North Winds romp is schoon, aan dek is het vrijwel leeg, onderdeks kan ik niet eens meer naar binnen door alle spullen van bovendeks die naar binnen gepropt zijn, de accu’s zijn afgekoppeld, op diverse plaatsen komt verse lucht naar binnen maar worden hopelijk ongedierte en regen door horren buiten gehouden…
Colombe is een berg van Simons zooi kwijt, en direct weer een berg van mijn zooi rijker. Reusachtige netten aan het plafond hangen door en vele kastjes aan boord kraken van de enorme hoeveelheden eten. De dieseltank, de watertank en alle waterflessen zijn gevuld. Aan dek staan Vreugdenhil en Albert Heijn tassen vol met ziplock zakken gevuld met water; een probeerseltje, aangezien nieuwe jerrycans hier duur zijn.


Volgens mij zijn we klaar voor de lange reis van Curaçao naar Nederland, een reis van zo’n 4500 zeemijl oftewel 8500 kilometer. Anderhalve maand denken we in totaal op open zee/oceaan door te zullen brengen. Als we per ongeluk midden in het windstille Azoren Hoog terecht komen zou het nog langer kunnen duren. Gelukkig wordt die lange periode op zee af en toe onderbroken door een stop bij een eiland. Een stop midden op de Atlantische Oceaan bij de Azoren staat vast, voor de rest zullen we wel zien of we nog stops zullen maken in het noorden van  de Caribbean, Bermuda, en Europa.

Het enige wat ons op dinsdag 5 juni nog te doen staat is een laatste bezoek brengen aan Customs en Immigration en een bezoekje aan de drijvende Venezolaanse groentemarkt ter preventie van scheurbuik.
Een grote degradatie vindt vandaag plaats. Van “Skipper” op North Wind ben ik opeens nog “maar” crew van Colombe. Met Simon als skipper in rang ver boven mij. Vindt ie mooi, natuurlijk. Ik vrees dat dit in de discussies van de komende tijd vast als doorslaggevend argument gaat worden gebruikt…
Curaçao ligt op nog geen 40 mijl van het vaste land van Venezuela vandaan, waar dan ook een hoop verse waar vandaan wordt ingevaren. De houten bootjes die hiervoor gebruikt worden meren af aan een kade in Willemstad, alwaar de groente en het fruit direct aan voorbijgangers verkocht wordt. Omdat veel groente en fruit in de Curaçaose supermarkten gekoeld zijn en soms zelfs bevroren zijn geweest, kopen we liever ongekoelde waren bij de Venezolanen, in de hoop dat dit langer goed blijft aan boord. Echter, dinsdag is blijkbaar niet zo’n goede marktdag. Of wie weet is er iets aan de hand met de Venezolaanse grond? De markt heeft in ieder geval vandaag niet zoveel te bieden. Wat best een beetje balen is. We kopen nog wel een paar dingetjes, maar besluiten niet nóg een dag in Curaçao te blijven om terug te gaan naar de supermarkt, en het dan maar te doen met acht aardappelen, drie tomaten, vier wortelen, twee courgettes, vijf auberginetjes in het formaat van een grote radijs en een paar sprietjes lenteui. Gelukkig hebben we gisteren bij de supermarkt al een stuk of twintig uien en een groene kool gekocht en hebben we nog zeven kleine pompoentjes aan boord liggen. De potjes appelmoes, kuipjes vruchtenyoghurt en blikjes ananas van de Vreugdenhil moeten dan maar voor de zoete vitaminen zorgen.

Woensdag 6 juni is het na een laatste nacht slaap op de spiegelgladde Piscadera lagoon tijd om open zee op te zoeken. Terwijl Simon 25 kilo anker van de boegroller en over de preekstoel naar achteren probeert te zeulen vaar ik Colombe een laatste rondje langs de werf, en kijk met pijn in mijn bezorgde hart een laatste keer naar mijn bootje. Dag, dag, zorg goed voor jezelf daar en ik zal je missen!

North Wind klaar voor mijn vertrek

Na drie jaar komt er dan een einde aan de haat-liefde verhouding tussen North Wind en Colombe. Of ze elkaar ooit weer terug zullen zien? Altijd zaten die twee elkaar in de haren; dan weer gutste North Winds boeg een hap uit Colombes wrijfhout, of duwde hij een touw achter Colombes anode waardoor Simon in Frankrijk kopje onder moest in water van een graad of 13. De volgende keer nam Colombe wraak door North Winds verhaalkam met een stuk houten voetlijst en al van dek te scheuren en haakte hij z’n zijstag achter North Winds zaling, met een deuk in de mast en vijf maanden vertraging in winters Portugal tot gevolg… Toch bleven ze altijd maar weer als vanzelf naar elkaar toe kruipen. Midden op de Atlantische oceaan, toen ik naar Simon gezwommen was, kwam mijn boot op een oceaan vol ruimte steeds weer naar ons op Colombe toe gedobberd. En op de River Dart in Engeland leek Colombe het wel expres op North Wind gemunt te hebben toen ze als dolle paarden van links naar rechts over de rivier heen crosten als gevolg van de wind die tegen de stroomrichting blies.

