Lekker, om eindelijk weer eens op de oceaan te zitten! Of eigenlijk hoor ik nu weer zee te zeggen, aangezien we hier op de Caribische Zee zijn aanbeland. Tijdens de Atlantische oversteek waren er momenten dat ik dacht uberhaupt niet meer te willen zeilen, maar ondertussen vind ik het eigenlijk wel fijn om weer even onderweg te zijn. Lekker in mijn eentje op mijn eigen bootje (met uiteraard Simon een stukje verderop op zijn eigen bootje), op weg naar nieuwe oorden om te ontdekken.   


Vanmiddag zijn we ankerop gegaan in St. Georges, en ondertussen ligt Grenada al weer een eindje achter me. Het is zo tijd om te proberen wat te slapen, alhoewel ik vermoed dat dat zo dicht bij land weinig zal lukken. Eigenlijk slaap ik nooit veel op de eerste nacht van een traject. In eerste instantie zag ik een klein beetje op tegen deze oversteek, maar tot nu toe gaat het super! Volgens velen is Tobago een heerlijk eiland, met maar weinig toerisme. Echt een aanrader zegt men. En Deep en Mallika van het Zeebeest zitten er, vrienden die we al een jaar lang proberen in te halen maar die altijd een paar honderd mijl voor ons lijken te blijven liggen. Het is alleen een beetje jammer dat het niet bepaald makkelijk is om van Grenada naar Tobago te zeilen. Sommigen claimen dat het onmogelijk is, alhoewel dat me een beetje overdreven lijkt. Maar makkelijk zal het zeker niet zijn, om naar het zuidoosten te varen in een tijd van het jaar dat de wind altijd uit zuidoost tot oostelijke richting komt en de stroom tot wel twee knopen tegen kan staan.

Maar vandaag zijn wind en zee me gunstig gezind, en het lukt me zelfs om heel mooi hoog aan de wind te varen; Het gaat perfect! Er zit een klein beetje noord in de oostenwind, waardoor ik zo in één rechte streep naar onze bestemming, Store Bay, aan het zeilen ben. Als dit zo doorgaat komen we morgen al aan.

Even later
Uiteraard gaat dit niet zo door. Ik lig namelijk weer eens te dobberen, grrr. Nul wind. Uiteraard liever dit dan storm, maar toch is dit wel frustrerend! Het feit dat onze bestemming niet dichterbij komt is natuurlijk irritant, maar wat nog veel irritanter is, is dat Tobago in rap tempo steeds verderweg komt te liggen!! Door de hevige stroom die hier staat worden we met 1,5 knoop zo de Caribische Zee in gespoeld. En verliezen we alle hoogte om Tobago aan de wind direct bezeild te halen. Beetje jammer dit... Ik ga maar weer proberen wat te slapen.

De volgende ochtend
Vanuit het niets, nog steeds zij aan zij dobberend met onze boten, doemt opeens een donker gedaante op uit de schemer. Het vaart recht op ons af. Als het me rakelings passeert herken ik de boot; de 60+ voeter Modesty. Een grote, Nederlandse vlag wappert trots hoog in de bezaanmast. Ik kijk hoopvol naar mijn eigen Nederlandse vlaggetje, maar moet constateren dat die van mij nog steeds als een zielig ineengevouwen zakdoekje windloos langs de achterstag bungelt. Voor de Modesty maakt het weinig uit dat er geen wind staat; zij stomen vanuit Grenada gewoon op de motor linea recta naar Trinidad. Onze 50 jaar oude Sabb motoren (en tevens onze oren) willen we dat absoluut niet 50 mijl lang aan doen, dus wij blijven dobberen. Alhoewel de situatie nu wel enigszins nijend begint te worden. Het begint af en toe weer ietwat te waaien, maar uit het zuidoosten dit keer, pal tegen dus. In combinatie met de stroom tegen valt daar niet tegenop te kruizen. Tobago bezeilen is nu vrijwel onmogelijk, en op deze manier gaan we misschien zelfs het westelijker gelegen Trinidad niet meer halen.  Er moet iets gebeuren, willen we niet over een paar weken in Mexico of Cuba uitkomen... Lijkt me ook behoorlijk cool, maar niet als wrak. Wat geen irreële mogelijkheid is gezien het feit dat we alweer midden in het orkaanseizoen zitten...

