Echt leuk is ie niet, de 60 mijls tocht van Trinidad naar Tobago. Vooral het aanschouwen van die zidderende bliksemflits die tussen mij en Simon in het water slaat, terwijl we maar een paar honderd meter bij elkaar vandaan varen, is niet bepaald voor herhaling wenselijk. Ook de vele uren van windstilte en de tegenstroom maken het een behoorlijk lastig tripje. Maar na iet minder dan 48 uur lukt het ons dan toch om het zuidelijkste puntje van Tobago, Store Bay, te bereiken.

Het is net licht geworden als we het laatste stukje langs het Buccoo rif opkruizen richting ankerbaai. Al een tijd lang zit ik met de verrekijker op de uitkijk, spiedend naar de o zo bekende geel / rood / blauwe boot Zeebeest. Het Zeebeest kan ik niet ontwaren, maar wel een andere bekende Nederlandse boot waarvan ik de eigenaren Frits en Reinhilde kort heb gesproken in Grenada; de Bella Ciao.

Zoals ik ondertussen wel gewend ben komt er weer eens precies een zware bui over drijven op het moment dat ik me tussen de geankerde boten bevind op zoek naar een mooi ankerplekje. Ankeren met zware wind en slecht zicht door de regen is niet zo verstandig. Helemaal niet aangezien ik weet dat er dwars door de ankerbaai een hoogspanningskabel van 33.000 Volt op de zeebodem ligt. Zucht, ok, 48 of 49 uur op zee maakt nauwelijks verschil. Ik vaar wel weer een stukje terug de zee op om af te wachten...

Nadat ik de bui knikkebollend uitgezeten heb begeef ik mij opnieuw tussen de geankerde boten om een eigen ankerplekje uit te kiezen. Vanaf één van de bootjes wordt er druk gezwaaid. Hey, de Duits-Zwitsers met de Franse vlag, aan boord van de Colombe stiekem beter bekend als de “Zwansen”, liggen er ook! Als ik in de buurt kom van de Bella Ciao merk ik opeens dat er nog een boot verstopt ligt achter de enorme, lichtblauwe catamaran; het Zeebeest! Vrolijk vaar ik een rondje om de boot heen terwijl ik Deep aan dek probeer te roepen. Na een minuutje verschijnt er een slaperig hoofd in de kajuitopening. Oeps, sorry... volledig vergeten dat het feit dat ik al de hele nacht (en ook de dag en nacht ervoor zo’n beetje) wakker ben niet betekent dat anderen ook wakker zijn op dit belachelijk vroege uur. Maar het maakt Deep niet uit. Hij springt in zijn bijboot en vaart naar me toe om me te helpen met het zoeken naar een ankerplekje een eindje bij de hoogspanningskabel vandaan. Dat gaat niet helemaal goed, want zodra ik geniet van die o zo heerlijke stilte die over je valt vlak na het uitzetten van de motor, zie ik pal onder de boot toch echt een dikke vette kabel lopen.... Ankerop dus maar weer en opnieuw op zoek naar een plekje in de behoorlijk volle ankerbaai.

Een mooi plekje gevonden nabij Pigeon Point

Verpest
Een week later zijn Simon en ik het er volledig over eens; we zijn verpest. Grandioos verpest. Door Grenada en de Grenadians. Vooral Simon heeft er last van. Ik denk niet dat er voorlopig een land zal komen die aan die heerlijke sfeer in Grenada kan tippen. Tobago lijkt het in ieder geval zeker niet te kunnen. Het zuidelijke puntje van het eiland is waar de airport én zo’n beetje alle hotels zich bevinden. Wat resulteert in overal kraampjes met suffe souveniertjes, boten die dagcharters doen en een handjevol mannen die op het strand rondhangen en op je afvliegen zodra je je bijboot het strand op trekt om te kijken hoe er geld aan je te verdienen valt. Zodra we één keer met iemand hebben gesproken is bekend dat we uit Nederland (en dus voor hen vanzelfsprekend uit Amsterdam – sorry vrienden/familie van Simon) komen. Iedere keer dat we ons op het strand bevinden horen we ze “Amsterdam” roepen of fluisteren. Ik kan me gezien de bounty-achtige setting heel goed voorstellen waarom mensen een resortvakantie naar Tobago boeken, maar als ik naar deze toeristische omstandigheden op zoek zou zijn geweest was ik een stuk goedkoper uit geweest als ik gewoon een retourtje Tobago met hotel zou hebben geboekt, in plaats van een boot kopen en oceaanklaar uitrusten. Het zou hoe dan ook een heleboel tijd en werk hebben gescheeld...

Gelukkig is het ondanks dat wel erg gezellig met andere zeilers. De week Store Bay vliegt voorbij. Inklaren. Koffie drinken, thee leuten en eten met Deep (helaas zit Mallika de hele maand in Nederland). Boodschappen doen. Eten op de Bella Ciao. Eten en Rum drinken bij een bekende van mijn tante die op Tobago woont. Én allergezelligst: een beach barbecue onder de palmbomen met Deep, de Zwansen, Frits en Reinhilde met twee vrienden die koud uit Nederland ingevlogen zo aan een vuurtje onder een rij palmbomen zijn beland, en wij natuurlijk. Leuk leuk leuk!

