Nu ein-de-lijk de knoop is doorgehakt – dat we samen naar Sint Maarten zullen gaan om werk te zoeken om daarna minstens een jaar extra weg te blijven in plaats van allebei een andere kant op te zeilen – willen we ook zo snel mogelijk weg uit Curaçao. Het is een prima eiland met heel relaxte, vriendelijke mensen, maar ondertussen associeer ik het Spaanse Water e.o. een beetje te veel met de twijfel en onmacht van de afgelopen, rottige weken. En ik wil natuurlijk gewoon graag weer nieuwe dingen zien.


Toch lukt het zoals gebruikelijk niet om direct te vertrekken. Water, boodschappen, de was, een dikke laag pokken, zeesla en slijmerige eipakketjes op de bodem van de bijboot, het afscheid nemen van bekenden, uitklaren.... allemaal zaken die er zonder dat ik het in de gaten heb voor zorgen dat er weer meer dan een week voorbij is alvorens we onze ankers uit de bodem van het Spaanse Water kunnen trekken. Maar dan vertrekken we ook écht. Zonder plan, behalve dan om uiteindelijk uit te komen in Sint Maarten. Een eindbestemming waarvan we weten dat deze, als je met je neus pal in de wind gaat staan, grofweg 500 mijl recht vooruit ligt. Maar recht vooruit en dus recht in de wind gaat met een zeilboot natuurlijk niet, en de stroom die dwars tot tegen staat zal de voortgang ook niet bevorderen.  We hebben diverse strategieën om zo efficient en toch comfortabel mogelijk naar Sint Maarten te varen de revu laten passeren, maar omdat we geen idee hebben welke omstandigheden we krijgen en hoe onze boten zullen presteren hebben we uiteindelijk maar besloten om zonder plan de zee op te gaan. Daarom is het volledig onbekend of de eerste stop diezelfde of de volgende dag al op Klein Curaçao of Bonaire zal zijn, of pas diverse weken later op Sint Maarten. Tussenstops op Grenada (400 mijl oost van Curaçao) of de Britse Maagdeneilanden (500 mijl noordnoordoost) behoren ook tot de mogelijkheden; alles afhankelijk van de staat van de zee, de wind en ons doorzettingsvermogen.

Onderweg
Het begint lekker. Een paar uur nadat ik op de motor langs het chique Hyatt hotel aan de ingang van het Spaanse Water ben getuft en open water op ben gezeild moet ik héél hard naar buiten klimmen om op tijd over de railing te duiken. Wat zijn die golven naar! Doordat de golven worden opgestuwd door zowel de wind als de rondingen van het eiland en de stroming is het water rond Curaçao momenteel net de borrelende inhoud van een heksenketel. Ongeveer gelijk aan het inwendige van mijn maag, lijkt het...

Terwijl ik hard mijn best doe het eerste etmaal door te komen, inclusief de misselijkheid en vele overkomende buien, kom ik er achter dat weer eens niet alles aan boord naar behoren functioneert. De gerepareerde windvaan doet het wel zo ongeveer, maar loopt nogal stroef en is daardoor niet helemaal in balans. Ook de gerepareerde electrische stuurautomaat lijkt kuren te hebben. Omdat de boot aan de wind net zo goed stuurt op een met een touwtje vastgezette helmstok is dat gelukkig niet een heel groot probleem. Maar even later blijkt dat de dynamo van de motor de accu’s niet meer wil laden. Nu heb ik een zonnepaneel waar ik een eind mee zou moeten komen, maar omdat het de laatste tijd nogal bewolkt is, is het maar de vraag of ik genoeg stroom zal hebben om de marifoon aan te houden. Zo niet, is de kans dat Simon en ik elkaar kwijt raken vrij groot. Daarnaast zou het ook wel lekker zijn om af en toe de radar/AIS aan te kunnen zetten. Als vervolgens ook nog eens de hendel van de pomp van het toilet kapot gaat besluit ik dat ik met nog een paar weken zeilen te gaan toch maar beter een rustig plekje kan zoeken om de boel weer te repareren.  

