan wachten totdat hij vol is, alvorens te vertrekken. In de luwte en de hitte van het busstation is dat niet te harden, en af en toe is het behoorlijk genant om zwetend als een otter tegen zweetvrije locals aan te glibberen...

Buschauffeurs hebben geen vast salaris. Ze moeten het echt hebben van de mensen die ze op weten te pikken.  Mensen oppikken wordt daarom dus ook een sport voor ze. Veel chauffeurs hebben een hulpje in dienst die mensen probeert te werven, de bus herindeelt om zoveel mogelijk mensen op elkaar gestouwd te krijgen en om de betaling regelen. Alles om zo vlot en efficient mogelijk te rijden. Toch doen ze absoluut niet moeilijk over diensten voor elkaar. De meest vreemde pakketten (een emmer aardappelen, lunchpakketten, schooltassen) worden langs de weg onder begeleiding van wat gemompel afgegeven, en vreemd genoeg lijkt het altijd zijn eindbestemming te bereiken.

Op een dag, op de terugweg van een nutteloos tripje naar de voor publiek gesloten chocoladefabriek, is er opeens commotie in de bus. Een klein, oud vrouwtje dat achterin de bus lag te dommelen is namelijk de buschauffeur aan het uitfoeteren. “Sufferd! Je rijdt mijn huis voorbij, je weet toch wel waar ik woon!?! Wie zit hier nou te slapen? Terug jij!” De chauffeur moet samen met de rest van de bus hard lachen, rijdt achteruit de berg terug op en stopt tegenover haar woning. Het hulpje van de chauffeur neemt haar handtas over, begeleidt de mevrouw met uitstappen en steekt arm in arm over naar haar woning waar hij de tas op de veranda neerzet. Fijne dag mevrouw!
Met kleine kindjes die met de bus van school naar huis reizen gaat het hetzelfde. Die steken hand in hand met een vriendelijk lachende bijrijder de weg over, krijgen een aai over hun bol, ze zwaaien nog even naar de medepassagiers in de bus en verdwijnen dan hun woning in.

Oh, wat kunnen dat soort dingen me toch blij maken!

Van dat soort bustripjes naar verschillende “attracties” maken we er zo’n twee per week, waardoor we een goede indruk krijgen van het land, haar mensen en hun cultuur. Het feit dat er weinig criminaliteit is begint me steeds meer op te vallen. Woningen staan altijd open en mensen lopen in het donker gewoon over straat, ook in hun eentje. Verder is Grenada opvallend regeltjesvrij. Ongelooflijk wat een verandeming dat is voor een Nederlander! In Nederland, en in veel andere westerse landen, zie je overal borden staan en hangen met wat verboden is of wat je verplicht bent om te doen, of dat bepaalde dingen volledig op eigen risico zijn. Hier niet. Alleen als het écht noodzakelijk is, en dan alsnog op een vriendelijke toon. Ook verkeersborden en snelheidslimieten kan ik niet ontwaren. Blijkbaar zijn mensen hier prima in staat zelf in te schatten wat verantwoord is of om elkaar tot de orde te roepen. Regelmatig zie je ook voetgangers signalen geven aan bestuurders over potentieel gevaarlijke situaties zoals tegenliggers die de bocht door gaan komen. 

Ik kan slechts één (internationale) wet bedenken die door iedereen wordt verbroken, zélfs door de wethandhavers: iedereen koopt illegale DVD's op straat. Vlak voor ik onderstaande foto maakte stond er zelfs een politieagent in uniform lekker tussen alle verschillende titels te neuzen... Ik geloof zelfs dat ik nergens een videotheek met legale DVD's heb kunnen ontwaren.

Illegale DVD's worden op straat verkocht

Langzaamaan begin ik mij te beseffen dat ik in dit land echt niets te vrezen heb. Zelfs die vreselijk nare, grote messen niet. Het hoort er hier gewoonweg bij; je ziet ze overal, zelfs vrouwen lopen er mee rond terwijl ze in een andere hand een peuter meezeulen.