Ik roep Simon dus maar weer eens op om nieuwe plannen te maken, en samen besluiten we dan maar te proberen naar Trinidad te gaan. Mits we het halen dus. Als halverwege blijkt dat het niet gaat lukken en we naar Venezuela worden gedrukt is het enigszins van levensbelang dat we bijtijds rechtsomkeert maken. Piraterij is niet alleen een goedbetaalde job in Somolië, maar ook in grote delen van Venezuela. Omdat we in de buurt gaan varen van een gebied waar heel af en toe een melding van een overval vandaan is gekomen besluit ik mijn AIS transmitter uit te zetten, om zo niemand op mijn aanwezigheid te attenderen. Tegen de avond (dus wéér een nacht op zee) overwegen we onze navigatielichten uit te laten, maar besluiten dat uiteindelijk toch maar niet te doen omdat de kans groter is dat we in het donker tegen elkaar aan varen dan dat we met lichten aan zullen worden beroofd.

Gelukkig steekt er een lekker windje op, die het strak aan de wind mogelijk maakt om in een rechte lijn naar Trinidad te zeilen. Jeetje, ik en North Wind beginnen pro’s te worden met aan de wind zeilen! 40-45 graden aan de wind, soms zelfs minder. En het mooie is... als ik de helmstok vastzet met een touwtje, stuurt de boot tijdenlang zichzelf! Omdat Simons stuurautomaat kuren heeft (ik heb hem nog steeds aan boord sinds mijn windvaan stuk is) heb ik een groot deel van de afgelopen anderhalve dag op de hand moeten sturen. Behoorlijk vermoeiend natuurlijk, en frustrerend omdat we nauwelijks tot geen snelheid hadden. Het is dus heerlijk om het roer nu lekker los te kunnen laten.
Het zeilen gaat dusdanig hard dat we zo rond middernacht al bij de noordkust van Trinidad aankomen. En nu? Wachten we op het licht alvorens we door de “Boca’s” heen gaan zeilen de Golf van Paria op? De Golf van Paria is het stuk water tussen Trinidad en Venezuela, aan de noordkant afgesloten door een paar eilandjes met daar tussen smalle stukjes snelstromend water, de Boca’s. Simon heeft absoluut geen zin om op het licht te wachten en besluit naar binnen te stomen. Ik ben het er niet helemaal mee eens, maar als ik strak in zijn kielzog mag en kan blijven besluit ik toch maar achter hem aan te gaan. Kan hij me door middel van trial & error showen waar de rotsen zijn en ik dus vooral de motor in hard achteruit moet zetten...


Het blijkt een lang, duister gevecht te zijn om op gehoor, GPS en de (digitale) kaart en een beetje maanlicht de doorgang door te varen. Door de gigantische tegenstroom is mijn snelheid op de smalste en dus snelst stromende stukken nog maar 0,2 knopen. Pas als de wind ietsje draait en ik de genua bij kan zetten bij het motoren weet ik mezelf de Golf van Paria op te knokken. Met het ronden van de noordwestpunt van het eiland sturen we op het enorme baken van licht en lampjes af waarvan we weten dat het Chaguaramas moet zijn. Met het opkomen van de zon zoeken we een ankerplekje uit, en kunnen we met de minuut beter zien waar we terecht zijn gekomen...