Beach BBQ

On the move
Ondanks de gezelligheid willen we graag weten of Tobago meer te bieden heeft dan dat we tot nu toe hebben gezien, en besluiten de zeilen maar weer eens uit te trekken / op te hijsen en een stukje verderop te gaan kijken. De afstanden die we de volgende dagen afleggen zijn verwaarloosbaar, maar door de enorme tegenstroom komen we nauwelijks vooruit en kan een tochtje van een mijl of vijf tot tien een ellenlange dagtocht worden. Het is maar goed dat het uitzicht fantastisch is, want wat een gevecht om er te komen! ;-)

Wat een gevecht tegen de stroom...

We doen diverse mooie baaien en plaatsjes aan, met als hoogtepunt twee nachten in Englishman’s Bay. Een prachtig, rondlopend strand omringd door groen met daarachter met woud overwoekerde, stijle heuvels. We delen de baai slechts met één, onbemand roeibootje aan een mooring. En een handvol pelikanen. Heerlijk.

Englishman's Bay

Dé ideale plek natuurlijk voor wederom een strand barbecue. Na een ochtendje, met snorkel op m'n hoofd, de romp en vooral schroef te hebben schoongehakt en –krabt van pokken en andere vieze ellende (zodat we op de motor misschien weer wat harder kunnen varen dan de huidige maximale snelheid van pak ‘m beet twee knopen), verdwijnen we de keuken in om de barbecue voor te bereiden. Terwijl we daar mee bezig zijn wordt de branding groter, en groter, en nog wat groter. Vanaf de boot is het geluid van de omrollende golven een flink geweld. Verdorie... storm Maria zit te pesten en stuwt vanuit het noordwesten flinke golven (en een heleboel oranje zeewier) onze baai in. Omdat het eten allemaal al voorbereid is en de tassen ingepakt besluiten we gewoon maar door te zetten, en met veel wikken, wegen, twijfelen en proberen weten we de bijboot inclusief barbecuemateriaal enigszins droog op het strand te landen.

Fikkie stoken op het strand  Vuurtje

Houtskool hebben we niet, maar met overal verdroogde kokosnoten, bamboe en andere takken op het strand blijkt dat geen enkel probleem te zijn en kunnen we in no time aan ons maal. Lekker hoor. Als de zon ondergaat wacht ons nog een verrassing; door de hele baai en vlak om ons heen flikkeren kleine lampjes aan en uit; vuurvliegjes! Wat een baai... een klein paradijsje...

Klaarmaken voor vertrek
Eenmaal terug in Store Bay besluiten we een auto te huren. Kostentechnisch kunnen we dat netjes voor onszelf verantwoorden door het halen van benzine en diesel bij een pompstation aan de weg. Met één enkele jerrycan diesel of benzine is de huurauto al terugverdiend; benzine kost € 0,30 per liter, diesel € 0,13. Het geeft ons natuurlijk tevens de kans om nog wat meer van het eiland te zien. Tobago blijkt prachtige stukken natuur te hebben, met middenop het eiland een regenwoud dat je het gevoel geeft in een tropische kas rond te lopen waarin de meest bijzondere vogels rondvliegen.
In Speyside maken we een tussenstop voor een kokosijsje, met uitzicht over een bizar mooie baai. Met tussen het “vaste land” en het eiland Little Tobago nog een kleiner eilandje, met daar middenop één enkel statig huis; het voormalig huis van Ian Fleming (auteur James Bond)

Little Tobago met daarvoor het voormalig huis van Ian Fleming op Goat Island

De volgende ochtend sleep ik mezelf met de irritant vrolijke hulp van Simon met veel, heel veel moeite alweer heel vroeg uit bed; we moeten tanken en uitgebreid boodschappen doen voor de aanstaande oversteek, voordat de auto om 10.00 uur retour moet. Het is 500 mijl van hier naar Curaçao, wat toch anderhalf keer een Biskaje oversteek is. Omdat we overwegen onderweg te stoppen bij wat onbewoonde, Venezolaanse eilanden zullen we moeten zorgen voor ruimschoots voldoende eten en drinken aan boord...

Twee dagen later pas lukt het ons om ankerop te gaan en Tobago achter ons te laten. Slecht weer en toch net weer meer voorbereidingstijd dan verwacht beletten ons om eerder te vertrekken. Maar het is hoog tijd om te gaan! Gezien ervaringen uit het verleden is de kans minimaal dat we ons dit keer wél aan onze planning kunnen houden. (ik zeg "we", maar omdat dat eigenlijk niet eerlijk is verbeter ik het bij deze naar "ik"). Voor dit traject echter is het belangrijk dat er niet té veel gekke dingen gebeuren. Vijf oktober vertrekt ons vliegtuig namelijk vanaf Curaçao Airport naar.... Schiphol! Twee weken familie, vrienden en het opsnuiven van de Nederlandse cultuur. Dat mogen we natuurlijk niet aan onze neus voorbij laten varen!


En wederom staan ook de foto's van Tobago online! Ben druk bezig met een inhaalslag om de website eindelijk eens up to date te krijgen. Klik hier om naar het fotoalbum te gaan.