Aves de Barlovento, Venezuela
Na in totaal 48 uur zeilen kom ik aan bij Aves de Barlovento. Simons boot vaart sneller en hoger aan de wind, waardoor hij al een paar uur op me ligt te wachten. Gelijk met mij arriveert er nog iets bij het eiland; een dikke, vette, grijze bui. De regen stort met bakken uit de hemel waardoor ik de riffen rond het eiland met geen mogelijkheid meer kan zien. Samen met een Venezolaans vissersbootje dat 100 meter naast mij door de regen slechts nog een schim is wacht ik geduldig tot de bui over drijft. Het is een lange, smalle, donkergrijze baan die over mij heen van de horizon voor mij naar de horizon achter mij strekt. Precies over het eiland heen. En het stomme is; een paar honderd meter naast het eiland is het kurkdroog en schijnt de zon vrolijk aan een blauwe hemel. Na volledig doorweekt geregend te zijn kom ik daar eindelijk ook eens achter en verplaats de drijfnatte boot snel  naar de zon om daar verder te wachten tot de bui overdrijft. Tevergeefs blijkt na een paar uur. Er zit wel beweging in de bui, maar alleen in de lengterichting waardoor het eiland continu in een grijze waas van regen gehuld blijft.

Na een halve middag wachten roep ik Simon maar eens op over de marifoon. Hij vertelt me dat het aanlopen van het eiland een eitje is met voldoende diepgang. Ondanks tegenstrijdige gevoelens besluit ik dan toch maar de bui in te varen richting eiland. Volledig vertrouwend op de aanwijzingen van Simon, en dus zonder visuele hulp in de vorm van kleurverschillen in het water. Dat water is in de regen namelijk alleen maar grauwgrijs, koraal of geen koraal.

In Simons belevingswereld is vrijwel alles een eitje. Aan de wind zeilen, koken op een wilde zee, een oceaan van 3000 mijl oversteken; in zijn ogen stelt het allemaal niks voor. In die van mij wel. Net als het aanlopen van een eiland dat is omgeven door riffen. Al beweert Simon dat er overal meer dan zat diepgang is en het helemaal niets voorstelt, ik schrik me toch echt wel rot als ik opeens minder dan een meter water onder de kiel meet. Ik blijk recht over koraal heen te varen! Meestal diep zat, maar af en toe weet er een koraalkop z’n kruin flink boven de rest uit te steken. Wie weet op sommige plekken wel tot hetzelfde nivo als mijn kiel. Simon doet dat blijkbaar weinig met z’n stalen boot, maar ik knijp ‘m best wel als ik met minder dan een knoop snelheid turend met m’n neus praktisch IN het water over het wateroppervlak kruip.

Niet dat m’n boot zou vergaan als ik met deze slakkegang koraal zou raken, toch voel ik me er niet zo lekker bij en blijkt maar weer overduidelijk dat iedere schipper z’n eigen grenzen heeft en z’n eigen keuzes moet maken. Wat de consequenties ook moge zijn. Soms zijn dat lastige dingen van samen opvaren. Je koopt er over het algemeen heel, heel veel veiligheid mee, maar soms riskeer je juist onnodig de veiligheid van jezelf of de boot. Als ik alleen was geweest had ik mezelf in die bui absoluut niet tussen de riffen gewaagd en gewoon gewacht of naar een ander eiland gevaren. Maar omdat Simon daar al zo lang op mij lag te wachten en ik me daar schuldig om voelde ging ik tegen mijn eigen principes en inschattingen in.  
Gelukkig is het allemaal prima afgelopen, en kan uiteindelijk ook ik mijn anker achter het eiland uitgooien. Praktisch tegelijk met het moment dat het einde van de lange streep grijze bui over me heen glijdt en er weer een zonnetje achter de wolken vandaan piept, alweer bijna klaar om als een rode bol achter de horizon te verdwijnen. Ach tja...

Een veelal schuinhangend tripje

Electriek
Na een lange nacht slapen is het de volgende ochtend klustijd. Spelen met de multimeter, m’n allerbeste vaardigheid. Maar niet heus. Electronica was bij vertrek uit Nederland één van de onderwerpen waar ik weinig kaas van had gegeten en waarvan ik hoopte dat ik er gaandeweg wel vertrouwd mee zou raken. Tot nu toe is dat maar in beperkte mate gebeurd, en blijkt vandaag het begin van een spoedcursus. Gelukkig was Simon in het normale leven electrotechnisch ingenieur van beroep, en weet hij me een stuk op weg te helpen.
Na eerst vertrouwd te raken met de kabels, diodes, en overige onderdelen van het laadsysteem van de accu’s kan ik na anderhalve dag bypassen en doormeten concluderen dat het defect niet in de bekabeling, maar in de dynamo moet zitten. 
Nog eens twee dagen puzzelen en meten later hebben we van twee defecte dynamo’s (ik had nog een identieke maar defecte tussen de reserveonderdelen liggen) één werkende weten te maken; Ik kan door de motor te draaien de accu's weer laden!

