Ik ben d’r weer! Maandenlang is het stil geweest hier op de website. Dat komt zeker niet omdat er niets gebeurd is, maar juist omdat er zo veel gebeurd is. Onder andere een tweede oversteek over de Atlantische Oceaan, het weerzien van vrienden en familie in Nederland en het uit elkaar gaan van Simon en mij... Heftige dingen waarvoor ik eerst wat tijd nodig had om ze te verwerken alvorens er over te schrijven. Ondertussen is het voor North Wind hoog tijd om de reis voort te zetten en voor mij om het schrijven over de belevenissen onderweg op te pakken. 12 november vlieg ik terug naar Curaçao om de boot na maandenlang wachten op het droge weer vaarklaar te maken, en hopelijk richting het westen (Colombia, Panama...) te zeilen.

Voor de chronologie moet ik natuurlijk eerst vertellen hoe de afgelopen maanden zijn geweest. Dus als je zin hebt, reis dan met me mee terug in de tijd naar een mooie boot op een heerlijk warme maar zeer hobbelige Caribische Zee...


Vijf maanden geleden
Het hobbelt dusdanig hard dat de paal van Colombes windmolen doorgebogen is, waardoor de windmolen boven de golven zwiept. Omdat ook het peil van de voor één persoon bedoelde maar door twee personen gebruikte watertank ras daalt en er op een onverklaarbare wijze zout water de boot in komt besluiten Simon en ik een tussenstop te maken alvorens de Carieb te verlaten. Dus we pakken de kaart er bij en kijken wat er voor de boeg ligt;

Republica Dominicana,
oftewel Dominicaanse Republiek, daar moeten we het maar eens gaan proberen. Op Simons vraag wat we daar zullen aantreffen haal ik mijn schouders op. Normaal gesproken ben ik van het puzzelen op de mogelijkheden qua landen en hun gebruiken, dorpjes, ankerbaaien en faciliteiten voor de zeiler, maar dit keer tast ik in het duister. Cuba ligt te ver naar het westen om aan te doen, van Haïti vermoed ik dat ze door de armoede aldaar voor onze problemen aan boord geen oplossing zullen hebben, en van Puerto Rico weet ik dat we er alleen maar een serieus probleem bij zullen krijgen als we er proberen aan te leggen zonder een Amerikaans visum. Dominicaanse Republiek moet het dus gewoon maar worden, of ik er nu wel of niet wat van weet.

Heerlijk vind ik dat. Volgens mij ben ik verslaafd aan anticipatie. Het popelen om aan te komen op een plek waar ik maar nauwelijks een verwachtingspatroon van heb. In combinatie met een lichte spanning is het een onweerstaanbaar gevoel waar ik elke keer weer als een junkie naar op zoek ben. Dat heerlijke gevoel heb ik altijd als ik ergens nieuw aan kom, maar wel een stuk minder als ik van tevoren de vaarpilot of Lonely Planet al van voor tot achter uitgeplozen heb of verhalen van andere zeilers heb gehoord. In dit geval tuur ik nog veel langer dan normaal vanuit de kuip naar de onbekende kustlijn die steeds iets scherper wordt en dichterbij komt, me afvragend wat er zich op dat moment ter plaatse allemaal afspeelt. Met een nevel over de bergen en daarachter een ondergaande zon wordt de kustlijn nog mysterieuzer dan deze al was. Ik vind het maar niets dat de nevel verandert in een donkere deken die de bergen steeds steviger toedekt, en ik nu een hele nacht moet wachten alvorens ik kan zien hoe alles er uitziet. 

Noordkust Dominicaanse Republiek

Santa Bárbara de Samaná
Na een nachtelijke aanloop van Santa Bárbara de Samaná en een korte nacht slapen is het de volgende ochtend tegen al mijn principes in leuk om bijtijds op te staan om de kust eindelijk te kunnen aanschouwen. Alhoewel... een boot vol officials lijkt roet te gooien in mijn kopje koffie waarmee ik het uitzicht op mij in wil laten werken. Maar daar komt al snel verandering in. Ik ben tegenwoordig namelijk crew in plaats van schipper en heb dus op het overhandigen van mijn paspoort na geen enkele rol bij de formaliteiten om in te klaren. Het is aan Simon als schipper om ze waar te nemen, terwijl ik geniet van het uitzicht. Ik moet geloof ik oppassen dat ik niet te veel ga wennen aan deze passieve rol aan boord!

Wat ik het hier MOOI! Zo uitbundig begroeid en groen... En wat grappig dat een prachtig eilandje voor de kust van het stadje bereikbaar is gemaakt door een enorme voetgangersbrug met de toepasselijke naam Bridge to Nowhere.

