Een paar maanden geleden meldde ik vol goede moed over mijn plannen werk te vinden op Sint Maarten. Schoorvoetend moet ik bij deze bekennen dat ik welgeteld bij elkaar heb verdiend, zo’n.... eh.... US$ 0,00.... En dan kan ik niet eens de werkgelegenheid op Sint Maarten de schuld geven, want die is er wel. Maar ja, ik had de keuze tussen veertig uur verspreid over zes dagen per week op een winkelvloer staan voor netto € 800,- per maand, of lekker wat klussen aan de boot gevolgd door wat cruisen tussen de eilanden... Daarbij wetende dat ik nog genoeg geld op de spaarrekening heb staan voor minstens nog een jaar cruisen. Ik heb werkelijk geen idee hoe het kan dat al die ATM’s hier nog steeds US dollar-, EC dollar- en Antilliaanse Gulden biljetten uit de muur blijven spugen als ik mijn pasje erin stop, maar blijkbaar doe ik toch iets goed met mijn zuinige uitgavenpatroon. Al het sobere leven is dus gelukkig niet voor niets.

Voor € 3,- per uur had ik waarschijnlijk ook wel aan de slag gekund in de horeca, en wellicht had ik zo een baantje kunnen vinden als poetsmevrouw in het megajachten wereldje hier op Sint Maarten. Maar zolang ik nog niet in enorme geldnood verkeer kan ik echt niemand verzinnen die er profijt van zou kunnen hebben dat ik, gehesen in een harnas, de glimmende romp van een of ander uit de kluiten gewassen strijkijzer na ieder regenbuitje nóg meer ga laten glimmen.

Glimmend megajacht wordt gepoetst

Het hele zeilen-naar-Sint-Maarten-om-werk-te-vinden is dus nogal een flop geworden. Maar uiteindelijk toch ook weer niet; het heeft me over zaken na laten denken, en me laten beseffen dat het (werk)leven in Nederland zo slecht nog niet is. Het werken onderweg is absoluut iets dat ik zonder mokken zou doen als het nodig is vanwege geldnood, maar als ik het kan voorkomen “verspeel” ik liever mijn tijd niet aan een suf baantje voor een suf salaris in de Caribbean, waardoor ik nog langer van Nederland weg ben. Dan keer ik liever (al dan niet tijdelijk) terug naar Nederland om daar mijn geld te verdienen tussen de mensen die ik liefheb. Uberhaupt heeft het me doen beseffen dat Nederland, of eigenlijk de mensen in Nederland, een grote rol in mijn leven spelen en dat ik daar graag een groter deel van uit maak. Ik mis jullie!

De vergeefse speurtocht naar werk was tevens een mooie gelegenheid om wat te klussen aan de boot. Zo heb ik nu eindelijk een bimimi (een zonnetent over de kuip); zelf in elkaar genaaid op onze allergoedkoopste Brother naaimachine uit Trinidad. Opeens ben ik regelmatig buiten in de kuip te vinden. De nieuw geïnstalleerde kuiptafel maakt het extra fijn om in de kuip te ontbijten en dineren. Wat een zonde dat ik niet eerder aan een bimini begonnen ben en al die tijd binnen in de boot weg heb zitten zweten...

Nieuwe bimini

Daarna volgde het zeilklaar maken van de boot, zodat ik nu maanden stilliggen eind-de-lijk voor een tijdje de niet zo pittoreske Simpson Bay Lagoon kon verruilen voor helder blauw water. Wat een genot, en wat een gevoel van vrijheid! Simon bleef wel achter op de lagoon om verder te werken aan zijn boot, en vooral om te bouwen aan een kano. Niet zomaar een kano, maar eentje van flinterdunne strips ceder- en wat mahoniehout. Nog nooit van zijn leven iets gedaan wat er ook maar enigszins op lijkt, maar hij dacht “laat ik dat eens doen op de boeg van mijn boot”. Het ziet er veelbelovend uit... 