Tijdens de werkzaamheden worden we vereerd door een bezoekje van de Venezolaanse Guarda Costa, in het Nederlands beter bekend als de kustwacht. Een groepje vissers in een houten Pirogue, een lange, kanoachtige speedboot, komt drie jonge mannen in sjofele kleren afleveren. Twee van de heren zijn voorzien van een slotjesbeugel op de tanden (zal Chavez meer waarde hechten aan een stralende, strakke glimlach van zijn Defensie-medewerkers dan nette kleding en patrouilleboten?). De derde is beugelvrij, en een paar jaar verder richting volwassenheid. Hij spreekt tevens wat Engels. In combinatie met een paar woorden van mijn Spaans weten we zowel voor Simons als mijn boot twee lange vragenlijsten beantwoord te krijgen. Één van de twee beugelbekkies schrijft op wat zijn meerdere hem vertelt, terwijl de andere zijn best doet niet te verdwijnen achter een enorm geweer dat hij op zijn schoot balanceert. Hoe ik ook mijn best doe en waar in de kuip ik ook ga zitten; steeds weer lijkt de loop op mij gericht te zijn. Ik ben er van overtuigd dat dat volledig per ongeluk is, maar of dat het idee er nou prettiger op maakt...  
Na het noteren van al mijn electrische apparatuur en een inspectie van mijn vuurpijlen en medicijntas vraagt de Guarda Costa voorman voorzichtig of ik ook in bezit ben van een satelliettelefoon. De dynamo van het aggregaat op het eiland waar ze gestationeerd zijn is al een tijdlang kapot en ze hebben geen enkele verbinding meer met de vaste wal. De situatie begint nogal vervelend te worden, aangezien het meeste eten in de vriezer bewaard werd en ondertussen het meeste daarvan weggerot is....
Ik wil de dure satelliettelefoon eigenlijk alleen in nood gebruiken, maar gezien het feit dat er op de Aves eilanden niet veel meer dan zand, droge “shrubs”, met geluk een cocosnootloze palmboom en heel veel muggen te vinden zijn valt dit probleem misschien ook wel in de categorie nood. Plus, uiteraard heb ik na dagen sleutelen aan die van mijzelf sympathie met mensen met een kapotte dynamo.  Dus als hij het zo kort mogelijk houdt mag hij best even naar de vaste wal bellen om ze daar aan te sporen eens langs te komen met die bevoorradingsboot. Hij neemt mijn verzoek het kort te houden erg serieus. Ik versta lang niet alles van zijn Spaans, maar over de betekenis van “rapido, rapido!” dat ongeveer iedere tien seconden terug komt bestaat weinig onduidelijkheid. Of zal het gaan over het tempo waarin de bevoorradingsboot  lekker eten moet komen langsbrengen?

En weer door
Na ook de windvaan wat getuned en  gesmeerd en (godzijdank!) het toilet weer gefixt te hebben kunnen we na een zeilpauze van een dag of vijf weer onderweg.
Terwijl we voor anker lagen was het weer nogal wispelturig met buien en windstoten, maar wanneer we ankerop gaan is alles volledig gekalmeerd; warm zonnetje, blauwe lucht en een zacht briesje. Alleen mijn eigen fysieke gesteldheid is een beetje wispelturig. Op het ene moment ril ik van de kou die er natuurlijk niet is hier in de Caribe, en het volgende moment jeukt mijn hele lijf van een soort onderhuidse kriebel. Van de pijn in mijn rug weet ik vaak niet hoe ik moet zitten of liggen en een nare hoest tergt mijn longen en buikspieren. Kortom, een vervelend griepje houdt me dagenlang onderuitgezakt op de bank op alle momenten dat ik niet persé iets moet doen aan boord. Op zich hebben die bacillen of wat het ook waren de beste zeildagen ooit uitgekozen om me ziek te maken. De boot kabbelt heerlijk rustig pal naar het noorden op een oostelijke wind en westzettende stroming.

