“We zijn op zondag vertrokken, 11 september. Mee eens?” Simon knikt bevestigend. Hij is het er mee eens dat we op vrijdag hebben uitgeklaard uit Tobago, het vertrek van zaterdag door heftige buien hebben geskipt, maar zondagochtend echt zijn vertrokken. “Mijn laptop zegt dat het vandaag woensdag de 14e is. Die van jou ook?” Ja, die van Simon ook. Perplex kijken we elkaar aan. Dan hebben we dus niet twee, maar drie volle dagen en nachten op zee doorgebracht alvorens vanmorgen op het Venezolaanse eiland Blanquilla aan te zijn gekomen. We zouden allebei toch echt zweren dat afgelopen nacht de tweede nacht op zee was...



Het is een gek fenomeen, dat lange afstands zeilen. Ik weet niet hoe het is om met meerderen op één boot te varen, maar solozeilen doet in ieder geval rare dingen met je hoofd en lichaam. De eerste pak ‘m beet 30 uur maak je alles nog bewust mee. Af en toe ben je moe, wil je slapen, maar bij mij belet de adrenaline vanwege de nabijheid van de kust, de nieuwigheid van het weer op zee zitten en het werken aan de boot altijd het vermogen om te slapen. Tegen de tijd dat je zo’n 30 a 40 uur onderweg en dus wakker bent hakt de moeheid er echter in. Opeens lukt het prima om af en toe een kort slaapje te doen. Soms zijn die slaapjes hoogstnoodzakelijk, kun je niets anders dan je ogen sluiten. En ondanks dat ik in de verste verte niet in de buurt kom van de acht uur slaap (alles bij elkaar opgeteld is twee tot vier uur per etmaal al best netjes), wordt de moeheid vanaf dat moment niet meer erger.
Gebeurtenissen beginnen volledig in elkaar over en door elkaar heen te lopen. Er is geen onderscheid tussen vandaag, gisteren of morgen. Binnen twee dagen heb ik een permanente staat van lusteloosheid bereikt die zowel niet verbetert als verslechtert. Echt leuk is het niet om werkelijk nergens zin in te hebben, maar gelukkig hoeft er meestal ook niet zo veel. Beetje slapen, beetje lezen, soms de positie checken en als het weer eens tijd is iets simpels te eten maken... De zeilen aanpassen om iets sneller te varen of beter op koers te blijven is dan eigenlijk al behoorlijk veel gevraagd. Maar, als het door wat voor reden dan ook opeens belangrijk is dat er iets gebeurt aan boord, dan bén ik er ook. Klaarwakker, scherp en helder. Dan gebeurt er wat er gebeuren moet. Zonder zuchten, zonder steunen. Zoals het moment dat er, zomaar uit het niets, een enorme bui boven m’n hoofd losbarstte terwijl ik nietsvermoedend voor 15 knopen wind uit aan het waggelen was. In het pikkedonker en met zowel het grootzeil als de genua uitgeboomd; KABAM! 40 tot 50 knopen wind in die uitgeboomde zeilen, boot plat, giek met grootzeil slepend door het water... Dat was even hard werken om de zeilen weggedraaid en de boot op alleen het gereefde grootzeil bijgelegd te krijgen! Maar als dat eenmaal gebeurd is en de boot, ondanks de dan nog steeds 30-50 knopen wind die over het dek giert, verbazingwekkend rustig aan de wind op z’n plek blijft liggen, dan is het gevaar geweken en val ik direct weer terug in de lusteloosheid en eentonigheid van de reis. En niet veel later weet je natuurlijk nog wel dat je die bui hebt meegemaakt, en dat ie heftig was, maar wannéér hij er nou precies was? En hoe het voelde om er middenin te zitten? Één grote blur....

Zo komt het dus dat we eenmaal rustig voor anker in de lij van het eiland Blanquilla (zodat het eiland beschutting biedt tegen wind en golven) een volledige dag kwijt lijken te zijn. Misschien heeft het feit dat ik sinds aankomst pas een paar uurtjes heb geslapen er ook iets mee te maken. Na een nachtelijk ronden en aanloop van het eiland hebben we vanmorgen vroeg na een uurtje wachten op zonlicht een ankerplekje uitgekozen. Apparatuur uit, snorkel op m’n hoofd, flippers aan mijn voeten en PLONS; zwemmend naar Simon en zijn punt, die in tegenstelling tot die van mij vrij is van troep. Hmmm... lekker... slapen! Ik denk dat er niet meer dan een halve seconde heeft gezeten tussen het moment dat ik met mijn hoofd het kussen raakte, en het moment dat ik in een diepe slaap viel die verdacht veel weg had van een coma...

Vier uur later al, rond de middag, probeerde iets me met veel gesar en gepor uit mijn coma te krijgen; Simon natuurlijk... Laat me slapen! Maar Simon was ongenadig en bleef net zo lang vervelend doen tot hij me de punt uitgedreven had naar de ontbijttafel, alwaar ik nu al zo'n anderhalf uur versuft voor me uit heb zitten staren. Volledig de weg kwijt.  