Mallen kano  De kano wordt afgewerkt

En ik ondertussen dus in mijn eentje op pad. Naar Dominica, is het plan. Twee honderd mijl hier vandaan. Ik heb eerst een week zonder wind in Grand Case in het Franse deel van Sint Maarten gelegen. Nu pas zijn de voorspelling goed om de oversteek te maken en vaar ik uit. Na anderhalf jaar samen op zeilen is het best vreemd om de Colombe niet ergens aan de horizon te zien varen. En Simon niet op te roepen bij vertraging of overleg over de te varen route. Alles bepaal ik nu eens zelf. Een gemengd gevoel geeft dat.
’s Avonds in het donker nader ik Sint Eustatius. Ik begin moe te worden en het is druk op het water. Dat wordt vannacht waarschijnlijk niet slapen. En morgennacht waarschijnlijk ook niet. Het barst hier van de cruiseschepen, olietankers en af en toe vissers en zeiljachten. Met de lampjes van de vele eilanden op de achtergrond zijn de schepen slecht te herkennen en ze kunnen overal vandaan komen. Vanwege de komst naar Sint Maarten van vriendin Eline moet ik over twee weken alweer terug zijn in Sint Maarten, waardoor ik me begin af te vragen wat ik hier in vredesnaam mijzelf aan het kwellen ben. Ik zou heel graag het bergachtige, tropische Dominica zien, maar moet ik mezelf daarvoor dood- en doodop maken door gedurende drie dagen nauwelijks te slapen? En dan na een weekje slapen en uitrusten bij Dominica mezelf door dezelfde strijd tegen de slaap heen halen? En wat vind ik er eigenlijk van, om in mijn eentje bij een vreemd eiland te gaan liggen? Als vrouw alleen is het eigenlijk niet zo slim om ’s avonds of buiten de dorpen te gaan wandelen. Zullen daar wel anderen zijn om samen h et eiland mee te gaan verkennen?

Ik besluit daar allemaal maar eens over na te gaan denken tijdens een nachtje ankeren bij Sint Eustatius. Ik ben daar eerder geweest, en kan over mijn oude track op de digitale kaarten mijn weg naar de ankerbaai prima vinden in het donker. Rond middernacht valt het anker, en ga ik eerst maar eens slapen.

De volgende ochtend doet een regel in de reisgids van Saba mijn plannen wijzigen: "Saba kent (zo goed als) geen criminaliteit." Naar zo’n plek wil ik wel toe... Dat wilde ik trouwens uberhaupt al, want onze mislukte poging om er aan te leggen heeft bij mij een aantal maanden geleden op weg naar Sint Maarten dusdanig indruk gemaakt dat ik mezelf heb beloofd er nog terug te komen. Dat het slecht 17 mijl van Sint Eustatius naar Saba is komt dus mooi uit!

Saba

In de loop van de middag kom ik er aan en zoek een mooring uit aan de westkant van het eiland. Die westkant die een paar maanden terug nog zo’n enorm natuurgeweld vertoonde van enorme golven die stuk sloegen en omhoog spoten tegen de steile rotswand van het eiland. Een diep ontzag voor de natuurelementen heeft dat schouwspel in mijn geheugen gegrift, en als ik de twee mijl van de westkant naar het haventje aan de zuidkant van het eiland aan wil vangen besluit ik eerst nog mijn handheld marifoon (nogmaals bedankt Rowin Smile ) en zwemvest mee te nemen de dinghy in. Als de buitenboordmotor het begeeft of de bijboot omslaat door de golven heb ik hier een dodelijk serieus probleem...


Aan een mooring voor Saba

Saba blijkt, zoals verwacht, adembenemend mooi. Puur, is het woord dat in mij opkomt. En rauw. De 1.500 bewoners hebben wel wat huizen en wegen aangelegd, maar verder is bijna alles nog altijd zoals het was. ’s Nachts hoor ik regelmatig kleine lawines van gesteente naar beneden het water in denderen. Het ruige, steile rotslandschap biedt een prachtig contrast met de lieflijke bloemen die overal groeien en de schattige huisjes in de dorpen.

The Bottom - Saba

Pas sinds kort is er een klein haventje en zelfs een landingsbaan (de kortste ter wereld waarbij je met opstijgen van een klif afrijdt...). Tot die tijd werden alle mensen en goederen met bijbootjes vanaf een in de hoge golven voor anker liggend moederschip naar de rotsige kant geroeid, waar ze tot hun middel het water in moesten om de bijboot uit te laden terwijl golven soms tegen hun lijven en boten aan beukten. Vervolgens werden alle goederen een honderden treden tellende trap - genaamd The Ladder - naar boven gesjouwd, gevolgd door een steile wandeling naar één van de dorpen. Ik zak al door mijn knieën als ik de trap nog niet eens half op ben. Hoe hebben ze in vredesnaam al hun bouwmateriaal voor huizen, hun eten en ooit zelfs een vleugel met de hand naar boven gesjouwd??? 
Hier een foto van het eerste deel van The Ladder. Na het huisje bovenin (ooit het douanegebouw, nu vervallen) gaat het klimmen nog een tijdje door...