Chaguaramas
In Trinidad zijn slechts een paar plaatsen waar je terecht kunt met een zeilboot. Veruit de belangrijkste daarvan is Chaguaramas. Tijdens de Tweede Wereldoorlog een enorme Amerikaanse legerbasis met een grote oorlogsvloot, sinds een jaar of 10-20 THE place to be van de Caribbean om je boot orkaanvrij te stallen of betaalbaar aan je boot te (laten) klussen. Rond de ankerbaai zit niets anders gevestigd dan enorme werven met rij na rij aan zeilboten en powerboten die op de kant staan, en daartussen grote gebouwen waarin talloze kleine bedrijfjes zitten gevestigd die zich ieder hebben gespecialiseerd in een bepaald onderdeel van de watersport. Werkelijk, als je tijdenlang hebt rondgezworven in gebieden waar niets aan watersportvoorzieningen te vinden is, is deze plek een walhalla. Ik denk niet dat er iets is wat je in Chaguaramas NIET gedaan kunt krijgen aan je boot.
De keerzijde hiervan is dat het een weinig pittoreske plek is. De jachtwerven zijn gevestigd naast ruige, smerige werven waar wordt gewerkt aan vis- en vrachtschepen en na slechts een paar uur in de baai zit mijn romp al volgesmeerd met olie. Uberhaupt lijken ze het in Trinidad gezien de bergen vuilnis die in het water drijven niet al te nauw te nemen met milieubeleid. Je kunt zien dat Chaguaramas in een mooi gebied ligt, maar de flatgebouwen voor powerboats blokkeren het uitzicht op de met oerwoud overwoekerde bergen nogal.

Chaguaramas; Powerboats als sardientjes in blik

Van de Trinidadians die we eerder in Grenada hebben ontmoet hebben we gehoord dat het bij de in de volgende baai gelegen Trinidad & Tobago Sailing Association (TTSA) een stuk beter toeven zou moeten zijn. Na het inklaren bij een vreselijk vervelende, autoritaire Customs Official zwoegen we in een immense hitte (hoe zuidelijker hoe heter en vochtiger geldt hier absoluut) ons anker dus maar weer op uit 13 meter diep water om naar de volgende baai te varen.

De baai van de TTSA lijkt er iets beter uit te zien. Maar net als we willen gaan ankeren wordt ons het zicht op diezelfde baai volledig ontnomen doordat er een enorme, zwarte lucht vanaf de Golf van Paria zo over ons heen schuift. Snel varen we weg uit de baai naar opener water, en laten een ongelooflijke zware, tropische regenbui op ons dak storten. Ik trek mijn bikini maar aan en ga naar buiten om eerst lekker te douchen, en daarna een zeiltje met regenopvang systeem in elkaar te knutselen. Binnen no time heb ik tientallen liters heerlijk drinkwater binnen. Lekker, want drinkwater uit de supermarkt is duur en het minder lekkere water uit de kraan is elke keer weer een enorm karwei om naar de boot te slepen.

Een week later
Ik ben er nu dat we hier een week liggen eigenlijk wel een beetje klaar mee, met Trinidad. Chaguaramas is superhandig om dingen gedaan te krijgen, zoals het ein-de-lijk laten fixen van mijn eigen electrische stuurautomaat, maar het is een nare plek om te vertoeven. De TTSA bleek inderdaad wat beter om te liggen, maar de 45 US dollar per week om achter je eigen anker te liggen drukt toch de pret behoorlijk. Het land zelf schijnt mooi te zijn, met 1,5 meter grote leatherback turtles die eitjes leggen op de stranden, bijzondere vogels zoals toekans in de bomen en diverse apensoorten. Maar in de mooie gebieden kun je niet of nauwelijks komen met het openbaar vervoer en georganiseerde tourtjes zijn ons te duur. Gelukkig bevinden zich op loopafstand van Chaguaramas de 200 meter hoge Edith Falls, die ik ter ere van mijn moeder uiteraard heb bezocht en waar we op pijnlijke wijze een Fa douche reclame hebben nagepeeld. Water dat van 200 meter hoog komt valt hárd...! Halverwege de week hebben we Simons verjaardag, die eigenlijk op zee jarig was, gevierd met kadootjes, zelfgebakken taart met kaarsjes (z’n echte leeftijd past er niet meer op qua kaarsjes, vanaf nu gaat het dus maar gedeeld door twee) en ballonnen op bed en een dagje shoppen in hoofdstad Port of Spain; de enige plek die vanuit Chaguaramas met de bus te bereizen is.