Machetes op straat

Hashen
Ons laatste “uitje” in Grenada is onze deelname aan een Hash. Wereldwijd vinden – zonder dat ik dat wist – Hashes plaats, georganiseerd door de Hash House Harriers. Naar eigen zeggen een “drinking club with a running problem”. Ook in Nederland schijnt het te gebeuren. Van tevoren wordt een locatie en een tijd gecommuniceerd, waar je dient te verschijnen in een sportief outfit dat modderig mag worden. Wij hebben geen idee wat er vervolgens zal gaan gebeuren, maar bier en feesten schijnt er iets mee te maken te hebben. We stappen dus natuurlijk maar gewoon samen met de groep Canadezen en Amerikanen uit de marina op de bus naar de locatie van die dag, het Grand Etang National Park.
Ter plaatse, midden in een vulkanisch berglandschap in het midden van het eiland, heten de Hash House Harriers ons welkom. Wij worden ingedeeld in de groep van “virgins”, en zullen vandaag ontmaagd worden. Ze vertellen ons dat ze een route uit hebben gezet die ze hebben gemarkeerd met hoopjes papier uit de shredder. Aan ons om te gaan spoorzoeken en uiteindelijk het startpunt weer terug te vinden. Hardlopend of wandelend, dat mag je zelf weten. Opeens komt de grote meute, zeker meer dan 100 man en half local half buitenlander, in beweging. Sommigen sjokken, maar het merendeel zet het een partij op een lopen...! Het feit dat diverse stukjes pad net aan geschikt is voor één persoon tegelijk kan ze niets schelen; met drommen tegelijk proberen ze jan en allemaal in te halen. Helaas zijn wij als één van de eersten vertrokken, en worden we aan alle kanten bijna omver gelopen. Als  na een tijdje het pad geen pad meer is maar een lange, zeer steile afdaling door de modder (lekker, zo’n regenseizoen...) middenin de jungle begin ik mij af te vragen of dit, ondanks dat de route erg leuk is om te doen, nog wel verantwoord is. Vooral omdat langs alle kanten mensen als een idioot voorbij komen glijden, springen en (op hun kont of hurken) roetsjen.

Hash in Grenada

Na heel wat hiken, glibberen, omvergeduwd te worden, riviertjes over te hebben gestoken en een soort van te hebben geabseild langs een modderwand bereiken we de verharde weg weer. Daar worden we beloond voor onze inspanningen door een groepje Mona Monkeys (apen) dat ons nieuwsgierig vanuit de bomen langs de weg gadeslaat. Schattig!! Een voorbijganger in een taxi heeft toevallig een banaan bij zich, die één van de aapjes gretig voor onze neus vandaan van het asfalt plukt.



De weg terug naar de vertreklocatie vinden we door onze neus te volgen naar de barbecuelucht en onze oren naar een harde beat. Veel hashers zijn al binnen en zijn bezig hun bemodderde schoenen, en eigenlijk gewoon hun gehele bemodderde lijf, af te spoelen. Of ze zitten al lekker aan het bier. Wij volgen uiteraard. Vooral de Grenadians weten er een dikke vette party van te maken, en gaan los op de muziek. Alhoewel het ongelooflijk ritmisch is wat ze doen, heeft het weinig weg van het dansen wat wij in Nederland kennen. Elkaar berijden komt dichter in de buurt. Gewoon staand tegen elkaar aan (dat kunnen tweetallen, maar ook groepjes van tien man tegelijkertijd zijn), over tafels en stoelen gebogen, of zelfs liggend op de grond...