Van het ochtendzonnetje genieten in de kuip

We zeilen dusdanig dicht naast elkaar dat mijn schaduw over Simons boot valt

Natuurlijk kijk ik wel iedere 15-20 minuten braaf m’n rondje horizon, en moet ik regelmatig de kuip in klimmen na een per ongelukke gijp of overstag. Maar na wat hulp van een stukje karton en wat tape lukt het de windvaan wat langer om de boot op koers te houden met deze lichte wind. Meer dan dat hoeft er niet echt te gebeuren en het mag allemaal ook nog eens op een heerlijk rustig liggende boot. Het enige jammere zijn de vrachtschepen die regelmatig een tijdje komen pesten door zich te tonen in mijn zichtsveld of zich melden op de radar of AIS die ieder uur even aan gaan.

Navik in lichte wind

Nu nog naar het oosten....
Mijn gok was dat ongeveer op tweederde van de route Venezuela - Puerto Rico de wind wel aan zou wakkeren en zou draaien naar het noordoosten, zodat we overstag zouden kunnen gaan richting de lange reeks Caribische Eilanden in het (zuid)oosten. Maar als we op een gegeven moment nog maar 40 mijl te gaan hebben tot de zuidkust van Puerto Rico is dat helaas nog steeds niet gebeurd... Even aanmeren in Puerto Rico om te wachten op betere omstandigheden zit er niet in; Puerto Rico valt onder de USA, en al op drie mijl uit de kust hebben ze een virtuele grenslijn getrokken en houden ze “vreemdelingen te water” buiten. Zonder visum, te verkrijgen middels een persoonlijke interview in Nederland of een handjevol andere landen en na het aftikken van een paar honderd dollar, kom je als zeiler met je boot absoluut het land niet in. 
Aangezien de wind afneemt van 5 naar 0 knopen, is naar Puerto Rico zeilen al snel niet eens meer een optie, laat staan Sint Maarten. Terwijl de stroom ons meevoert, steeds verder bij Sint Maarten vandaan, zit er niets anders op dan met neergelaten zeilen te wachten op gunstigere tijden.

Andere tijden dienen zich na een halve middag en avond wachten alweer aan. Of ze echt gunstiger zijn weet ik niet zo goed; een viesgrijze lucht trekt over ons heen, met hier en daar wat extra diepgrijze plekken. Uiteraard brengt dit wind met zich mee, met nog wat extra wind en af en toe flink wat regen onder de donkerste plekken in de lucht.
Een dag of vier (de tel ben ik volledig kwijt) zeilen onder dubbel of driedubbel gereefd grootzeil en half ingerolde genua volgen. Eeuwig aan de wind, tegen de golven en 25-30 knopen wind in (6-7 Bft) met uitschieters naar 40 knopen en regelmatig overstag gaand als de wind ook maar iets draait en het bereiken van Sint Maarten een paar graden gunstiger wordt over de andere boeg.

Eiland in zicht!
Als ik één van de laatste dagen ’s ochtends vroeg de met deze koers immer zeiknatte kuip in klim om naar de horizon te turen is de zon net op en verschijnt een hele grote smile op mijn gezicht; Eiland in zicht!! En maak daar maar meervoud van, want aan de hele horizon voor mij rijzen prachtige silhouetten van bergachtige eilanden uit de zee. Werkelijk iedere keer dat ik ergens midden op zee besluit dat dat zeilen enzo toch echt niet mijn ding is en ik maar eens wat anders moet gaan doen, moet ik mijn mening weer volledig herzien zodra ik land in zicht heb. Voor mij is DIT reden nummer 1 waar ik het allemaal voor doe; het eerste moment van het kunnen onderscheiden van (ei)land aan de horizon. De anticipatie van hoe dat land er van een paar mijl dichterbij uit zal zien, en dan van wéér een paar mijl dichterbij... En natuurlijk me iedere mijl meer afvragend wat en wie er allemaal op dat land te vinden zal zijn als ik straks mijn dinghy opgepompt en het strand opgetrokken of aangemeerd heb.  

In dit geval heb ik geluk; ik mag lekker lang anticiperen op wat ik zal gaan vinden. Meer dan een etmaal lang kruisen, kruisen en nog wat kruisen heb ik nodig om dan uiteindelijk toch één van de eilanden in zicht te bereiken. Het is niet Sint Maarten. Waar wel, kom ik snel op terug! (En dit keer meen ik het als ik zeg snel. Denk ik...)