Eerste kennismaking Colombe en North Wind

Eerste kennismaking van de twee in Zeeland. Proefvaart zomer 2009.

Ook voor Simon voelt het gek om van North Wind weg te varen. Wanneer hij maar aan dek verscheen was mijn boot ALTIJD in zicht, voor anker én zeilend op zee. Dat verandert de horizon toch wel een beetje… Maar het geeft natuurlijk ook een heleboel mogelijkheden, want vanaf nu zal er niet meer hoeven worden bijgelegen om op North Wind te wachten, en het varen met drie reven (grootzeil bijna helemaal weg) met 15 knopen wind zal ook niet meer nodig zijn. Lekker tempo maken vanaf nu! Kan ik eindelijk mijn gemiddelde snelheid omhoog krikken Laughing En dat ook nog eens op een boot die een stuk rustiger en comfortabeler zou moeten varen dan North Wind.

Valt dát in de praktijk eens tegen! Met moeite hou ik die middag mijn ontbijt binnen. De zeeziekte pilletjes helpen wel wat, maar zorgen er alsnog voor dat ik lusteloos op de bank hang. Niet in staat om te lezen, af te wassen of uberhaupt iets nuttigs te doen aan boord. Het is een lichte geruststelling dat ook Simon niet goed snapt wat er aan de hand is. Normaal stampt de boot nauwelijks bij 20-25 knopen tegenwind. En het geschommel zou ook veel minder moeten zijn. Het lijkt erop dat de boot te zwaar beladen is, en dat dat in combinatie met het bos dat onderwater op de romp groeit niet veel goeds doet voor het comfortabel varen. Boven de vier knopen komen we maar nauwelijks uit. Deja-vu… precies de snelheid waar ik North wind maar zelden voorbij krijg. Grmbl.  

Aan het einde van de tweede dag is het nog steeds ruig varen, nog ruiger dan de dag ervoor, en lig ik nog steeds voornamelijk plat op de langsbank. Het grootste deel van de tijd slaap ik, waarvan 12 uur per dag onderbroken door checks op de radar, de AIS die voor de oversteek van mijn boot naar die van Simon is overgeheveld, en de horizon. Ik voel me een stuk lekkerder als ik buiten ben, maar meestal zijn de omstandigheden daar te ruig voor en eindigen de pogingen alleen maar in een nat, zout pak. Meerdere keren per dag moeten we dan ook schone droge kleren aantrekken.
Opeens zien we dat de vloer nat is. Oh oh… Inspectie onder het vloerluik wijst uit dat dat water inderdaad van onder de vloer vandaan komt. Bij mij aan boord zou dat betekenen dat er enige tientallen water onder de vloer staan; dan stroomt de bilge (een put in de kiel waar water zich verzamelt) al over en komt het boven de vloer te staan. Dat gebeurt wel eens als ik weer eens ben vergeten de boel leeg te pompen, het is namelijk heel normaal dat er een klein beetje water langs de schroefas naar binnen druppelt. Maar bij Simon aan boord betekent het weinig goeds, daar zich bij hem onder de vloer zeeën van ruimte bevinden. Vandaag dus daadwerkelijk gevuld met zee… Snel de elektrische pomp aan, die er een hele lange tijd over doet om de boel leeg te pompen. Helaas blijkt na een uurtje dat het waterpeil onder de vloer wederom aan het stijgen is. Damn. We gokken erop dat het komt omdat de zee zo rus is en het gangboord en achterdek steeds onder water staan. Dat gebeurt normaal nooit, dus wie weet dat er een bout bovendeks niet goed afgekit is en daar nu water door naar binnen gutst. Of een huiddoorvoer, of het deksel van de bakskist. Het kan van alles zijn, en het is nu te ruig om er naar op zoek te gaan. Gelukkig werkt de pomp perfect, dus we houden het zo vast wel een tijdje vol.