Helaas verdwijnt onze aandacht voor de feestvierende locals snel. Met het donker worden wordt er namelijk omgeroepen dat een Canadeze zeiler uit de marina zoek is. Een zoekteam wordt samengesteld, alhoewel er nauwelijks zaklampen blijken te zijn. Het is uberhaupt allemaal niet zo verantwoord; om vier uur ’s middags beginnen met een relatief gevaarlijke hike van 1,5 – 2 uur terwijl het om half zeven donker wordt. Na drie uur zoeken in het woud en voor ons drie uur ongerust wachten en afvragen of we zelf ook het bos in gaan komt om half tien wonder boven wonder het bericht: Hij is gevonden. Na een bezoek aan het ziekenhuis waar 14 hechtingen worden gezet mag de Canadees terug naar de boot. Hmm... als we nog eens overwegen mee te doen aan een Hash moeten we misschien maar onze eigen veiligheidsmaatregels nemen.

Zo medio/eind juli besluiten Denise en Etienne dat ze toch maar eens door moeten. Ze gaan verder naar Curacao waar ze in september voor twee weken naar Nederland zullen vliegen (ik hoop ze in oktober te volgen!!)  Door het feit dat we werkelijk alle attracties ondertussen wel gehad hebben en omdat we Denise en Etienne best wel een beetje missen in Grenada besluiten Simon en ik de week erna ook maar dat het toch echt beter is om een land op het hoogtepunt van je verblijf te verlaten...  Al dat happy houren heeft ondanks de kortingen veels te veel geld gekost, en uberhaupt is Grenada best een duur land. We moeten maar eens gaan zoeken naar goedkope landen als we het nog even willen volhouden.

24 juli sjorren we onze ankers uit Grenadiaanse grond, en na het ronden van de zuidwestpunt van Grenada richten we onze boeg naar Tobago... Op naar nieuwe oorden om te verkennen!


Meer foto's van Grenada vind je hier
Op de fotopagina staan tevens nieuwe foto's van de Atlantische oversteek, St. Vincent & the Grenadines en Carriacou

Hashen
Ons laatste “uitje” in Grenada is onze deelname aan een Hash. Wereldwijd vinden – zonder dat ik dat wist – Hashes plaats, georganiseerd door de Hash House Harriers http://www.worldhhh.com/.  Naar eigen zeggen een “drinking club with a running problem”. Ook in Nederland schijnt het te gebeuren. Van tevoren wordt een locatie en een tijd gecommuniceerd, waar je dient te verschijnen in een sportief outfit dat modderig mag worden. Wij hebben geen idee wat er vervolgens zal gaan gebeuren, maar bier en feesten schijnt er iets mee te maken te hebben. We stappen dus natuurlijk maar gewoon samen met de groep Canadezen en Amerikanen uit de marina op de bus naar de locatie van die dag, het Grand Etang National Park.
Ter plaatse, midden in een vulkanisch berglandschap in het midden van het eiland, heten de Hash House Harriers ons welkom. Wij worden ingedeeld in de groep van “virgins”, en zullen vandaag ontmaagd worden. Ze vertellen ons dat ze een route uit hebben gezet die ze hebben gemarkeerd met hoopjes papier uit de shredder. Aan ons om te gaan spoorzoeken en uiteindelijk het startpunt weer terug te vinden. Hardlopend of wandelend, dat mag je zelf weten. Opeens komt de grote meute, 100-200 man en half local half buitelander, in beweging. Sommigen sjokken, maar het merendeel zet het een partij op een lopen! Het feit dat diverse stukjes pad net aan geschikt is voor één persoon tegelijk kan ze niets schelen; met drommen tegelijk proberen ze jan en allemaal in te halen. Helaas zijn wij als één van de eersten vertrokken, en worden we aan alle kanten bijna omver gelopen. Als  na een tijdje het pad geen pad meer is maar een lange, zeer steile afdaling door de modder (lekker, zo’n regenseizoen...) middenin de jungle begin ik mij af te vragen of dit, ondanks dat de route erg leuk is om te doen, nog wel verantwoord is. Vooral omdat langs alle kanten mensen als een idioot voorbij komen glijden, springen en (op hun kont of hurken) roetsjen.