Bridge to nowhere, Santa Barbara de Samana

Bridge to Nowhere

Op aanraden van de officials verleggen we de boot wat dichter naar de kust. Onderweg komen we een man met zijn zoontje tegen die aan de riemen van een gammele, zelfgebouwde roeiboot sleurt. Een paar uur later komt hij weer langs, in rap tempo en vriendelijk zwaaiend dit keer. Met een peddel als mast en een stuk doek als zeil heeft hij het goed bekeken...

Zeilende roeiboot

Wij gaan hen achterna zónder zeil of peddels (al vele gebroken en verloren...), maar mét Simons halvegare lekke dinghy waarin 20 centimeter water boven de vloer staat. Gelukkig ook mét een hoosschepje om het waterniveau op maximaal 20 centimeter te houden (mijn taak) en een buitenboordmotortje dat ondanks kuren meestal wel naar de kant pruttelt (Simons taak). Als je op de luchttubes gaat zitten lopen die zo hard leeg dat je binnen een paar minuten met je kont in zee zit. Een poging te blijven staan eindigt waarschijnlijk met meer dan alleen je kont in zee... De enige optie die overblijft is in het midden van de boot hurkend fanatiek te hozen. Als ik dat niet snel genoeg doe stijgt het waterniveau dusdanig dat ik ook hurkend met mijn kont in het water zit. Overvliegende spray zorgt er hoe dan ook voor dat we niet droog blijven. Gelukkig is het hier lekker warm...

Dinghy heeft te lijden gehad in de Carieb  Lijm Blue Bay Dinghy laat los

Toekomstige tropenbezoekers: Koop absoluut géén Blue Bay dinghy!

Zodra we de bijboot een smerig strandje opgesleept hebben komen twee jongetjes van een jaar of tien op ons af en houden me een (draak van een) van palmblad gevlochten ring voor die ze me willen geven. Een warm welkom in een nieuw land? Al snel is duidelijk dat ze op geld uit zijn en dat we nauwelijks van ze afkomen. Gedurende ons verblijf in Samaná komen we meer van dit soort jongetjes tegen. Sommigen beginnen zodra ze ons zien over hun buik te wrijven en roepen “Mister, mister, I’m hungry!” en blijven een tijdje achter ons aanlopen. Een ander laat volledig versleten schoenen zien en maakt duidelijk dat hij graag nieuwe zou willen kopen. Ik weet niets van dit land dus misschien heb ik het helemaal mis, maar ik kan het gevoel voor de gek te worden gehouden door deze mannetjes niet van mij af zetten. Dat niet iedereen even eerlijk is blijkt in ieder geval al snel als mijn voorgevoel dat we zijn afgezet door de man die water naar onze boot heeft gebracht blijkt te kloppen; die heeft de reguliere waterprijs verdrievoudigd. Grmbl.

Santa Bárbara de Samaná

Niet alleen door kleine jongetjes maar ook door volwassen kerels worden we staande gehouden op straat om ons iets te verkopen of omdat ze ons willen “helpen” met iets dat we prima zelf kunnen. Het lijkt wel een geheel zelfstandige, vernuftig opererende bedrijfstak hier; geld aftroggelen van toeristen. Het ongelooflijk luxe vakantieresort waar wij vanuit de boot op uitkijken is maar nauwelijks bezet, en het grootste deel van de tijd zijn wij het enige bezoekende zeiljacht. Alle hoop is dus op ons gericht...
Tijdens een kopje koffie in de kuip komt er weer een gammele roeiboot langs roeien, dit keer met drie jongetjes erin. “Mister, I’m hungry” klinkt het weer uit het bekkie van één van de drie guitig kijkende mannetje. Echt niet dat hij HONGER honger heeft! Lekkere trek is vast een betere omschrijving. Gniffelend overweeg ik ze een kilozak rijst kado te doen, maar duik uiteindelijk toch maar onze snack-kast in en haal cola en chips uit Sint Maarten tevoorschijn. Vooral chips kost hier op de Dominicaanse Republiek (ook voor ons) een fortuin, dus dat zullen ze vast niet vaak te eten krijgen.