Maar niet als we geen stroom meer hebben, want dan kan de electrische pomp niet meer bediend worden. Gelukkig ligt er een zonnepaneel aan dek en staat er een windmolen achterop een paal aan het hek. Alhoewel... een blik naar buiten wijst uit dat we niet meer echt kunnen zeggen dat de windmolen “staat”. Hij hangt namelijk... de paal hangt bijna horizontaal, met de windmolen boven het water. Ook dat is niet goed! De paal zwiept vervaarlijk heen en weer boven de golven, en raakt maar net niet de golven. Een lange strijd met een hoop gevloek, getier en gebaal terwijl we krampachtig boven het water hangen volgt. We denken meerdere malen dat we de windmolen gaan verliezen waarbij de windvaanstuurinrichting misschien wel beschadigd raakt, maar uiteindelijk krijgen we de boel toch binnenboord. Met diverse bouten, moeren en kabels armer, en een gaatje in mijn hoofd en een in Simons arm rijker...
De dynamo en het waterdichte huis zijn nog helemaal in tact, dus in combinatie met een schroef aan een touw uitgestroomd achter de boot kunnen we deze nu gaan gebruiken als sleepgenerator. Toch nog stroom...

Maar dat we ergens moeten gaan stoppen om de windmolen (die meer oplevert dan de sleepgenerator) te repareren en het lek te vinden moge duidelijk zijn. Kunnen we gelijk extra water halen en de romp schoonmaken zodat we hopelijk wat soepeler en sneller gaan varen. Het plan was om ergens in het noordoosten van de Caribe te stoppen, maar dat gaan we absoluut niet redden door de tegenwind en –stroom. Als we zo doorvaren komen we precies in Puerto Rico uit. Deja-vu... precies hetzelfde geval toen we de laatste keer van Curaçao naar Sint Maarten voeren. Roteiland; omdat het Amerikaans is en wij geen (peperduur) visum hebben mogen we daar niet eens in de buurt komen. Opkruisen naar het oosten hebben we niet zo veel zin in. Na veelvuldig overleg en gekijk op de zeekaart prikken we de Dominicaanse Republiek als bestemming. We hebben er weinig informatie over, maar met behulp van een klein documentje weet ik Santa Barbare de Samaná aan de noordkust van het land te prikken als bestemming

Kaart Noord Caribbean

Tijdens de redding van de windmolen is ook Simon kotsmisselijk geworden, en sindsdien hangen we samen lamlendig op de bank of in een loodskooi. Pas de een na laatste dag begint de boel te kalmeren, en hobbelen we heerlijk rustig en zeeziekteloos op de kuipbank de Mona Passage door, de doorgang tussen Puerto Rico en de Domincaanse Republiek. Gelijk houdt het lekken in de bilge op. Een extra bevestiging dat het inderdaad een lek boven de waterlijn betreft.

Maandag op dinsdagnacht (12 juni) varen we Bahia de Samaná aan, een enorme baai tussen het vaste land en een groot schiereiland. Met behulp van de digitale zeekaart en enkele verlichte boeien weten we Santa Barbara de Samaná te vinden, en droppen we een eind uit de kust ons anker. We kunnen niets anders dan lampjes zien op de kust, maar zijn ontzettend nieuwsgierig naar wat er aan de wal allemaal te zien en beleven is. Snel slapen, dan is het snel weer licht!

De volgende ochtend worden we al vroeg gewekt van het geluid van Spaanse stemmen die de boot naderen. Ja hoor... de autoriteiten zijn gearriveerd. Diverse mannen in een open bootje vragen of ze aan boord kunnen komen. De Dominicaanse Republiek schijnt een heel scala aan autoriteiten te kennen die dingen van je willen weten en checken. Drugs brigade, gezondheidsgebeuren, een of andere “intelligence agency”, immigration, customs, Marina de Guerra (kustwacht), de marine, en wellicht ben ik nog wel wat vergeten. Uiteindelijk krijgen we slechts te maken met ongeveer de helft van deze instanties. Het opentrekken van één kastdeur, het toilet en een vloerluik door de drugsbrigade (een timide, erg jonge jongen) is ook het grondigste wat er gebeurt. Vriendelijke mensen hier.
En wat een prachtig uitzicht! Het land hier is ontzettend tropisch, met heel veel groen en ik denk wel duizenden palmbomen. Aan het water, boven op de berg, op het eilandje dat bij de ingang van de baai ligt, overal!

Santa Barbara de Samaná, Dominicaanse Republiek

Op aanraden van de kustwacht varen we de boot om een eiland heen dichter naar het plaatsje, zodat we rustiger liggen. Snel blazen we de bijboot op om te gaan kijken wat er allemaal te beleven is aan de wal. En om in te klaren bij Immigration. In mijn allerbeste Spaans krijgen we dat die middag voor elkaar. US$ 63,- armer (dat doet pijn!) maar wel de zekerheid dat we geen gedoe krijgen de komende dagen rijker slenteren we vervolgens over straat om alles te bekijken.

Daarover in het volgende blog meer. Het is nu tijd om uit te gaan klaren bij Immigration, zodat we morgenochtend onze reis weer kunnen hervatten. Azoren (en dus Europa), here we come!