The Ladder - Saba

Overal op het eiland is het steil klimmen en afdalen, pfffff... Met de dinghy land ik uiteraard op zeeniveau, en het hoogste punt van het eilandje is 887 meter. Aangezien het eiland heel klein is, slechts een uit het water rijzende berg, klim je dus in no time van zeeniveau naar het hoogste punt. Het eerste dorp en tevens “hoofddorp”, The Bottom ligt op ongeveer een derde hoogte. Het tweede dorp, Windward ligt op tweederde hoogte. Moedig begin ik de klim naar The Bottom, maar na 200 meter door de hitte lopen (en voor mijn gevoel 45 graden dus bijna 200 meter omhoog klimmen) neem ik dankbaar de lift aan van een auto die naast mij stopt. Dat schijnt hier een doodnormale manier van transport zijn; liften. Nog nooit is dat geëindigd in een misdrijf; iedereen kent elkaar hier dus met een misdrijf kom je hier gewoon niet weg. Hoe dan ook is de kans dat een crimineel zich op dit van de buitenwereld afgesloten mini-eilandje zou willen vestigen extreem klein...

Een aantal dagen lang verken ik te voet en soms op de passagiersstoel van een auto het eiland. Het is af en toe best wel saai om alles in je eentje te doen, maar de omgeving is fantastisch én het alleen zijn zorgt er voor dat ik veel meer mensen spreek dan dat ik met Simon samen zou doen. Zoals de heren van het Nederlandse Rijkswaterstaat die hier zijn voor het schrijven van een calamiteitenplan die ik op een wandeltrail tegen kom. Of de Canadezen en Sint Maartenaar die hier zijn om te wandelen en me zomaar superdeluxe mee uit lunchen nemen in een chique hotel dat wordt gerund door Nederlanders.
Ook bij mijn Duitse buurmannen ben ik van harte welkom voor wijn en diner, en de havenmeester nodigt me uit voor een biertje na zijn werkdag. Met Frits en Reinhilde (Bella Ciao) en hun gast snorkel ik een fantastisch mooie route langs rotsen en door tunnels. De grote zeeschildpadden komen hier gewoon naar me toe zwemmen om even gedag te zeggen, lijkt het wel! 

Uitzicht op The Bottom - Saba

Na drie dagen en vier nachten besluit ik er weer vandoor te gaan. De onderbroken nachten slapen breken me op. Doordat het eiland helemaal rond is, is er nergens goede beschutting om te ankeren, de golven kruipen gewoon om het eiland heen. Al het geschommel is behoorlijk vermoeiend en lastig "wonen". Daarnaast word ik een paar keer per nacht gewekt wanneer de stroming de mooringboei tegen de romp aan laat stuiteren, wat ongeveer hetzelfde klinkt als een stuiterende pingpongbal in het formaat en gewicht van een bowlingbal. Duwen en trekken heeft geen zin, de romp komt iedere keer weer stug naast de boei te liggen en gefrustreerd met je vingers in je oren een uurtje wachten tot de stroom of wind verandert is de enige optie.

Ik vaar uiteindelijk terug naar Marigot waar ik Simon oppik voor een weekendje Grand Case. Leuk, om eens samen op één boot iets te ondernemen. Op één dagje zeilen vanuit Carriacou na is dat de eerste keer deze reis.

Samen naar Grand Case, Simon zonder Colombe maar met bijboot

Na het terugbrengen van Simon naar zijn werkplaats Colombe (de kano vordert gestaag!) vaar ik door naar Road Bay in Anguilla. Een prachtige baai met een lang, rond wit strand met palmbomen en knaller dan knalblauw water. Voor de ingang van de baai ligt een klein zandeilandje met een paar palmbomen erop.