Dominicaanse jongens genieten van chips en cola

Ondanks alle pogingen stalkers te vermijden zijn de paar dagen die we in de Dominicaanse Republiek verblijven wel een mooie ervaring. Het grootste deel van de bevolking laat ons lekker ons gang gaan, waardoor we alsnog een kijkje in hun cultuur kunnen nemen. Een relaxte cultuur, met mensen die over het algemeen zeer netjes gekleed over straat gaan. Die op vrijdagavond met z’n allen aan de boulevard rondhangen met meegebrachte drankjes en daar dansen op de muziek van meegbrachte instrumenten of een stereo-installatie. Die als snack aan een stengel suikerriet knabbelen gekocht van een man die een kruiwagen met zijn waren over de boulevard laveert. Die even komen kletsen met en een glaasje ijswater drinken bij de eigenaren van eethuisjes die je op iedere straathoek vindt; woonhuizen met een plastic tuinset voor de deur. En overal rijden brommers. Of wordt er gesleuteld aan brommers. Of worden brommers gepoetst.

Overal brommers in de Dominicaanse Republiek

Wie er één kan betalen lijkt er één te hebben en de rest stapt gewoon achterop bij een vriend of een brommertaxichauffeur. Wie wat meer te besteden heeft pakt een soort tuktuk, een brommer met daarachter een overdekt wagentje. Mijn laatste ervaring met zo’n tuktuk-achtig ding was in de Filippijnen en eindigde met een week ziekenhuis en een enorm verband om mijn hoofd, dus ik knijp hem wel even als Simon graag een blokje om gaat... Gelukkig eindigen we veilig en wel in een achteraf straatje bij een eenvoudig eethuisje waar we als het ware bij de familie in de voortuin aan tafel gaan voor de lunch. Veel keuze hebben we niet als vegetariërs met een gebrek aan kennis van de Spaanse taal. Het wordt net als gisteren rauwe kool met wortel, en dit keer krijgen we Tostones geserveerd in plaats van rijst met bonen; gefrituurde bakbanaan. Volgezogen met frituurvet waar zo te proeven al veels te lang dagelijks vis in gefrituurd wordt. Ach tja, op onze volgende bestemming hopelijk weer meer culinair geluk...

Brommertaxi

Eind juni verlaten we Santa Bárbara de Samaná en zetten koers richting Atlantische Oceaan. In daglicht, dus dit keer krijg ik de kustlijn van dichtbij en goed te zien. Tot mijn verbazing blijkt iedere zoveel kilometer een enorm resortcomplex aan zee te staan. Gloednieuw, of nog in aanbouw. De één superdeluxe, de volgende een overtreffende trap daarvan, volledig ingericht voor de luie vakantieganger. Die hoeft zich op één resort zelfs niet eens te vermoeien met de wandeling van de hotelkamer naar het strand, want die verloopt namelijk door een soort slurf (ik durf te wedden inclusief airco) van het hotel naar een lift op de rand van een klip, waarin de vakantieganger zo naar het witte zandstrand wordt gezoefd. Ongelooflijk.
Opeens begin ik het feit dat een deel van de lokale bevolking de westerse toerist als wandelende portemonnee beschouwt toch wat beter te begrijpen. Iemand die dusdanig veel geld heeft dat hij in een dag tijd een maandsalaris van een local uitgeeft aan diensten om zelf maar niets te hoeven doen, heeft toch meer dan genoeg geld om het ook jouw richting op te strooien? Vrijwel alle toerisme bestaat uit mensen die de hele dag op het strand liggen of per taxi naar een uit de grond gestampte, moderne shoppingstraat worden gereden. Een shoppingstraat waar de lokale bevolking die het over het algemeen niet bepaald breed heeft eigenlijk niets te zoeken heeft, maar waar ze zo midden in het plaatsje wel iedere dag met de luxe die de westerling zich kan permitteren worden geconfronteerd. Dat er ook nog mensen zijn die naar hun land toe zijn gezeild om er wat van te zien en te leren ontgaat ze blijkbaar. Logisch eigenlijk, want zelfs een kleine boot kost natuurlijk net zoveel als wat sommigen met 10 jaarsalarissen nog niet bij elkaar verdiend hebben. Terwijl de bemanning van die bezoekende boten niet eens werken maar door hun stad rond slenteren.... Eigenlijk is het dus helemaal niet zo gek om over één kam te worden geschoren met de rest. Alle tijd dat ik over straat loop in Samaná kan ik een gevoel van schaamte niet van me afgeschud krijgen. Of ik me nu schaam voor mijzelf als westerling of plaatsvervangende schaamte ervaar voor hoe sommige Dominicanen me benaderen weet ik eigenlijk niet eens.

We laten deze tegenstrijdige wereld met gemengde gevoelens achter ons en zetten koers naar de voor ons vertrouwde, westerse wereld aan de andere kant van de oceaan... Inclusief gerepareerde windmolen en vers water overigens.

PS: Meer foto's van de Dominicaanse Republiek, de Atlantische oversteek en zelfs nog nieuwe foto's van Sint Maarten, Saba en Anguilla zijn hier te vinden