Misschien dat een plons in het oceaanwater wat wil helpen met wakker worden. Na veel koffie en het wegwerken van een ontbijtje van zelfgebakken brood (lekker!!) belegd met pindakaas (minder lekker.. Wat is het ondertussen door het gebrek aan broodbeleg aan deze kant van de oceaan? Dag 121 met alleen pindakaas en af en toe een eitje voor op brood??) gaan de snorkel en flippers weer aan en zwemmen we met onze spullen in een (helaas semi-)waterdichte tas naar het onvoorstelbaar witte strand. De bijboot opblazen en straks weer leeglaten vinden we te veel werk.

Playa Yaque, Blanquilla

Omdat ik het probleem heb dat ik áltijd wil weten wat er om de hoek (en vooral ook over de horizon) te zien is, beginnen we naar het einde van het strand te wandelen. Eenmaal ‘om de hoek’ aangekomen blijven er ‘hoeken’ komen en blijven wij dus steeds maar doorlopen over een bijzonder landschap van wit strand, afgewisseld met kronkelend kreupelhout en grijs gesteente wat veelal dood koraal lijkt te zijn.

Zonder het te merken blijken we al urenlang langs de kustlijn aan het lopen te zijn, waardoor we ineens beseffen dat we heel ver van de boten vandaan zijn. De zon is al een eind naar de horizon gezakt, en we zijn vergeten water mee te nemen; niet bepaald slim op een dor en droog eiland waar de temperatuur ruimschoots de dertig graden voorbij gegaan is! Daarom beginnen we aan wat de snelste weg terug naar de boot lijkt; dwars over de heuvels middenop het het eiland heen, vertrouwend op ons zeemans richtingsgevoel (voor wie mijn website al volgde toen we nog in Portugal zaten zal het niet verbazen dat ik, gezien Simons gemiddelde richtingsgevoel aan land, vooral op mijn eigen gevoel vertrouw).

Tot nu toe zijn we op een grote roofvogel, wat kleine zeevogeltjes en een heleboel hagedissen na nog niets tegengekomen op het eiland. Zodra we de kustlijn verlaten echter komen we erachter dat we het eiland toch met heel wat levende wezens delen; ezels! Simon denkt zich even tot ezelhoeder te ontpoppen, maar zodra ze hem in het oog krijgen galopperen ze er schichtig vandoor.

Ezels op Blanquilla

Het gehele eiland blijkt hun domein te zijn, want overal zien we in de dorre begroeiing kleine ‘paadjes’ kronkelen die de ezels jaar in jaar uit met hun hoeven hebben uitgesleten. Érg fijn voor ons, want zonder die paadjes zouden de cactussen en andere stekelige planten ons zeker terug hebben gejaagd naar de kust. Alsnog moeten we regelmatig stoppen om cactusnaalden uit onze voeten te pulken... Na nog een uurtje wandelen en een aantal angstaanjagend grote leguanen (of misschien wel varanen) te hebben ontmoet die helaas veels te snel (en misschien ook wel iets te angstaanjagend) waren voor de foto blijken we aan de andere kant van het eiland exact bij de boten uit te komen.  ­­­­­­

Doe 'm in een potje en hij kan zo in de vensterbank...

Iets meer dan 24 uur nadat het anker viel bij Blanquilla hijsen we hem helaas al weer op. Tijd om verder te varen richting Curaçao. Maar... eerst nog een tussenstop bij de riffen en eilandjes van Los Roques! Op de weg daarnaar toe komen we weer eens wat buien én weer wat windstiltes tegen, maar zoals altijd weten we er toch weer te komen. Gelukkig nét voor het donker, want in het donker wil je absoluut niet eens in de buurt komen van dit labyrint van gevaarlijk ondiepe riffen, zandplaten en eilanden dat zich over een gebied van 16 bij 25 mijl uitstrekt.

Los Roques, Venezuela

Op de motor manoevreren we volledig op zicht tussen de vele riffen door om bij een anker plekje in het noordoosten van de eilandengroep te komen. Varen op de digitale kaarten en GPS-muis heeft hier niet zoveel zin, aangezien die er een paar honderd meter naast zitten. Ook de papieren kaarten zijn heel onnauwkeurig, dus we moeten het navigeren echt hebben van het lezen van de verschillende kleuren die het water heeft. Met aan het ene uiterste donkerblauw voor diep water (alhoewel ondiep met zeegras op de bodem ook zou kunnen), en het andere uiterste groen/bruin voor rif dat net onder het wateroppervlak zit. Daar tussenin zitten de meest waarzinnige tinten in blauw- en groensoorten, afgewisseld met het spierwit van de zandplaatjes die net boven het wateroppervlak uit piepen. Prachtig.