Sandy Island - Anguilla

Een bezoekje aan dit eilandje, of aan iedere andere baai of eiland van Anguilla, zou me zo'n 40 US dollar kosten. Met een grotere boot en wat extra bemanning aan boord ben je zo 100 US dollar kwijt. En dan mag je er 's nachts niet eens blijven liggen. Ik besluit dus maar in het gratis Road Bay te blijven en daar wat klussen aan de boot te doen afgewisseld met rondwandelen op het eiland. Dat laatste komt er niet van als ik op dag twee de loslatende bodem van mijn bijboot opnieuw op de luchttubes wil plakken. Ik spuit een hele kitspuit leeg op de bijboot met een spulletje waarvan ik denk dat het een soort Sikaflex (marine kit) is, maar na een dagje drogen moet ik tot mijn grote spijt concluderen dat mijn licht bezorgde voorgevoel toch klopte: dit spul werkt niet. De volgende dagen dus geen mooie wandelingen op het eiland, maar krabben krabben krabben op het ellendig hardnekkige foute spul wat ik op de bijboot heb gespoten. Omdat een hele dag krabben iets te veel van het goede is pak ik ook nog wat andere klussen aan boord op zoals het vernissen van het hout buiten. Na een week Anguilla ben ik met uitzondering van de eerste dag helemaal niet aan land geweest. Toch is het genieten deze week; van het perfecte weer, het fantastisch blauwe water en alles wat er om mij heen gebeurt. Zo zijn locals dagenlang druk bezig met het te water laten van prachtige, lokaal gebouwde 29 voets houten zeilboten geschilderd in de vrolijkste kleuren. Met tractoren en four wheel drives worden ze over het strand de zee in gereden, waarna de masten middels lange lijnen zo over het strand omhoog worden gelopen.

Tewaterlating lokaal gebouwde zeilboot. Road Bay, Anguilla

Op zondag vindt een regatta plaats, en komen de boten tot op een halve meter van mijn geankerde boot af langs gesjeesd. Wat een tempo maken die boten! Gezien het enorme zeiloppervlak en op sommigen zelfs laminaatzeilen van merken als North Sails misschien ook niet zo verwonderlijk.

Regatta Anguilla sailing boats  Regatta Anguilla

Na het weekje Anguilla is het tijd om terug te gaan naar Sint Maarten om degelijke dinghy PVC lijm te kopen, én om Eline, volgens Simon mijn trouwste groupie, op te wachten op de airport. Ze komt me voor de derde keer deze reis opzoeken! Mij vindt ze blijkbaar wel leuk, maar mijn grootste hobby het bootleven niet zo; ze heeft voor zichzelf een mooi hotel geboekt, en ik trek een week bij haar in. Ik ga volledig uit mijn dak bij de aanblik van twee badkamers, enorme bedden, een magnetron, grote koelkast en een enorme kookplaat. En als ik de blender, vriezer, oven en als klap op de vuurpijl een ijsblokjesmachine zie heb ik het niet meer.

Een ijsblokjesmachine!!!  Eline bij Karakter, St. Maarten

De oven staat die week regelmatig aan (de douche, mijn eerste in zes maanden, trouwens ook) en iedere morgen maak ik een frozen smoothy. Yummie. Verder laat ik Eline wat dingen op het eiland zien, bakt Eline roze onder de volle zon terwijl ik me verschuil onder een parasol op het strand en gaan we regelmatig wat drinken in diverse strandtentjes. Een heel ander leven dan ik gewend ben, maar ontzettend leuk zo voor een weekje en natuurlijk heel erg gezellig. Het is super om een vriendin die me al mijn hele leven kent in de buurt te hebben. Ik hoef haar niets te vertellen over wie ik ben, waarom ik op reis ben, en de door zeilers veelgestelde vraag wat voor apparatuur of stroomvoorziening ik aan boord heb komt niet eens in haar op. We kunnen het direct over hele andere dingen hebben. Heerlijk.

Na Elines vertrek keer ik terug naar mijn boot en naar Simon, die zojuist de laatste hand aan zijn prachtig gelukte kano heeft gelegd...

Simons cedarhouten kano

Snel mijn boot klaarmaken, want broertje Menno en zijn vriendin Jennifer komen eraan voor een weekje meezeilen aan boord van onze boten!

Hoe dat was, en wat de plannen zijn voor de komende tijd komen in een volgende blog. Geniet van de lente daar! Dat het hier ook lente is zou ik bijna vergeten met die eeuwige warmte, maar dat het echt zo is werd in Anguilla bevestigd toen ik langs het zoutmeer van Road Bay liep. Wat die beestjes in zulk zout, stinkend water te zoeken hebben... ?

Eendjes in het zoutmeer van Anguilla

Lokale zeilboten, Anguilla