Omdat er gezien het lastige transport in het land weinig voor ons overblijft om te doen besluiten we maar weer te vertrekken in een volgende poging om naar Tobago te zeilen. Als ik naar de punt van mijn boot ga om het anker op te halen moet ik mezelf eens achter mijn oren krabben; Die preekstoel hoort toch niet náást de boot te staan? En de trommel van de rolfok was onlangs toch nog netjes rond zonder happen uit het plastic en deuken in het aluminium profiel? Damn!

Schade preekstoel

In de kuip vind ik een briefje met daarop de meest nederige excuses van ene Michael omdat hij mijn boot aangevaren heeft, en dat hij heel graag alle schade wil vergoeden. Gelukkig maar, maar toch is het erg jammer dat mijn anker nu nog steeds in Chaguaramas bodem moet blijven liggen.

Als ik op de kant de “dader” eenmaal gevonden heb vergeet ik mijn boosheid direct. Boos blijven is werkelijk onmogelijk als je eenmaal in de vriendelijke ogen van Michael, die ik eerder al in Grenada heb ontmoet, hebt gekeken. Ik had hem eigenlijk afgelopen week bij de TTSA willen treffen om bij te praten, maar ik ben hem nooit tegengekomen. Het lot heeft blijkbaar bepaald dat ik niet mocht vertrekken zonder Michael weer te zien, en heeft daar klaarblijkelijk zo haar eigen methoden voor...

Ik kan me werkelijk niemand verzinnen wiens boot ik liever in mijn boot gecrashed zou willen hebben dan die van Michael. Het is familie van de eigenaar van de grootste jachtwerf van Trinidad. Direct wordt geregeld dat ik bij Peake’s Yacht Services terecht kan, en zodra Simon en ik daar aankomen worden we over de marifoon hartelijk ontvangen en kunnen we (allebei gratis) aan de kade verblijven zolang de reparaties duren. Aan de kade?? Dat is lang geleden! Terwijl ik mijn stootwillen opblaas en een speurtocht begin naar mijn landvasten fantaseer ik over onbeperkt douchen, een gezellige bar waar mijn boot tegen het terras afgemeerd ligt, de hele dag wifi en iedere dag wat baantjes trekken in het (zoet water!) zwembad.
Valt dat tegen… wifi werkt nauwelijks, de jaren ’80 stijl bar is vreselijk en duur en dat zwembad blijkt bij de buurwerf te zitten en kan ik dus geen gebruik van maken. Omdat onze boten achter een mega motorschip en een boathouse waar Riva’s in de katrollen boven het water hangen liggen hebben we geen wind aan boord en is de zon werkelijk ongenadig. Gelukkig is daar in ieder geval nog de dagelijkse douche, die een heleboel goed weet te maken. Misschien kun je je daar iets bij voorstellen als je bedenkt dat mijn laatste echte douche nog uit de Portugal tijd stamt... 

Pittoreske ligplaats aan de steiger (Colombe uiterst rechts)