Zandplaat voor El Gran Roque

’s Avond gaan we bijtijds naar bed; we hebben weer meerdere dagen op zee gezeten en maar weinig geslapen. Als we net een uurtje of twee liggen word ik wakker van het gestommel van Simon die met het electrocuterend tennisracket rond mijn hoofd aan het slaan is naar muggen. Het duurt dan ook niet lang totdat ik luid gezoem naast mijn hoofd hoor. Twee tellen later gaat het gezoem over van mono naar stereogeluid. En nog geen halve minuut dáárna is het opeens overduidelijk dolby surround. OVERAL muggen! Met tientallen tegelijk weet het stelletje vampieren zich door kiertjes en gaatjes van de klamboe die we over ons bed heen hebben hangen heen te wurmen en op ons te landen om met een vervelend pijnlijke prik ons bloed te drinken. Ze wegslaan heeft zolang je ze niet doodt geen enkele zin, want in minder dan een seconde hebben ze gewoon een nieuw stukje bloedbaan gevonden en ben jij dus een extra, vreselijk jeukende bult rijker.
Het wordt dan ook al snel een slagveld, waarbij het helaas altijd óns bloed is dat vloeit, welke van de twee partijen dan ook moet incasseren. Tussen al het slaan door weten we onszelf ingesmeerd te krijgen met 70% deet en raken de muggen ietwat het spoor bijster. Nog iets later begint de zwerm langzaam af te druipen, waarschijnlijk op zoek naar een volgende boot voor vers, onschuldig bloed. Ondertussen laten ze tientallen zusters uiteengesmeerd over wand, plafond, hoeslaken en klamboe bij ons achter...
Om vijf uur ’s ochtends word ik weer wakker van Simons electrocuteerracket en beland ik in een deja-vu. Geen idee of het de vorige zwerm was die wraak kwam nemen voor hun zusters, of dat het een naïeve, nieuwe zwerm is. Het is in ieder geval net een horrorfilm en het wordt wederom een bloedbad.

Als ik de volgende ochtend mijn ogen open staar ik vanaf mijn kussen naar beneden op een laken vol bloed, pootjes en vleugels. Daar heb ik vannacht dus doorheen liggen rollen. Brrr... We besluiten maar snel weg te gaan bij dit eilandje. Het wordt een hele lange, maar prachtige dag zeilen om naar de westkant van de eilandengroepl te komen. De route gaat tussen allerlei riffen en eilandjes door, wat een fantastisch uitzicht biedt. En door het omringende rif is het water helemaal vlak en ligt de boot dus praktisch stil. Net alsof je op een meertje zeilt. Heerlijk! Voor het eerst doe ik klusjes tijdens het zeilen die ik normaalgesproken door al het geschommel lekker laat voor wat ze zijn. Zo kom ik erachter dat mijn camera ook een filmopname stand heeft! Zie hier het resultaat...



Helaas weten de killermosquitos ons ook bij Cayo de Agua te vinden, en gunnen ze ons maar met mate slaap 's nachts. Aangezien het uberhaupt tijd wordt dat we Curaçao bereiken gaan we vrij snel al weer ankerop. Jammer, want Los Roques zien er fantastisch uit, echt een paradijsje op aarde.

Poedelen in "The Pool"

Een paar dagen later
Daar aan dat kleieieieiene café aaaaan de haaaavennnnn, daar zijn de meeeensen gelijk... en... tevreeeee..... Willem, Henk en Kees brallen er met een verdacht Leids accent vrolijk op los naast mij aan de statafel. Ik vraag ze of ze hier op vakantie zijn, wat resulteert in een verbaasde blik; "Nee joh, ik ben hier geboren en getogen!" zegt Henk me, waarbij enige trots doorklinkt in zijn stem. "Maar je ouders niet, toch?" is mijn ietwat ongelovige reactie. "Ja hoor, die ook. Net als mijn opa en oma, hun ouders, en hún ouders, en zo nog wel wat generaties terug". Z'n vrienden lallen en brallen weer verder over iets anders en ik verlies zijn aandacht. Opeens gaan ze met z'n drieën over in het Papiaments, de taal van de locals hier op Curaçao en duidelijk de taal die hun voorkeur heeft. Bizar hoor, om drie naar het lijkt rasechte Hollanders in een taaltje te horen praten die je associeert met donkere Antillianen.

Een gekke plek, dat Curaçao. Net Nederland, maar dan met een nogal tropisch tintje eraan. De bus stopt naast het bordje met daarop letterlijk de tekst "bushalte", ze kennen hier de rotonde weer, opeens zijn er weer stoepen (sommige zelfs gelegd met de o zo vertrouwde grote, grijze tegels) en veel horecagelegenheden hebben hun menukaart in het Nederlands. Met open mond ben ik gisteren door de Albert Heijn gestruind, en ik dacht écht even in Nederland te zijn beland. Tien jaar terug dan, aangezien alle prijzen hier in guldens zijn...

Nog eens anderhalve week later
Nog drie nachtjes slapen! Dan vlieg ik voor twee weken naar Nederland en kan ik weer met Euro's betalen in de Albert Heijn. Morgen gaan we de boot omleggen naar een marina, waar de boten blijven tot wij weer terug zijn. Ik heb er zó veel zin in om familie en vrienden weer te zien. En om eens te voelen hoe het nu is om in Nederland te zijn. Binnenkort moeten er drastische keuzes worden gemaakt over het vervolg van de reis. Heel benieuwd of het eventjes terug zijn in Nederland daarbij kan helpen...


Klik hier voor foto's van mijn verblijf in Blanquilla en Los Roques, Venezuela