Terwijl er hard wordt geklust aan het maken van een nieuwe preekstoel en het traceren en plaatsen van een nieuw rolfoksysteem komt Michael regelmatig op bezoek en zitten wij aan zijn lippen gekluisterd als hij prachtige verhalen vertelt over zijn wereldomzeiling begin jaren ’80 (nog op de échte manier, met sextant, zonder GPS). Ook weet hij ons heel veel te vertellen over Trinidad en haar politiek. Trinidad & Tobago is een apart land, dat overal en nergen bij lijkt te horen. Het ligt praktisch tegen Zuid-Amerika aan, en heeft daar ook wel handelbetrekkingen mee. Toch lijkt het vooral erg vernoordamerikaans, met op iedere hoek van de straat een Kentucky Fried Chicken en andere Amerikaane ketens, chique shoppingmalls en enorme winkels zoals een drogisterij met een nachtelijke drive-through. De bevolking is een smeltkroes van culturen, met veel Afrikanen uit de slaventijd, Indiërs, wat Zuid-Amerikanen, de originele bewoners Amerindians, en heel wat Europeanen. Het is mooi om te zien dat nauwelijk iemand 100% “volbloed” is, maar dat vrijwel iedereen gemengd bloed in zich heeft. Hier geen racisme volgens mij, maar wel praktisch om de week een Nationale Feestdag omdat geen enkele cultuur wordt achtergesteld. Het sfeertje onder de mensen is toch wel erg Caribisch. Ze zouden volgens mij het liefst de hele dag hun huis wagenwijd open laten staan, onder een boom mango’s oppeuzelen, kokosnoten leegdrinken, zo min mogelijk werken en vooral gezellig met elkaar limen (rondhangen, chillen). Maar dat is tegenwoordig onmogelijk, getuige de tralies die voor alle ramen en deuren van zowel woonhuizen als winkels te vinden zijn. Trinidad is zeer rijk aan olie, en de bodem wordt al jarenlang leeggeslurpt. Mooi voor de staatskas zou je denken, maar op de lange termijn is er weinig moois aan; het eiland wordt sinds een tijdje overspoeld door drugsbaronnen, crimininaliteit en profiteurs. De laatste Prime Minister was er zo eentje; heeft de hele staatskas opgemaakt aan prestigieuze zaken zoals het creëren van een skyline voor Port of Spain met een namaak Sydney Opera House en fancy torenflat na torenflat. Dat die torenflats nu nog steeds allemaal leeg staan en de 1 miljoen, grotendeel arme inwoners van Trinidad bij lange na de theater- en orkestzalen van het “opera house” niet kunnen vullen doet er ook niet toe. Wat in zijn ogen tevens zéér noodzakelijk was, was het vernieuwen van álle Engelstalige borden in het land naar tweetalige borden. Dat de zeldzame Venezolaan die Trinidad bezoekt de enige Spaanstalige is doet er wederom niet toe, het bedrijf van zijn zoon heeft namelijk prachtige nieuwe borden langs alle wegen van het land geplaatst. Héél toevallig een miljoenenorder...   

Michael neemt ons ook regelmatig mee met de auto om iets van Trinidad te laten zien. Aan de noordkust laat hij een adembenemend mooi strand zien, en in de aangrenzende bergketen kijken we naar vrolijk gekleurde vogeltjes en kolibrietjes.

Simon en Michael op Maracas Beach Trinidad  kolibrie

Nog het meest indrukwekkend vind ik een steelpanavond, waarin meerdere steelpanorkesten van zeker 50 man groot los gaan op pannen en oliedrums... Wat hebben die mensen een gevoel voor swingen en ritme zeg...



Als Michael niet spontaan op de steiger staat proberen Simon en ik wat klusjes aan de boot te doen (die we meestal door de hitte al vrij snel opgeven). Regelmatig gaan we tussen de middag de meest waanzinnig lekkere roti eten in de Roti Hut. De borden eten zijn enorm, waardoor het elke keer weer een showtje wordt als een groep leguanen onze deegresten verscheuren.

Leguanen vechten om mijn roti

Als de hitte echt niet meer te harden is reizen we met de Maxi Taxi, de lokale bus, naar de airconditioning van een hypermoderne shopping mall, een grote Amerikaans-achtige supermarkt of naar de Smurfen in de bioscoop. Je moet toch wat om de tijd uit te zitten tot de boot weer vaarklaar is...

Ook mijn verjaardag valt in Trinidad en starten we met zelfgebakken appeltaart met kaarsjes, ballonnen en kadootjes op bed. Om toch het verschil te merken met Simons verjaardag heb ik de eer een verjaardagshoedje op te mogen. Ik had heel graag de Caroni Swamp (moeras) willen bezoeken, maar ondank urenlang bellen en zoeken hebben we geen huurauto beschikbaar gevonden. Dan maar weer naar MovieTowne voor een middagje “Crazy, Stupid Love”.

Jarig!

Na twee en een halve week is eindelijk de boot weer klaar om te gaan. Michael gedag zeggen is niet zo leuk, maar Chaguaramas achterlaten kost heel wat minder moeite. Op naar Tobago, dit keer écht...!


Voor de verandering heb ik eens tegelijkertijd met het verhaal het bijbehorende fotoalbum online gezet! Klik hier voor de foto's van Trinidad.